Transport- en handelsrecht

    AI voor transportrechtjuristen die eerst de verdragsvraag stellen.

    In een vervoerszaak staat de moeilijkste vraag vooraan: welk regime beheerst déze zending eigenlijk? CMR, de Hague-Visby Rules, het Verdrag van Montreal en Boek 8 BW hebben elk hun eigen aansprakelijkheidsgrens, hun eigen verjaringstermijn en hun eigen doorbraakmaatstaf, en ze lijken genoeg op elkaar om verwisseld te worden. LEO haalt de verdragsstatus op de vervoersdatum op bij de Verdragenbank, legt de verdragstekst naast Boek 8 BW op de peildatum en zet de Nederlandse uitspraken erbij. Elke stelling met vindplaats: verdrag, artikel, lid of ECLI.

    De bronnen

    Zes bronnen, waarvan er één voor dit vak is aangelegd.

    Bij een vervoersvraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Die set is hier smal, en dat is geen presentatiekeuze. Precies één bron draagt een transportrechttag: de Verdragenbank, die de vóórvraag beantwoordt — gold dit verdrag op de vervoersdatum jegens dit land, en met welke voorbehouden. Twee bronnen komen erbij zodra u het deelgebied douane aanvinkt, en drie staan in élk profiel aan. Per bron staat hieronder wat hij hier oplevert — niet in welk hokje hij thuishoort.

    Aangelegd voor transport- en handelsrecht

    Verdragenbank

    Live opgevraagd

    Stelt vast of het CMR-verdrag, het Verdrag van Montreal of de Hague-Visby Rules jegens het betrokken land golden op de vervoersdatum, met ratificatiedatum en gemaakte voorbehouden — de vraag vóór elke aansprakelijkheidslimiet.

    Erbij zodra u het deelgebied kiest

    Deze twee hangen niet aan transport- en handelsrecht als geheel maar aan het deelgebied douane, en ze dragen een fiscale tag in plaats van een vervoerstag. Kiest u alleen het hoofdgebied, dan blijven ze uit; vinkt u douane erbij aan, dan komt de heffingskant van een grensoverschrijdende zending mee.

    • Belastingdienst

      Levert de Nederlandse standpunten over douane-, accijns- en btw-behandeling van een grensoverschrijdende zending.

    • Europese Commissie — Belastingen & Douane (DG TAXUD)

      Geeft de EU-douaneprocedures, accijnsregels en CBAM-verplichtingen die bij invoer en doorvoer gelden.

    Staat in élk profiel aan

    Deze drie doen altijd mee, ongeacht vakgebied. In dit vak is dat geen bijrol maar het hoofdspoor: Boek 8 BW op de peildatum, de geconsolideerde verdragsteksten onder hun eigen BWBV-id, de Nederlandse uitspraken over vervoerdersaansprakelijkheid en het EU-douanerecht komen alle uit die basisset.

    • Wetten.nl

      Levert Boek 8 BW (verkeersmiddelen en vervoer) op de peildatum, met artikel en lid — het nationale spoor naast de vervoersverdragen.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Levert de Nederlandse uitspraken over vervoerdersaansprakelijkheid, ladingschade en beperking van aansprakelijkheid op ECLI en volledige tekst.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Geeft het Douanewetboek van de Unie en de EU-passagiersrechtenverordeningen, plus de HvJ-arresten daarover.

    Wat hier niet staat, is net zo belangrijk als wat er wel staat. Er is geen gecureerd corpus voor CMR-, zee-, binnenvaart- of luchtvaartrechtspraak, en ook niet voor brancherichtlijnen of vervoerscondities; wat LEO aan uitspraken vindt, komt uit de algemene ECLI-bron. De handelsrechtelijke helft van dit knooppunt heeft al helemaal geen eigen materiaal. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    De verdragen

    Welk regime beheerst déze zending?

    Vier verdragen, vier limieten, vier termijnen — en ze worden ook in vakpublicaties door elkaar gehaald. LEO haalt de status op bij de Verdragenbank en de tekst als geconsolideerd verdrag uit de wettenbank, met BWBV-id en toestandsdatum, zodat het getal in uw advies bij het juiste verdrag hoort.

