Financieel recht

    AI voor advocaten en bedrijfsjuristen in het financieel recht.

    LEO doet het bronnen- en uitsprakenonderzoek voor uw financieelrechtelijke dossiers op de stukken waar dit vak op draait: de Wet op het financieel toezicht en titel 7.2A van Boek 7 BW op de peildatum die uw zaak vraagt, de uitspraken van Kifid en de SKGZ waarin een norm op een concreet geschil landt, en de Q&A's, guidelines en supervisory guides van ESMA, de EBA en het ECB-bankentoezicht. Dat laatste is geen sierlaag: een groot deel van wat hier geldt, wordt niet in Den Haag uitgelegd. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid, Q&A of ECLI.

    De bronnen

    Zeven bronnen die dit vak volgen tot buiten de wettekst.

    Bij een financieelrechtelijke vraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Zeven bronnen dragen een tag van dit knooppunt: drie Europese toezichtsautoriteiten, twee Nederlandse geschilinstanties en twee registers van toezichtsbesluiten. Wat ze gemeen hebben is dat ze allemaal buiten de wettekst staan — en dat is precies waar dit vak wordt beslist.

    Aangelegd voor financieel & economisch recht

    Autoriteit Consument & Markt (ACM)

    Live opgevraagd

    Levert de besluiten, boetes en leidraden van de ACM: het spoor waarlangs de Nederlandse markttoezichthouder een gedraging feitelijk heeft beoordeeld, tot in de gereguleerde sectoren energie, telecom, post en vervoer.

    SKGZ (geschillen zorgverzekeringen)

    Live opgevraagd

    Geeft de bindende adviezen over zorgverzekeringsgeschillen — dekking, eigen risico, naturapolis — van de onafhankelijke instantie die artikel 114 lid 1 Zorgverzekeringswet voorschrijft, en daarmee de lijn waarlangs polisvoorwaarden in de praktijk worden uitgelegd.

    Kifid (financiële geschillen)

    Live opgevraagd

    Brengt de uitspraken binnen waarin geschillen tussen consumenten en banken, verzekeraars, beleggingsondernemingen en intermediairs daadwerkelijk worden beslecht — uitspraken zonder ECLI, die dus buiten beeld blijven voor onderzoek dat bij Rechtspraak.nl ophoudt.

    ECB & ECB-bankentoezicht (publicaties)

    Live opgevraagd

    Levert het prudentiële perspectief van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme: supervisory guides, de SREP-methodologie en de toezichtsprioriteiten waarmee de ECB banken beoordeelt — precies de laag waarnaar artikel 1:75 Wft zelf doorverwijst.

    EBA — Europese Bankautoriteit (Single Rulebook Q&A & publicaties)

    Live opgevraagd

    Opent de Single Rulebook Q&A per wetsartikel, zodat een bepaling uit CRR, CRD, PSD2, DORA of MiCAR kan worden nageslagen op hoe zij volgens de EBA moet worden toegepast — met de kanttekening die de EBA er zelf bij zet: die antwoorden hebben geen bindende rechtskracht.

    ESMA — Europese Autoriteit voor Effecten en Markten

    Live opgevraagd

    Draagt het effecten- en marktentoezicht: guidelines, technical standards, opinions en final reports, de Q&A-database over onder meer MiFID II, MiCA, AIFMD, UCITS, CSDR, SFDR en BMR, en het EU-register van nationale sancties tegen beleggingsondernemingen.

    Europese Commissie — Mededingingszaken (DG COMP)

    Live opgevraagd

    Ontsluit het zaakregister van de Commissie met de besluitteksten per zaak; voor dít gebied telt vooral de staatssteunkant (SA-zaken), waar steunmaatregelen en interventies in de financiële sector zijn beoordeeld.

    Erbij zodra u fusiecontrole kiest

    Deze kennisbank hangt aan het deelgebied mededinging & fusiecontrole, niet aan het hoofdgebied. Kiest u alleen Financieel recht, dan komt hij niet mee; vinkt u dat deelgebied óók aan, dan wel.

