Verbintenissenrecht

    AI voor juristen in het verbintenissenrecht dat onder alles ligt.

    Het verbintenissenrecht is geen vakgebied naast de andere maar de laag eronder: ontbinding, verzuim, klachtplicht en verjaring komen in een huurzaak net zo hard aan als in een overname. LEO brengt hier Boek 6 en Boek 7 BW op de peildatum van uw dossier, de Hoge Raad-lijn met ECLI en overweging, en de literatuur waarin een leerstuk is uitgewerkt. Wat hij hier níet heeft is een eigen, voor dit gebied aangelegd corpus — die zitten aan de deelgebieden. Deze pagina zegt precies waar ze hangen.

    De bronnen

    Geen eigen corpus, wel een eerlijk verhaal over waar de diepte zit.

    Bij een verbintenissenrechtelijke vraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort — en die set is hier de basisset. Geen enkele bron in de catalogus draagt een verbintenissenrechttag, want dit knooppunt is de wortel van een tak en niet een vak met een eigen bibliotheek. Wie ‘verbintenissenrecht’ aanvinkt, krijgt de wettekst, de rechtspraak en de literatuur, plus de vakinhoudelijke instructie die LEO op dit terrein stuurt. Zes bronnen komen erbij zodra u een deelgebied aanvinkt. Per bron staat hieronder wat hij hier oplevert — niet in welk hokje hij thuishoort.

    Erbij zodra u het deelgebied kiest

    Deze zes hangen aan drie onderliggende knooppunten: aansprakelijkheid (de Letselschade Raad en twee corpora over schadebegroting en buitengerechtelijke kosten), onrechtmatige daad (de affectieschadepraktijk) en overeenkomsten (ACM en Kifid). Kiest u alleen het hoofdgebied, dan blijven ze uit — vink het deelgebied aan waar uw zaak over gaat en ze schuiven mee.

    • De Letselschade Raad

      Levert de richtlijnen en aanbevelingen voor buitengerechtelijke kosten, smartengeld, huishoudelijke hulp en zelfwerkzaamheid — het normatieve kader bij schadebegroting.

    • LOV-RI Schadebegroting — Letselschaderaad-richtlijnen

      Geeft de LOV-RI-richtlijnen voor de posten waaruit een schadestaat wordt opgebouwd, zodat een begroting per post een vindplaats krijgt.

    • Letselschade NL — BGK, langlopende zaken & normering

      Levert het normeringsmateriaal rond buitengerechtelijke kosten en langlopende zaken — de discussie die in vrijwel elk aansprakelijkheidsdossier terugkeert.

    • Affectieschade — jurisprudentie & praktijk

      Bundelt de rechtspraak en praktijk rond affectieschade sinds de invoering van art. 6:107 lid 1 sub b BW en de bijbehorende AMvB-bedragen.

    • Autoriteit Consument & Markt (ACM)

      Levert de ACM-leidraden en boetebesluiten over oneerlijke handelspraktijken en bedingen — de toezichtkant van het contractenrecht.

    • Kifid (financiële geschillen)

      Geeft de Kifid-uitspraken over zorgplicht en informatieplicht van financiële dienstverleners — buitengerechtelijke beslissingen die de civiele norm mede kleuren.

    Staat in élk profiel aan

    Deze vier doen altijd mee, ongeacht vakgebied, en hier zijn zij niet de bijrol maar het hoofdspoor: Boek 6 en Boek 7 BW op de peildatum, de Hoge Raad-lijn op ECLI en volledige tekst, het doorverwijzingsnetwerk waarmee een standaardarrest niet op één uitspraak blijft steunen, en de annotaties waarin een leerstuk is uitgewerkt.

    • Wetten.nl

      Levert Boek 6 BW (verbintenissen) en Boek 7 BW (bijzondere overeenkomsten) op de peildatum, met artikel en lid — bij verjaring en klachtplicht is de versie beslissend.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Levert de Hoge Raad-lijn rond ontbinding, Haviltex-uitleg en de Kelderluik-criteria op ECLI en volledige tekst.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      Traceert waar een standaardarrest verder wordt aangehaald, zodat een leerstuk niet op één uitspraak blijft steunen.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Ontsluit annotaties en artikelen uit onder meer het NJB, Ars Aequi en het Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade.

