- Hoeveel bronnen zijn er speciaal voor insolventierecht aangelegd?
- Twee: het Centraal Insolventieregister en het gecureerde corpus met de Recofa-richtlijnen en de landelijke procesreglementen. Dat is smaller dan bij vastgoed-, arbeids- of familierecht, en het heeft weinig zin dat te verbloemen. Wat dit gebied desondanks bruikbaar maakt, is dat het insolventierecht grotendeels in één wet staat: de Faillissementswet komt uit de wettenbank die in élk profiel aanstaat, met artikel, lid en peildatum.
- Kent LEO de Recofa-richtlijnen, en welke versie?
- Ja, als gecureerde kennisbank én via een live koppeling met de Rechtspraak. Recofa is het landelijk overlegorgaan van rechters-commissarissen in insolventieprocedures. De actuele richtlijnen voor faillissementen en surseances gelden vanaf 5 februari 2026; daarnaast draagt het corpus de Recofa-richtlijnen voor de Wsnp en de landelijke procesreglementen. Het procesreglement voor Whoa-zaken bij de rechtbanken geldt vanaf 1 juli 2026, dat voor verzoekschriftprocedures insolventiezaken vanaf juli 2026. Deze documenten dragen geen ECLI en blijven dus onzichtbaar voor onderzoek dat bij Rechtspraak.nl ophoudt.
- Kan LEO in het Centraal Insolventieregister kijken?
- Ja. Het register is het wettelijke openbare register van faillissementen, surseances en schuldsaneringen; artikel 19 lid 1 Fw schrijft het voor en lid 3 bepaalt dat de griffier aan ieder kosteloze inzage verstrekt. LEO stelt daarmee vast of een partij insolvent is, wie de curator of bewindvoerder is, en leest de openbare verslagen die de curator op grond van artikel 73a lid 1 Fw telkens na drie maanden neerlegt „ter kosteloze inzage van een ieder”.
- Werkt LEO met de WHOA-termijnen, en hoe zeker zijn die?
- Hij leest ze uit de wettekst in plaats van ze uit het hoofd te noemen, omdat ze aan verschillende momenten hangen. Artikel 376 lid 2 Fw geeft de afkoelingsperiode een termijn van ten hoogste vier maanden en lid 5 maximeert de totale termijn inclusief verlengingen op acht maanden. Artikel 381 lid 1 eist dat het akkoord ten minste acht dagen vóór de stemming wordt voorgelegd, en lid 6 legt de drempel per klasse op twee derde van het totale bedrag aan vorderingen van de schuldeisers die binnen die klasse hebben gestemd. Artikel 383 lid 6 zet de homologatiezitting op ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na indiening. Op 15 september 2026 stond de Faillissementswet op de versie die geldt vanaf 1 september 2026.
- Welke bronnen komen er via de boom bij, en wat heb ik daaraan?
- Elf, langs twee tegengestelde wegen. Negen hangen aan het bovenliggende knooppunt Ondernemingsrecht — CVDR, OZON, Raad van State, iBabs, Notubiz, RVO, CORDIS, de Governancecode Zorg en de Tweede Kamer — en doen dus vanzelf mee. Ze dragen de brede tag ‘governance’ en zijn voor bestuur, bekendmaking en subsidie aangelegd; ze zijn nuttig voor het bestuurlijke spoor rond een onderneming, maar ze zijn geen insolventierechtelijke diepte en wij doen ook niet alsof. De andere twee hangen juist ónder dit knooppunt: de INSOLAD-praktijkregels en jaarboeken komen mee zodra u het deelgebied Faillissement aanvinkt, het WHOA-corpus met het evaluatie-onderzoek en de beslagrechtelijke KBvG-richtlijnen zodra u WHOA aanvinkt.
- Wat kan LEO in insolventierecht juist níet?
- Vier dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Er is geen fiscale insolventiebron: het bodemrecht van artikel 22 Invorderingswet 1990 en de bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden komen uit de wettekst en de rechtspraak, niet uit een Belastingdienstbron — die activeert op een fiscaal profiel en niet op dit profiel. Er is geen UWV-bron en geen corpus over de loongarantieregeling. Er is geen verhaalsonderzoek: LEO kijkt in het openbare register, niet in bankrekeningen of beslagregisters. En hij voert geen boedeladministratie en stelt geen uitdelingslijst op. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt.