Insolventierecht

    AI voor insolventieadvocaten en curatoren.

    Insolventierecht is een vak waarin één wet bijna alles draagt: faillissement, surseance, Wsnp en de WHOA staan samen in de Faillissementswet, en LEO haalt die tekst op met artikel, lid en peildatum. Daaromheen zitten de stukken die geen ECLI dragen en daardoor onzichtbaar blijven voor onderzoek dat bij Rechtspraak.nl ophoudt: de Recofa-richtlijnen, de landelijke procesreglementen en het Centraal Insolventieregister met de openbare verslagen van curatoren. Twee bronnen zijn speciaal voor dit gebied aangelegd — minder dan bij vastgoed of arbeidsrecht, en dat zeggen we liever hier dan dat u het zelf ontdekt.

    De bronnen

    Twee bronnen die voor dit vak apart zijn aangelegd.

    Bij een insolventievraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Die set is smal: twee bronnen dragen een eigen insolventietag. Waar het materiaal wél zit — de regels waaraan de rechter-commissaris en de curator zich houden, en het register waarin het dossier staat — zit het diep, en de wet zelf komt uit de basislaag die altijd aanstaat.

    Aangelegd voor insolventierecht

    Centraal Insolventieregister (Rechtspraak)

    Live opgevraagd

    Stelt vast of een rechtspersoon of natuurlijk persoon in faillissement, surseance of Wsnp zit, wie de curator of bewindvoerder is, en ontsluit de openbare verslagen die de curator op grond van artikel 73a Fw elke drie maanden neerlegt.

    Insolventie — Recofa-richtlijnen & Procesreglementen

    Volledige tekst

    Draagt de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances én die voor de Wsnp, de landelijke procesreglementen verzoekschriftprocedures insolventiezaken en WHOA, de werkinstructie financieel eindverslag en de garantstellingsregeling curatoren — het handboek waar het curatorschap feitelijk langs loopt, doorzoekbaar tot op de passage.

    Erbij via de boom

    Deze elf komen langs twee tegengestelde wegen. Negen hangen aan het bovenliggende knooppunt Ondernemingsrecht en doen dus vanzelf mee, maar ze dragen de brede tag ‘governance’ en zijn voor bestuur, bekendmaking en subsidie aangelegd — geen insolventiediepte, en we schrijven ze hier ook niet zo op. De INSOLAD-praktijkregels en het WHOA-corpus hangen juist ónder dit knooppunt: die komen pas mee als u het deelgebied Faillissement of WHOA óók aanvinkt.

    • Lokale regelgeving (CVDR)

      Geeft de geconsolideerde gemeentelijke en provinciale verordening op de peildatum, bijvoorbeeld een subsidie- of marktverordening waaraan een failliete onderneming gebonden was; hij is voor lokale regelgeving aangelegd en niet voor de boedel.

    • Omgevingswet (OZON)

      Zegt welke omgevingsplanregels op een bedrijfslocatie in de boedel gelden — relevant bij de verkoop van een perceel of opstal, en verder niet.

    • Raad van State (ABRvS-uitspraken en adviezen)

      Ontsluit de adviezen van de Afdeling advisering (W-nummers), die niet op rechtspraak.nl staan en bij een insolventiewetswijziging wél het inhoudelijke bezwaar bevatten.

    • iBabs (gemeenteraadsstukken)

      Vindt het raadsvoorstel of de notulen waarin een gemeente over een lening, garantstelling of grondtransactie met de later gefailleerde onderneming besloot.

    • Notubiz (gemeente-, provincie- en waterschapsstukken)

      Doet hetzelfde voor de honderden gemeenten, provincies en waterschappen die op Notubiz publiceren in plaats van op iBabs — samen dekken ze het bestuurlijke spoor, niet het insolventierechtelijke.

    • RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

      Geeft de voorwaarden van een nationale subsidie- of kredietregeling, zodat te zien is of een toekenning bij faillissement moet worden terugbetaald.

    • CORDIS (EU Horizon)

      Stelt vast of de onderneming deelnemer was in een EU-onderzoeksproject en welk consortiumdeel dus in de boedel valt — zeldzaam, en daarbuiten zonder betekenis voor dit vak.

    • Governancecode Zorg 2022

      Geeft de bestuurs- en toezichtnorm waaraan een zorginstelling zich had te houden — alleen bruikbaar als de gefailleerde onderneming een zorgaanbieder is.

    • Tweede Kamer — Parlementaire documenten

      Volgt de parlementaire behandeling van een wetsvoorstel dat de Faillissementswet raakt: moties, nota's naar aanleiding van het verslag en toezeggingen. Deze bron is een categorie die in de beheeromgeving aangezet moet worden.

    • Insolventie — INSOLAD Praktijkregels & Jaarboeken

      Draagt de INSOLAD-praktijkregels voor curatoren en de jaarboeken over de taak van de curator, doorstart en benadeling van schuldeisers — het normatieve kader bij een honorarium-, doorstart- of Pauliana-discussie.