    Zegt dit dat het gebied leeg is? Nee — het zegt dat de diepte een verdieping lager zit. Contractuele garanties en overnamedocumentatie zitten bij ondernemingsrecht, aanneming en oplevering bij vastgoed- en bouwrecht, bedingen tegenover een consument bij consumentenrecht, en gebreken aan het gehuurde bij huurrecht. Die pagina's zijn onderling niet gelijkwaardig — huurrecht draagt één eigen bron, consumentenrecht drie — en elke pagina zegt zelf hoe dik of dun zij is. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    De hoofdregel en de tenzij

    Wanneer is een tekortkoming zwaar genoeg?

    Bijna elk contractueel geschil komt uit op één zin met een uitzondering erin. Boek 6 BW is daar consequent in: hoofdregel, dan een tenzij-bepaling, en de vraag wie wát moet stellen. LEO haalt die artikelen op met BWB-id, artikel en lid, en zet de rechtspraak die ze invult ernaast.

    Schadevergoeding: artikelen 6:74 en 6:75 BWBWBR0005289, geldend van 16 juli 2026
    Artikel 6:74 lid 1 BW: iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade te vergoeden die de schuldeiser daardoor lijdt, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Lid 2 voegt de verzuimeis toe voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is. Wat ‘niet toe te rekenen’ betekent, staat in artikel 6:75 BW: niet te wijten aan zijn schuld, en ook niet krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komend. Die laatste categorie is in de praktijk de grootste — en de reden dat een overmachtsberoep zelden op schuld strandt.
    Ontbinding: artikel 6:265 BW en wat de Hoge Raad ervan maakteECLI:NL:HR:2018:1810, r.o. 3.5
    Artikel 6:265 lid 1 BW geeft bij iedere tekortkoming de bevoegdheid tot gehele of gedeeltelijke ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis die ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt; lid 2 eist verzuim voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is. In een prejudiciële beslissing van 28 september 2018 heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk afgerekend met de lezing dat die tenzij-bepaling alleen ‘bij uitzondering’ of in een ‘zeldzaam’ geval toepassing zou vinden: hoofdregel en uitzondering brengen samen de materiële rechtsregel tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding. Diezelfde overweging wijst op de parlementaire geschiedenis, waarin al werd voorzien dat de afweging kan uitkomen op gedeeltelijke in plaats van algehele ontbinding.
    Wie moet wat stellenECLI:NL:HR:2018:1810, r.o. 3.6
    De structuur van hoofdregel en tenzij-bepaling bepaalt ook de bewijspositie, en dat is vaak beslissender dan de norm zelf. De schuldeiser moet stellen en zo nodig bewijzen dat er een tekortkoming is — en in voorkomend geval dat aan de verzuimeis van artikel 6:265 lid 2 BW is voldaan. Het is aan de schúldenaar om de omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen die op toepassing van de tenzij-bepaling zien. Wie in een dagvaarding of verweerschrift die verdeling omdraait, geeft een argument weg dat hij niet hoefde te geven.
    De twee vangnetten eromheenartikelen 6:248 lid 2 en 6:277 lid 1 BW
    Artikel 6:248 lid 2 BW laat een tussen partijen geldende regel buiten toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn — de derogerende werking, met een drempel die in de formulering zelf zit. En artikel 6:277 lid 1 BW regelt wat er ná ontbinding overblijft: de partij wier tekortkoming de ontbindingsgrond opleverde, moet de schade vergoeden die de wederpartij lijdt doordat geen wederzijdse nakoming maar ontbinding plaatsvindt. Ontbinden en schadevergoeding vorderen sluiten elkaar dus niet uit.

    Vier artikelen, één patroon: de wet geeft de regel, de Hoge Raad geeft het gewicht, en de bewijslastverdeling beslist het geschil. LEO draagt ze naast elkaar, met de vindplaats erbij.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Advocaat commerciële contracten · wanprestatie · leverancierszijde

    „Onze cliënt levert al drie jaar componenten onder een raamovereenkomst. De laatste twee zendingen bleken buiten tolerantie; de afnemer wil nu de hele raamovereenkomst ontbinden en zwijgt over alles wat daarvóór is geleverd. Hoe sterk staat hij?”