    CMR — wegvervoerBWBV0005177, toestand 28 april 1986
    Artikel 1 lid 1 geeft de werkingssfeer: iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor vervoer van goederen over de weg, wanneer de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering in twee verschillende landen liggen waarvan er ten minste één partij bij het verdrag is — ongeacht woonplaats en nationaliteit van partijen. Lid 4 sluit postvervoer, vervoer van lijken en verhuizingen uit. Artikel 17 lid 1 legt de vervoerder aansprakelijkheid op voor verlies, beschadiging én vertraging tussen inontvangstneming en aflevering; lid 2 geeft de ontheffingsgronden en lid 4 de bijzondere gevaren, waaronder gebrekkige verpakking en lading of stuwing door de afzender. De grens staat in artikel 23 lid 3: de schadevergoeding kan niet meer bedragen dan 8,33 rekeneenheden voor elk ontbrekend kilogram brutogewicht.
    Hague-Visby — zeevervoer onder cognossementBWBV0006327, toestand 18 mei 1986 (Brussel 1924, gewijzigd bij de Protocollen van 1968 en 1979)
    Een andere limiet, en niet per kilogram alleen. Artikel 4 lid 5 onder a — in de praktijk aangehaald als art. IV lid 5 sub a — bepaalt dat de vervoerder noch het schip aansprakelijk is voor een bedrag hoger dan 666,67 rekeneenheden per collo of eenheid, dan wel 2 rekeneenheden per kilogram brutogewicht van de verloren of beschadigde goederen, waarbij het hóógste van die twee bedragen geldt. Onder c staat de containerregel: wat in het cognossement als in het vervoergerei verpakte colli is vermeld, telt als zoveel colli; staat er niets, dan is het gerei zelf één eenheid. Artikel 3 lid 6 geeft drie dagen voor de kennisgeving van niet-zichtbare schade en ontheft vervoerder en schip van elke aansprakelijkheid tenzij binnen een jaar na aflevering een rechtsvordering is ingesteld — een termijn die partijen ná het schadevoorval wél kunnen verlengen.
    Montreal — luchtvervoer, met een bewegende grensBWBV0001644, toestand 30 december 2009
    Hier zit de val niet in het verdrag maar in het citeren ervan. Artikel 35 lid 1 is hard: de rechtsvordering tot schadevergoeding moet op straffe van verval binnen twee jaar worden ingesteld, te rekenen vanaf de aankomst ter bestemming, de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of de onderbreking van het vervoer. De aansprakelijkheidsgrenzen zijn dat níet: artikel 24 lid 1 draagt de depositaris op ze elke vijf jaar te herzien aan de hand van een inflatiecoëfficiënt, en lid 2 laat zo'n herziening zes maanden na kennisgeving aan de verdragspartijen van kracht worden. Het bedrag dat in de geconsolideerde verdragstekst staat, is dus een vertrekpunt en niet noodzakelijk de grens die vandaag geldt. LEO noemt de tekstversie met toestandsdatum en zegt erbij dat de herziening buiten die tekst om loopt; hij vult geen bedrag in dat hij niet kan verantwoorden.
    Rotterdam Rules — nog geen geldend rechtVerdragenbank 010533 (New York, 11 december 2008); geconsolideerde tekst BWBV0005538
    Het verdrag dat de zeevervoerregimes zou vervangen, is er nog niet. Op 15 september 2026 is het veld ‘In werking’ in de Verdragenbank leeg — Nederland heeft het verdrag wel goedgekeurd, maar dat is iets anders dan inwerkingtreding — en de wettenbank zet boven élk artikel van de geconsolideerde tekst de aanduiding ‘Tekst zonder datum inwerkingtreding’. Dat maakt de inhoud niet oninteressant: artikel 59 lid 1 kent een limiet van 875 rekeneenheden per collo of andere laadeenheid dan wel 3 rekeneenheden per kilogram, het hoogste van die twee, en artikel 62 lid 1 een termijn van twee jaar. Maar het is toekomstig recht, en LEO presenteert het ook zo.

    Het patroon is steeds hetzelfde: eerst welk verdrag, dan welke limiet, dan welke termijn. Wie die volgorde omdraait, citeert vroeg of laat de grens van het verkeerde verdrag — en in dit vak scheelt dat een factor.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Transportrechtadvocaat · ladingschade · zijde van de ladingbelanghebbende

    „Een complete trailer met elektronica is in het weekend van een onbewaakt terrein gestolen. De vervoerder erkent aansprakelijkheid maar beroept zich op de CMR-limiet, en dat scheelt een veelvoud. Kunnen we daar doorheen?”

    Zo komt het antwoord terug

    Eerst: geldt de CMR hier eigenlijk?