    • Ondernemingsrecht — Corporate Governance (MCCG + Eumedion + VEUO)

      Draagt de Nederlandse corporate-governance soft law — de MCCG-code met monitoringrapport, het Eumedion-handboek, de VEUO-position paper en de SER Fusiegedragsregels — waarmee bij een concentratie de vragen over RvC/RvB-structuur, aandeelhoudersrechten en werknemersconsultatie beantwoord worden.

    Staat in élk profiel aan

    Deze doen altijd mee, ongeacht vakgebied. Voor dit gebied leveren ze de dragende laag: de geconsolideerde tekst van de Wft en van Boek 7 BW op elke peildatum, de bekendmakingen in de Staatscourant, het EU-recht via EUR-Lex en de nationale rechtspraak met ECLI.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Staatsblad, Staatscourant en Kamerstukken — waar u de parlementaire geschiedenis van een bepaling terugvindt.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      De procesreglementen en landelijke oriëntatiepunten van de Rechtspraak zelf: hoe een zaak feitelijk loopt, naast wat de wet voorschrijft.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — het niveau onder de wet waar de praktijk zich vaak op richt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • KvK Handelsregister

      De registerstand van een rechtspersoon: wie tekenbevoegd is, welke rechtsvorm, en of een entiteit nog bestaat.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Twee van de zeven — de ACM en het zaakregister van de Commissie — komen mee omdat dit knooppunt ook de mededingingstag draagt. Ze staan er dus terecht, maar deze pagina belooft geen mededingingsrechtelijke behandeling: dat onderwerp krijgt een eigen plek. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert, en onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen.

    Alle 110 officiële bronnen

    De peildatum

    Welke tekst gold er toen u die zaak aannam?

    In het financieel recht is een artikelnummer zonder peildatum bijna waardeloos. De Wft wordt meermaals per jaar gewijzigd, en de civielrechtelijke spiegelbepaling in Boek 7 BW loopt niet altijd gelijk op. Eén voorbeeld, nagemeten op 15 september 2026, laat zien waarom LEO de tekst met BWB-id en datum ophaalt in plaats van uit een geheugen.

    Wat de Geschillencommissie in maart 2026 citeerdeKifid, Geschillencommissie 31 maart 2026, nr. 2026-0304
    In een zaak over achteraf betalen bij een webwinkel haalde de commissie artikel 1:20 lid 1 onder e Wft aan als de bepaling die krediet uitzondert dat „binnen drie maanden dient te worden afgelost en terzake waarvan slechts onbetekenende kosten aan de consument in rekening worden gebracht”, en zette daar de gelijkluidende uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder e BW naast. Op die twee bepalingen draaide de hele vraag of de klacht behandelbaar was en of de kredietwaardigheidstoets van toepassing was.
    Wat er een half jaar later in de Wft staatWft, BWBR0020368, geldend van 1 september 2026
    In de versie die op 15 september 2026 geldt, gaat artikel 1:20 lid 1 onder e Wft over iets anders: over bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen van rentevrij krediet voor de betaling van kosten die zijn gericht op het tot stand brengen van een overeenkomst over een financieel product waarvoor het provisieverbod van artikel 4:25a lid 1 onderdeel b geldt. De term ‘onbetekenende kosten’ komt in de geconsolideerde Wft-tekst van die datum niet meer voor. Waarom dat zo is, moet u in de wetsgeschiedenis nalezen — wat hier telt, is dat een citaat van een half jaar oud al niet meer de geldende tekst hoeft te zijn.
    En wat er in Boek 7 BW wél nog staatartikel 7:58 lid 2 onder e BW, geldend van 1 juli 2026
    Daar is de uitzondering ongewijzigd aanwezig: titel 7.2A is niet van toepassing op „kredietovereenkomsten zonder rente en andere kosten, en kredietovereenkomsten waarbij het krediet binnen een termijn van drie maanden moet worden terugbetaald en slechts onbetekenende kosten worden aangerekend”. Toezichtrechtelijke en civielrechtelijke bepaling lopen op dit punt dus uit elkaar, en welke van de twee uw zaak draagt, hangt af van de vraag die u stelt.
    Hoe LEO daarmee omgaatwetten.overheid.nl, live opgevraagd
    Hij haalt de geldende tekst op met BWB-id, artikel, lid en peildatum in plaats van uit een geheugen dat de laatste wijziging gemist kan hebben, en zet de versie erbij in het antwoord. Vraagt uw dossier een oudere versie, dan levert hij die: de wettenbank draagt elke geconsolideerde versie apart.