    Zo komt het antwoord terug

    De tenzij-bepaling is geen uitzonderingsventiel meer

    Artikel 6:265 lid 1 BW geeft bij iedere tekortkoming de bevoegdheid tot ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis die ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Als uw verweer op die tenzij-bepaling steunt, is HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 uw vertrekpunt: in r.o. 3.5 verwerpt de Hoge Raad uitdrukkelijk de opvatting dat de uitzondering alleen ‘bij uitzondering’ of in een ‘zeldzaam’ geval toepassing zou vinden, en formuleert hij de materiële regel dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding. Twee zendingen buiten tolerantie op drie jaar leveren is dus niet vanzelf voldoende gewicht — maar het wordt wel gewogen, en niet weggewuifd.

    En gedeeltelijk in plaats van geheel

    Dezelfde overweging haalt de parlementaire geschiedenis aan, waarin al staat dat de voorgeschreven afweging heel goed kan uitkomen op de conclusie dat een algehele ontbinding niet, maar een vorm van gedeeltelijke ontbinding wél door de tekortkoming gerechtvaardigd wordt. Bij een raamovereenkomst met deelleveringen is dat geen theoretisch alternatief maar de kern van het debat: ontbinden van de twee gebrekkige zendingen is iets anders dan de hele relatie beëindigen, en het verschil zit in de gevolgen die de ontbinding voor uw cliënt heeft.

    Wie moet dit alles stellen en bewijzen

    In r.o. 3.6 van hetzelfde arrest verdeelt de Hoge Raad de stelplicht: de schuldeiser stelt en bewijst zo nodig de tekortkoming, en in voorkomend geval dat aan de verzuimeis van artikel 6:265 lid 2 BW is voldaan; de schuldenaar stelt en bewijst zo nodig de omstandigheden die op toepassing van de tenzij-bepaling zien. Dat betekent twee dingen tegelijk voor uw processtuk. De afnemer moet het verzuim onderbouwen, niet u het ontbreken ervan — en de aard en de gevolgen die de ontbinding onredelijk maken, moet uw cliënt zélf op tafel leggen, met cijfers.

    Het zwijgen over de eerdere leveringen is uw andere kaart

    Artikel 6:89 BW ontneemt de schuldeiser het beroep op een gebrek als hij niet binnen bekwame tijd na ontdekking — of na het moment waarop hij het redelijkerwijze had moeten ontdekken — heeft geprotesteerd, en bij koop kent artikel 7:23 lid 1 BW dezelfde maatstaf met een eigen aanvang. Hoeveel tijd ‘bekwaam’ is, staat nergens in dagen: HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600 vraagt om een afweging van alle relevante omstandigheden, waaronder uitdrukkelijk het nadeel dat door het tijdsverloop aan de andere kant is ontstaan, naast de waarneembaarheid van de afwijking, de deskundigheid van partijen en hun onderlinge verhouding. Twee professionele partijen met eigen kwaliteitscontrole staan daarin anders dan een consument.

    En dan pas: wat staat er eigenlijk in de raamovereenkomst

    Een tolerantiebepaling leest zelden zichzelf. Sinds HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 geldt dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg: het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij mede van belang kan zijn tot welke maatschappelijke kringen zij behoren en welke rechtskennis van hen kan worden verwacht. LEO zet dat kader neer en haalt uw eigen stukken erbij; de uitleg die eruit volgt, blijft van u. En let op de volgorde in de bronnen: wilt u er de ACM-leidraden over bedingen bij hebben, dan moet het deelgebied overeenkomsten aanstaan.

    De vindplaatsen onder dit antwoord

    Zo ziet elk antwoord eruit: de stelling, de vindplaats, en de passage zelf — te openen in de bron waar hij op steunt. Niet een link naar een document, maar de zin.

    De termijnen

    Twee klokken die niet gelijk lopen.

    In het verbintenissenrecht lopen de klachtplicht en de verjaring naast elkaar, met eigen aanvangsmomenten en eigen gevolgen. Ze worden regelmatig door elkaar gehaald — en anders dan bij een leerstuk kost dat geen argument maar de hele vordering. LEO leest ze uit de bron in plaats van ze uit het hoofd te noemen.