    Artikel 1 lid 1 CMR eist dat de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering in twee verschillende landen liggen, waarvan er ten minste één partij bij het verdrag is. Is het vervoer zuiver binnenlands en hebben partijen de CMR alleen van toepassing verklaard, dan is dat niet vanzelf genoeg: de Hoge Raad heeft uitgemaakt dat zo'n keuze het dwingende Nederlandse recht alleen opzij zet als aan de eisen van artikel 8:1102 lid 1 BW is voldaan — uitdrukkelijk, niet via een verwijzing naar bedingen elders, en in een afzonderlijk geschrift voor dit vervoer (HR 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9308, r.o. 3.3.2). Die vraag hoort vóór de limietvraag te worden beantwoord, niet erna.

    Wat de limiet is, en wat hij niet omvat

    Artikel 23 lid 3 CMR: de schadevergoeding kan niet meer bedragen dan 8,33 rekeneenheden voor elk ontbrekend kilogram brutogewicht. Lid 7 zegt dat de rekeneenheid het bijzondere trekkingsrecht van het Internationale Monetaire Fonds is, en dat het bedrag wordt omgerekend in de munteenheid van de Staat van het gerecht volgens de waarde op de datum van het vonnis — niet die van de schade. Lid 4 zet er iets naast dat vaak wordt vergeten: vrachtprijs, douanerechten en de overige met het vervoer gemaakte kosten worden bij volledig verlies volledig en bij gedeeltelijk verlies naar verhouding terugbetaald. En lid 6 wijst de andere route: hogere vergoedingen alleen bij aangifte van de waarde of van een bijzonder belang bij de aflevering. Check dus eerst de vrachtbrief.

    De doorbraak, en de maatstaf die haar zo smal maakt

    Artikel 29 lid 1 CMR ontzegt de vervoerder het beroep op de beperkende bepalingen als de schade voortspruit uit zijn opzet of uit schuld die volgens de wet van het gerecht met opzet wordt gelijkgesteld; lid 2 trekt dat door naar ondergeschikten en hulppersonen. Naar Nederlands recht is die gelijkstelling artikel 8:1108 lid 1 BW: roekeloos en met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. De Hoge Raad heeft dat in r.o. 3.4.2 van het genoemde arrest subjectief ingevuld: daarvan is sprake wanneer degene die zich zo gedraagt het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich verwezenlijkt aanzienlijk groter is dan de kans dat dat niet gebeurt, maar zich daardoor niet laat weerhouden. In r.o. 3.4.3 sneuvelde het hof dat had geoordeeld dat de chauffeur ‘moet hebben geweten althans behoren te begrijpen’ dat de kans op diefstal zeer aanzienlijk was — juist die formulering verraadt dat hij zich er in concreto níet van bewust was.

    De klok loopt al

    Artikel 32 lid 1 CMR: rechtsvorderingen verjaren door verloop van een jaar, en in geval van opzet of daarmee gelijkgestelde schuld door verloop van drie jaar. Bij gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging loopt die termijn vanaf de dag van aflevering; bij volledig verlies vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn, of bij gebreke daarvan vanaf de zestigste dag na inontvangstneming. Lid 2 geeft één adempauze: een schriftelijke vordering schorst de verjaring tot de dag waarop de vervoerder haar schriftelijk afwijst en de stukken terugzendt. Het opzetdebat verlengt uw termijn dus mee — maar u kunt er niet op rekenen dat u het wint, en de terugval is één jaar.

    Wat LEO hier concreet doet

    Hij stelt eerst bij de Verdragenbank vast of de CMR op de vervoersdatum jegens de betrokken landen gold en met welke voorbehouden, haalt daarna de verdragstekst en Boek 8 BW op met hun eigen identificatie en toestandsdatum, en zet de Nederlandse rechtspraak over artikel 8:1108 BW ernaast met ECLI en overweging. Wat hij niet doet, is de koers van het bijzondere trekkingsrecht opzoeken en uw claim uitrekenen: die omrekening hangt aan de datum van het vonnis en is geen brononderzoek.

    Het nationale spoor

    En als het verdrag niet van toepassing is?

    Valt het vervoer buiten een verdrag, dan geldt Boek 8 BW — een boek met een eigen systematiek, eigen dwingend recht en verjaringstermijnen die per overeenkomst verschillen. LEO haalt het op met BWB-id, artikel en lid, op de peildatum die uw dossier vraagt.