    Deze vaststelling zelf heeft een houdbaarheidsdatum — daarom staat er een meetdatum bij, en daarom haalt LEO de tekst op in plaats van hem te onthouden.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Advocaat financieel recht · achteraf betalen · toezicht- en civiele kant

    „Onze cliënt biedt ‘achteraf betalen’ aan met een terugbetaaltermijn van dertig dagen en rekent alleen kosten bij te late betaling. Valt dat buiten het consumentenkredietregime, en waar landt een klacht hierover?”

    Zo komt het antwoord terug

    De uitzondering waar het om draait

    Artikel 7:58 lid 2 onder e BW haalt kredietovereenkomsten zonder rente en andere kosten, en kredietovereenkomsten waarbij binnen drie maanden moet worden terugbetaald tegen slechts onbetekenende kosten, buiten titel 7.2A. Een terugbetaaltermijn van dertig dagen zit ruim binnen die drie maanden, dus alles hangt op het woord ‘onbetekenend’ — en op de vraag welke kosten daarbij meetellen. Let er daarnaast op dat de toezichtrechtelijke spiegelbepaling niet zonder meer gelijk oploopt: artikel 1:20 lid 1 onder e Wft leest in de versie die geldt vanaf 1 september 2026 anders dan de tekst die in maart 2026 nog werd geciteerd.

    Wat de Hoge Raad daarover heeft beslist

    In de prejudiciële beslissing van 27 juni 2025 gaat de Hoge Raad precies over achteraf betalen bij een webwinkel. Het antwoord in rechtsoverweging 3.4.4 is tweeledig: vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten mogen bij die beoordeling niet in aanmerking worden genomen — ongeacht of zij op de wet of op de overeenkomst berusten, en ongeacht of zij hoger zijn dan het wettelijke tarief — maar zij moeten er wél bij worden betrokken als de kredietgever er vanaf het sluiten van de overeenkomst al op anticipeert dat de consument niet zal nakomen, om daar economisch voordeel uit te halen. De rechter moet dan alle omstandigheden onderzoeken, met name de aard van de rente en kosten, de termijnen waarop zij opeisbaar worden en hun bedrag.

    Hoe een geschilinstantie dat toepast

    De Geschillencommissie van Kifid deed dat op 31 maart 2026 in uitspraak 2026-0304. Zij stelde de aanbieder in de gelegenheid te onderbouwen dat zijn verdienmodel niet op wanbetaling anticipeert, wees op de verzwaarde motiveringsplicht die daarbij geldt, en oordeelde dat een enkele stelling daarover niet volstond. Gevolg: geen uitzondering, dus titel 7.2A BW van toepassing, dus de precontractuele informatieplichten van de artikelen 7:60 en 7:61 BW én de kredietwaardigheidstoets. Omdat die niet onderbouwd waren, vernietigde de commissie de kredietovereenkomst volledig op grond van artikel 3:40 lid 2 BW. Voor uw cliënt is de les vooral bewijsrechtelijk: het is aan hem om te onderbouwen dat hij buiten het regime valt.

    De toezichtkant, en waar de klacht landt

    Valt het krediet binnen het regime, dan geldt ook artikel 4:34 Wft: de aanbieder wint vóór de totstandkoming informatie in over de financiële positie van de consument en beoordeelt ter voorkoming van overkreditering of het aangaan verantwoord is (lid 1), en gaat de overeenkomst niet aan als dat onverantwoord zou zijn (lid 2). Een individuele klacht landt intussen niet bij de rechter maar bij Kifid, en daar loopt een eigen klok: volgens vraag 7 lid 1 van het Reglement Geschillencommissie kan een klacht worden ingediend tot drie maanden na een schriftelijk definitief standpunt waarin op die termijn is gewezen, tot een jaar nadat de klacht voor het eerst aan de dienstverlener is voorgelegd, of binnen een redelijke termijn na bekendheid met de mogelijkheid te klagen — waarbij de voor de consument gunstigste termijn geldt.