    Klachtplicht: artikel 6:89 BWBWBR0005289, geldend van 16 juli 2026
    De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar heeft geprotesteerd. Geen termijn in dagen dus, maar een open norm — en die is in HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600 ingevuld: bij de vraag of tijdig is geprotesteerd moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden, waaronder het nadeel als gevolg van het tijdsverloop, en in elk geval ook op de waarneembaarheid van de afwijking, de deskundigheid van partijen, hun onderlinge verhouding, de aanwezige juridische kennis en de behoefte aan voorafgaand deskundig advies. De bepaling geldt voor álle verbintenissen, niet alleen voor koop.
    Koop: artikel 7:23 BW, met een eigen aftellingBWBR0005290, geldend van 1 juli 2026
    Artikel 7:23 lid 1 BW kent dezelfde ‘bekwame tijd’, maar met twee afwijkingen die vaak beslissend zijn: ontbreekt aan de zaak een eigenschap die de verkoper zei dat zij had, of gaat het om feiten die hij kende of behoorde te kennen maar niet meedeelde, dan telt pas de ontdekking; en bij een consumentenkoop is een kennisgeving binnen twee maanden na de ontdekking in elk geval tijdig. Lid 2 zet daar een tweede klok naast: rechtsvorderingen en verweren die op non-conformiteit stoelen verjaren twee jaar ná die kennisgeving. De koper houdt wel de bevoegdheid om tegen een vordering tot betaling zijn recht op prijsvermindering of schadevergoeding in te roepen, en lid 3 laat de termijn niet lopen zolang opzet van de verkoper de koper belet zijn rechten uit te oefenen.
    Verjaring: artikelen 3:307 en 3:310 BWBWBR0005291, geldend van 1 juli 2025
    Twee verschillende vorderingen, twee verschillende aanvangsmomenten. Artikel 3:307 lid 1 BW: een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Artikel 3:310 lid 1 BW: een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Die absolute termijn loopt dus door, ook als niemand iets wist.
    Stuiten is niet één handelingartikel 3:317 BW
    Lid 1 gaat over de vordering tot nakoming: die wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning óf door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Lid 2 gaat over álle andere rechtsvorderingen — de schadevergoedingsvordering voorop — en daar is een schriftelijke aanmaning alléén niet genoeg: zij stuit slechts als zij binnen zes maanden wordt gevolgd door een daad van rechtsvervolging in de zin van het voorafgaande artikel. Dat verschil tussen lid 1 en lid 2 is de reden dat een op zichzelf keurige stuitingsbrief soms niets heeft gestuit.

    De klachtplicht kost u het beroep op het gebrek, de verjaring kost u de vordering, en ze beginnen op verschillende dagen te lopen. Daarom staan ze op deze pagina naast elkaar en niet onder elkaar.

    Vragen uit dit vak

    Wat juristen hier als eerste vragen.