    De kernverplichting, en de overmachtstoetsartikelen 8:1095 en 8:1098 BW
    Artikel 8:1095 BW is één zin en draagt de hele afdeling: de vervoerder is verplicht ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af te leveren en wel in de staat waarin hij hen heeft ontvangen. Artikel 8:1098 lid 1 geeft de ontsnapping en legt de lat hoog: geen aansprakelijkheid voor zover de beschadiging is veroorzaakt door een omstandigheid die een zórgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan zo'n vervoerder de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. Lid 2 sluit een beroep op gebrekkigheid van het voertuig uit, en lid 3 rekent onder ‘beschadiging’ ook geheel of gedeeltelijk verlies, vertraging en ieder ander schade veroorzakend feit.
    De limiet staat niet in het wetboekartikelen 8:1105, 8:1102 en 8:1108 BW
    Artikel 8:1105 BW noemt geen bedrag: de vervoerder is niet aansprakelijk boven ‘bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen bedragen’. Wie het cijfer zoekt, moet dus buiten het BW kijken — en wie het uit het hoofd noemt, noemt het uit een ander document dan hij denkt. Afwijken van het dwingende regime kan, maar alleen op de manier van artikel 8:1102 lid 1: uitdrukkelijk, anders dan door verwijzing naar bedingen in een ander geschrift, bij een in het bijzonder voor dit vervoer aangegane en in een afzonderlijk geschrift neergelegde overeenkomst. En artikel 8:1108 lid 1 verwoordt de doorbraak: geen beroep op enige beperking voor zover de schade is ontstaan uit eigen handelen of nalaten, hetzij met het opzet die schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.
    Expediteur of vervoerder — een ander regimeartikelen 8:60, 8:61 en 8:63 BW
    Artikel 8:60 BW omschrijft de overeenkomst tot het doen vervoeren: de expediteur verbindt zich jegens zijn opdrachtgever tot het met een vervoerder sluiten van een vervoerovereenkomst, of tot het maken van een beding daarin. Wie dat werk vervolgens zélf uitvoert, wordt op grond van artikel 8:61 lid 1 aangemerkt als de vervoerder uit die overeenkomst, en lid 2 verklaart ieder afwijkend beding nietig. Voert hij het niet zelf uit, dan legt artikel 8:63 lid 1 hem een informatieplicht op — onverwijld laten weten wélke vervoerovereenkomsten hij aanging, en alle documenten en gegevens verstrekken die tot verhaal kunnen dienen. Schiet hij daarin tekort, dan is hij volgens lid 3 een schadeloosstelling verschuldigd gelijk aan wat de opdrachtgever van hem had kunnen krijgen als hij de overeenkomst zelf had uitgevoerd, verminderd met wat de vervoerder alsnog betaalde.
    Drie termijnen die niet gelijk lopenartikelen 8:1711, 8:1712 en 8:1740 BW
    Artikel 8:1711 BW: een op een vervoerovereenkomst gegronde rechtsvordering verjaart door verloop van één jaar. Artikel 8:1712 lid 1 zet voor vervoer onder cognossement een vervaltermijn van één jaar, beginnend met de aanvang van de dag volgend op de dag van aflevering of de dag waarop had moeten worden afgeleverd, met in lid 2 drie maanden extra voor verhaal op een derde. En artikel 8:1740 lid 1 geeft voor de expeditieovereenkomst negen maanden — een termijn die korter is dan die van het vervoer dat eronder hangt, en die begint te lopen op de dag na de aflevering. Wie de verkeerde kwalificatie kiest, kiest daarmee ook de verkeerde klok.

    Boek 8 is geen restcategorie maar een eigen stelsel, met dwingend recht dat maar op één manier opzij te zetten is. Een artikelnummer zonder peildatum is hier geen vindplaats — en een limiet zonder de regeling waarin hij staat, is er ook geen.

    Vragen uit dit vak

    Wat transportjuristen als eerste vragen.