    Het toezicht

    De regel staat in Nederland, de uitleg staat elders.

    Een groot deel van wat in dit vak geldt, wordt niet door de nationale wetgever uitgelegd maar door de Europese toezichtsautoriteiten — en de Wft wijst daar zelf naar. Die laag draagt LEO als eigen bronnen.

    De Wft wijst zelf naar Frankfurtartikel 1:75 lid 1 en 2 Wft
    Lid 1 geeft de bevoegdheid tot het geven van een aanwijzing aan „de toezichthouder of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht”. Lid 2 doet hetzelfde voor De Nederlandsche Bank of de ECB wanneer tekenen worden ontwaard van een ontwikkeling die het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit van een financiële onderneming in gevaar kan brengen. De nationale wet erkent hier dus zelf dat het toezicht op de grootste instellingen elders ligt — en dan hoort het materiaal van die toezichthouder in de bronnenset.
    EBA — doorzoekbaar per wetsartikelSingle Rulebook Q&A, eba.europa.eu
    De Q&A-tool van de EBA beantwoordt vragen over de praktische toepassing van het Europese bankenrecht en dekt naar eigen opgave onder meer CRR, CRD, PSD2, MiCAR en DORA. De EBA zet er zelf bij dat de antwoorden geen bindende rechtskracht hebben, maar dat de toepassing ervan wel wordt gevolgd vanwege het belang voor een gelijk speelveld. LEO citeert ze daarom als wat ze zijn: gezaghebbende uitleg, geen regel.
    ESMA — guidelines, Q&A's en het sanctieregisteresma.europa.eu
    De documentbibliotheek met guidelines, technical standards, opinions en final reports, de Q&A-database over onder meer MiFID II, MiCA, DORA, AIFMD, UCITS, CSDR, SFDR en BMR, en het EU-register van nationale sancties tegen beleggingsondernemingen. Dat laatste is in de praktijk het snelste antwoord op de vraag hoe een lidstaat een bepaalde overtreding feitelijk heeft afgedaan.
    ECB-bankentoezicht — hoe een bank beoordeeld wordtbankingsupervision.europa.eu
    Supervisory guides, de SREP-methodologie en de uitkomsten daarvan, de lijst van instellingen die onder direct toezicht staan en de gepubliceerde sancties. Voor een prudentieel dossier is dat het verschil tussen weten wat de regel voorschrijft en weten hoe de toezichthouder hem toepast.

    Wat in deze set niet zit, zeggen we er liever zelf bij: de leidraden en beleidsregels van de AFM en DNB vormen geen eigen bron. Wat er wél binnenkomt is de bekendmaking in de Staatscourant via de officiële publicaties, en de wettekst zelf.

    Vragen uit dit vak

    Wat financieelrechtjuristen als eerste vragen.