    Heeft LEO eigen bronnen voor verbintenissenrecht?
    Nee, en dat zeggen we liever hier dan dat u het bij de eerste zaak ontdekt. Geen enkele bron in de catalogus draagt een verbintenissenrechttag. Dat is geen omissie maar een gevolg van hoe dit vak in elkaar zit: verbintenissenrecht is de wortel van een tak en niet een gebied met een eigen bibliotheek. Wat u krijgt als u het aanvinkt, is de basisset — de wettekst op de peildatum, de Hoge Raad-lijn op ECLI, het doorverwijzingsnetwerk en de annotaties — plus de vakinhoudelijke instructie waarmee LEO op dit terrein werkt. De gecureerde corpora hangen een verdieping lager, aan de deelgebieden.
    Welke deelgebieden brengen wél eigen bronnen mee?
    Drie, en ze liggen ver uit elkaar. Onder aansprakelijkheid komen de richtlijnen en aanbevelingen van de Letselschade Raad mee — buitengerechtelijke kosten, smartengeld, huishoudelijke hulp, zelfwerkzaamheid — naast twee corpora over schadebegroting per post en over normering van buitengerechtelijke kosten in langlopende zaken. Onder onrechtmatige daad komt de affectieschadepraktijk mee. En onder overeenkomsten schuiven de ACM-leidraden en boetebesluiten over oneerlijke handelspraktijken en bedingen aan, samen met de Kifid-uitspraken over zorg- en informatieplicht van financiële dienstverleners. Kiest u alleen het hoofdgebied, dan blijft die hele laag uit.
    Kent LEO Boek 6 en Boek 7 BW op de peildatum van mijn dossier?
    Ja — hij vraagt ze op met BWB-id, artikel, lid en peildatum in plaats van uit een geheugen. Op 15 september 2026 stond Boek 6 BW (BWBR0005289) op de versie die geldt vanaf 16 juli 2026, Boek 7 BW (BWBR0005290) op die vanaf 1 juli 2026 en Boek 3 BW (BWBR0005291) op die vanaf 1 juli 2025. Ligt uw peildatum eerder, dan levert hij de oudere geconsolideerde versie; bij verjaring en klachtplicht is dat geen formaliteit, want daar is de versie beslissend voor de uitkomst.
    Bepaalt LEO of een tekortkoming ontbinding rechtvaardigt?
    Nee — hij zet het kader en de vindplaatsen neer en laat de weging aan u, want die is naar haar aard feitelijk. Artikel 6:265 lid 1 BW geeft de bevoegdheid tot gehele of gedeeltelijke ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis die ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. In HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 heeft de Hoge Raad in r.o. 3.5 vastgesteld dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht op ontbinding geeft, en in r.o. 3.6 wie wát moet stellen en bewijzen. De omstandigheden waarop dat wordt toegepast, komen uit uw dossier.
    Hoe gaat LEO om met klacht- en verjaringstermijnen?
    Hij leest ze uit de bron in plaats van ze uit het hoofd te noemen, omdat ze niet gelijk lopen. Artikel 6:89 BW eist protest binnen bekwame tijd na ontdekking of na het moment waarop het gebrek redelijkerwijze had moeten worden ontdekt; artikel 7:23 lid 1 BW kent dezelfde maatstaf voor koop, met de regel dat bij een consumentenkoop een kennisgeving binnen twee maanden na de ontdekking tijdig is, en lid 2 laat de vordering twee jaar ná die kennisgeving verjaren. Daarnaast lopen de gewone termijnen door: vijf jaar voor nakoming vanaf de opeisbaarheid (artikel 3:307 lid 1 BW) en vijf jaar voor schadevergoeding vanaf bekendheid met schade én aansprakelijke, met in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis (artikel 3:310 lid 1 BW).
    Kan LEO een stuitingsbrief beoordelen?
    Hij legt de maatstaf naast uw brief; of de brief eraan voldoet, blijft uw oordeel. Het verschil dat daarbij het vaakst wordt gemist, staat in artikel 3:317 BW. Lid 1 geldt voor de vordering tot nakoming: die wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Lid 2 geldt voor alle andere rechtsvorderingen, zoals de vordering tot schadevergoeding, en daar stuit een schriftelijke aanmaning alléén als zij binnen zes maanden wordt gevolgd door een daad van rechtsvervolging. Een brief die onder lid 1 voldoende zou zijn, kan onder lid 2 niets hebben gestuit.
    Wat kan LEO in verbintenissenrecht juist níet?
    Drie dingen, en ze hangen samen met de vorige antwoorden. Voor koop en voor algemene voorwaarden is er geen enkel voor dit gebied aangelegd corpus: non-conformiteit, de zwarte en grijze lijst en de terhandstellingsplicht draaien hier op de wettekst en de rechtspraak uit de basisset. Voor normbedragen bij schadebegroting moet u het deelgebied aansprakelijkheid aanvinken, anders komt de Letselschade Raad niet mee. En hij neemt geen beslissing over gewicht, uitleg of tijdigheid — dat zijn precies de oordelen waarvoor u wordt ingeschakeld. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een contractdossier is het commerciële geheugen van een cliënt.

    Marges, tolerantiegrenzen, onderhandelingscorrespondentie en de reden waarom een clausule er ooit in kwam — het staat allemaal in de stukken die u erbij haalt. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.