    Stelt LEO vast welk vervoersverdrag op mijn zending van toepassing was?
    Dat is precies waar de enige gebiedseigen bron voor is aangelegd. De Verdragenbank levert per verdrag de status jegens een land op een datum, met ratificatiedatum en gemaakte voorbehouden — de vraag die vóór elke aansprakelijkheidslimiet komt. De verdragstekst zelf staat geconsolideerd in de wettenbank onder een eigen BWBV-id, zodat LEO hem net als een wetsartikel met identificatie en toestandsdatum kan citeren. Wat hij daarna met de uitkomst doet, blijft aan u: de kwalificatie van de overeenkomst is juridisch werk, geen registervraag.
    Gelden de Rotterdam Rules al?
    Nee, en dat is een van de hardnekkigste misverstanden in dit vak. Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee kwam op 11 december 2008 te New York tot stand, maar het veld ‘In werking’ in de Verdragenbank is op 15 september 2026 nog leeg; Nederland heeft het wel goedgekeurd, wat iets anders is dan inwerkingtreding. De wettenbank plaatst boven élk artikel van de geconsolideerde tekst de aanduiding dat het tekst zonder datum van inwerkingtreding betreft. De limiet van artikel 59 lid 1 — 875 rekeneenheden per collo of andere laadeenheid, dan wel 3 per kilogram — en de tweejaarstermijn van artikel 62 lid 1 zijn dus toekomstig recht. LEO citeert ze alleen als zodanig.
    Rekent LEO de aansprakelijkheidslimiet voor mij uit?
    Nee. Hij geeft de limiet zoals die in de verdragstekst staat, met vermelding van wélk verdrag: onder de CMR 8,33 rekeneenheden per ontbrekend kilogram brutogewicht (artikel 23 lid 3), onder de Hague-Visby Rules 666,67 rekeneenheden per collo of eenheid dan wel 2 per kilogram, het hoogste van die twee (artikel 4 lid 5 onder a). De omrekening naar euro's doet hij niet: artikel 23 lid 7 CMR knoopt die aan de waarde van de munteenheid op de datum van het vonnis, en dat is een rekenhandeling met een peildatum die nog niet vaststaat. Bij het Verdrag van Montreal komt daar iets bij: artikel 24 draagt de depositaris op de grenzen elke vijf jaar te herzien, en zo'n herziening wordt zes maanden na kennisgeving van kracht — het bedrag in de verdragstekst is daar dus niet vanzelf de geldende grens, en LEO zegt dat erbij in plaats van een getal in te vullen.
    Doorzoekt LEO ook de CMR- en zeerechtspraak?
    Alleen voor zover die op ECLI staat, en dat is in dit vak een echte beperking. Er is geen gecureerd corpus voor vervoersrechtspraak, geen brancherichtlijnen en geen verzameling vervoerscondities; LEO leunt hier op de algemene bron met de Nederlandse uitspraken van Rechtspraak.nl. Uitspraken die alleen in een vaktijdschrift zijn gepubliceerd en geen ECLI dragen, blijven daarmee buiten beeld. Dat is dezelfde grens die in bouwzaken bij arbitrage speelt, en het is beter dat u hem kent voordat u een onderzoek op dit gebied uitbesteedt.
    Kent LEO Boek 8 BW en de verjaringstermijnen daarin?
    Ja, met BWB-id, artikel, lid en peildatum in plaats van uit het geheugen. Op 15 september 2026 stond Boek 8 BW (BWBR0005034) op de versie die geldt vanaf 1 juli 2026. De termijnen lopen daar niet gelijk: artikel 8:1711 BW geeft één jaar voor een op een vervoerovereenkomst gegronde rechtsvordering, artikel 8:1712 lid 1 een vervaltermijn van één jaar voor vervoer onder cognossement, en artikel 8:1740 lid 1 negen maanden voor de expeditieovereenkomst. En let op artikel 8:1105 BW: dat noemt geen bedrag maar verwijst voor de aansprakelijkheidsgrens naar een algemene maatregel van bestuur, dus het cijfer staat niet in het wetboek.
    Wat doet LEO met de douanekant van een zending?
    Die zit in dit gebied achter een keuze. De bronnen over douane-, accijns- en btw-behandeling hangen aan het deelgebied douane en dragen een fiscale tag, geen vervoerstag; vinkt u alleen transport- en handelsrecht aan, dan komen ze niet mee. Vinkt u douane er wél bij aan, dan levert LEO de Nederlandse standpunten en de EU-douaneprocedures die bij invoer en doorvoer gelden. Wat hij niet doet, is een tariefindeling vaststellen of een bindende inlichting over de indeling van uw goederen vervangen — dat is een besluit van de douaneautoriteit en geen brononderzoek.
    Wat kan LEO in transport- en handelsrecht juist níet?
    Drie dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Hij heeft geen eigen corpus voor vervoersrechtspraak, vervoerscondities of brancherichtlijnen — voor uitspraken valt hij terug op de algemene ECLI-bron. De handelsrechtelijke helft van dit knooppunt heeft al helemaal geen eigen materiaal: handelskoop, agentuur en distributie draaien hier op de wettekst en de rechtspraak uit de basisset, niet op iets wat voor dit vak is aangelegd. En hij rekent geen schadeclaim uit en zet geen bijzonder trekkingsrecht om in euro's. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt — verdrag, artikel, lid of ECLI — zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Vrachtbrieven en cognossementen zijn commercieel gevoelige stukken.

    Ladingwaarden, vervoerscondities, verzekeringsposities en de onderhandelingsruimte van uw cliënt staan er letterlijk in. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.