    Welke versie van de Wft gebruikt LEO?
    De versie die op uw peildatum gold, opgevraagd bij wetten.overheid.nl met BWB-id, artikel, lid en datum — niet uit een geheugen. Dat is in dit vak geen formaliteit. Op 15 september 2026 stond de Wet op het financieel toezicht (BWBR0020368) op de versie die geldt vanaf 1 september 2026, en artikel 1:20 lid 1 onder e daarvan leest anders dan de tekst die de Geschillencommissie van Kifid op 31 maart 2026 nog citeerde; de spiegelbepaling in artikel 7:58 lid 2 onder e BW (geldend van 1 juli 2026) is ongewijzigd. Wie een half jaar oud citaat overneemt, citeert dus mogelijk niet het geldende recht.
    Doorzoekt LEO de uitspraken van Kifid en de SKGZ?
    Ja, allebei, als eigen bron. Dat is nodig omdat die uitspraken geen ECLI dragen en dus niet in de open data van Rechtspraak.nl staan, terwijl daar wel het grootste deel van de consumentengeschillen met banken, verzekeraars, beleggingsondernemingen en intermediairs wordt beslecht. Aan de zorgverzekeringskant gaat het om de onafhankelijke instantie die artikel 114 lid 1 Zorgverzekeringswet voorschrijft; artikel 114 lid 3 bepaalt dat die instantie advies vraagt aan het Zorginstituut wanneer het geschil gaat over de zorg of de vergoeding daarvan, en lid 4 geeft het Zorginstituut daarvoor vier weken.
    Wat doet LEO met Europees toezichtsmateriaal?
    Hij draagt drie Europese bronnen als eigen bron: de Single Rulebook Q&A en publicaties van de EBA, de guidelines, technical standards, Q&A's en registers van ESMA, en de supervisory guides, SREP-methodologie en toezichtsprioriteiten van het ECB-bankentoezicht. Hij presenteert dat materiaal ook als wat het is. De EBA zegt over haar Q&A-antwoorden zelf dat zij geen bindende rechtskracht hebben; LEO citeert ze daarom als gezaghebbende uitleg naast de regeltekst, niet als regel.
    Zit het beleid van de AFM en DNB erin?
    Niet als eigen bron, en dat is een echt gat in deze set. Leidraden, beleidsregels en Q&A's van de Nederlandse toezichthouders vormen geen corpus dat op dit profiel activeert. Wat wél binnenkomt zijn de bekendmakingen in de Staatscourant via de officiële publicaties — daar verschijnt bijvoorbeeld een beleidsregel wanneer hij wordt vastgesteld — plus de wettekst zelf en de bestuursrechtelijke uitspraken erover. De toezichtspraktijk die niet in de Staatscourant landt, ziet LEO op dit profiel niet.
    Behandelt deze pagina ook mededingingsrecht?
    Nee. De ACM en het zaakregister van de Europese Commissie zitten wél in de set, omdat het knooppunt financieel & economisch recht ook een mededingingstag draagt, en ze zijn hier nuttig: de ACM voor toezichtsbesluiten en boetes, het register van de Commissie vooral aan de staatssteunkant, waar steunmaatregelen in de financiële sector zijn beoordeeld. Maar kartel- en fusiecontrolepraktijk is een eigen vak met een eigen behandeling, en die belofte doet deze pagina niet.
    Kent LEO de klachttermijnen bij Kifid?
    Ja, uit het reglement zelf. Vraag 7 lid 1 van het Reglement Geschillencommissie Kifid (versie vanaf 1 april 2024) geeft drie ingangen: tot drie maanden nadat de financiële dienstverlener schriftelijk een definitief standpunt heeft ingenomen en de consument daarbij op die termijn heeft gewezen, tot een jaar nadat de klacht voor het eerst aan die dienstverlener is voorgelegd, of binnen een redelijke termijn nadat de consument wist of behoorde te weten dat hij kon klagen — en de voor hem gunstigste termijn geldt. Lid 3 laat een te late klacht alleen door wanneer de termijnoverschrijding niet aan de consument is te verwijten, of wanneer uit de houding van de dienstverlener blijkt dat hij een inhoudelijk oordeel wil.
    Wat kan LEO in financieel recht juist níet?
    Rekenen, en compleetheid beloven op de nationale beleidslaag. Hij berekent geen kapitaalseis, geen boetehoogte en geen schadevergoeding; hij levert de bepaling, de Q&A of de uitspraak waarop zo'n berekening moet steunen. Hij heeft geen eigen AFM- of DNB-corpus. En de corporate-governance kennisbank — MCCG, Eumedion, VEUO, de SER Fusiegedragsregels — komt er pas bij als u het deelgebied mededinging & fusiecontrole ook aanvinkt. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Toezichtscorrespondentie en cliëntpositie horen nergens anders thuis.

    Een financieelrechtelijk dossier bevat vaak lopende toezichtscorrespondentie, interne onderzoeken en commercieel gevoelige posities. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.