    • Insolventie — WHOA, beslagrecht-raakvlak & statistiek

      Levert het WHOA-implementatiemateriaal inclusief het evaluatie-onderzoek, de KBvG-richtlijnen op het raakvlak met beslagrecht en de CBS-faillissementsstatistiek — de macro-context naast de wettekst.

    Staat in élk profiel aan

    Deze doen altijd mee, ongeacht vakgebied. Voor dit vak is dat geen bijzin: de Faillissementswet zelf — inclusief de WHOA-titel — komt uit de wettenbank, de rechtspraak uit de ECLI-bron, de Insolventieverordening uit EUR-Lex en de procesreglementen uit de reglementenbron van de Rechtspraak.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      Levert de Recofa-richtlijnen en de landelijke procesreglementen insolventiezaken en WHOA-zaken in de versie die vandaag geldt — de termijnen en indieningsvereisten die bepalen of een verzoek in behandeling komt, en die geen ECLI dragen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Geeft de Staatsblad- en Kamerstuktekst achter een wijziging van de Faillissementswet — de wetsgeschiedenis van de WHOA-titel staat daar, niet in de geconsolideerde wettekst.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Levert beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — bruikbaar wanneer een boedelvraag een uitkering of een tariefbeschikking raakt, maar het is geen insolventiemateriaal.

    • KvK Handelsregister

      Levert rechtsvorm, bestuurders en tekenbevoegdheid van de gefailleerde entiteit en van haar groepsmaatschappijen — de eerste stap in elke bestuurdersaansprakelijkheids- of Pauliana-vraag.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert, en de indeling is afgeleid uit de registry in plaats van opgeschreven. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    Eén wet, vier regimes

    Welke route ligt er open?

    Faillissement, surseance, Wsnp en de WHOA staan in dezelfde wet, met verschillende toegangseisen en verschillende klokken. LEO haalt die tekst op met BWB-id, artikel en lid; op 15 september 2026 stond de Faillissementswet (BWBR0001860) op de versie die geldt vanaf 1 september 2026.

    Faillissement begint bij een toestand, niet bij een tekortartikel 1 Fw
    Lid 1: de schuldenaar „die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen” wordt op eigen aangifte of op verzoek van een of meer van zijn schuldeisers bij rechterlijk vonnis failliet verklaard. Lid 2 voegt daaraan toe dat de faillietverklaring ook om redenen van openbaar belang op verzoek van het Openbaar Ministerie kan worden uitgesproken. Het gaat dus om de toestand, niet om een balanspositie.
    De Wsnp-termijn is anderhalf jaar, niet drieartikel 349a Fw
    Lid 1: de termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt anderhalf jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak — of van de dag van de eerste aflossing in het minnelijke traject van artikel 285 lid 1 onder f, als die eerder valt. In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste drieënhalf jaar stellen. Lid 2 laat de rechter-commissaris de termijn nadien wijzigen, met een maximum van vijf jaar. Dit is de termijn die op internet het vaakst verkeerd staat overgeschreven; LEO leest hem uit de wet.
    Pauliana: drie artikelen, drie bewijslastenartikelen 42, 43 en 47 Fw
    Artikel 42 lid 1 geeft de curator de bevoegdheid elke onverplichte rechtshandeling waarbij de schuldenaar wist of behoorde te weten dat benadeling het gevolg zou zijn, bij buitengerechtelijke verklaring te vernietigen; lid 2 eist bij een meerzijdige handeling anders dan om niet dezelfde wetenschap aan de andere kant. Artikel 43 keert de bewijslast om voor de in dat artikel genoemde gevallen als de handeling binnen een jaar vóór de faillietverklaring is verricht. Artikel 47 stelt bij de voldoening van een opeisbare schuld een veel zwaardere eis: wetenschap dat het faillissement al was aangevraagd, of overleg tussen schuldenaar en schuldeiser dat begunstiging beoogde.
    Het verslag van de curator is openbaarartikelen 19 en 73a Fw
    Artikel 73a lid 1: de curator brengt telkens na verloop van drie maanden verslag uit over de toestand van de boedel en legt dat neer ter griffie, „ter kosteloze inzage van een ieder”. Artikel 19 lid 1 schrijft daarnaast een centraal openbaar register voor, met in lid 3 dezelfde kosteloze inzage. Dat is de reden dat het Centraal Insolventieregister een bruikbare onderzoeksbron is en geen gesloten dossier.

    Vier regimes in één wet betekent dat het antwoord op „wat kan hier nog” afhangt van welk artikel u opslaat. Daarom staat bij elke stelling het artikel, het lid en de versie erbij.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Herstructureringsadvocaat · WHOA-traject · schuldenaarszijde

    „Wij bereiden een WHOA-akkoord voor bij een onderneming met een forse premieachterstand bij het bedrijfstakpensioenfonds. Kunnen we die schuld in het akkoord betrekken, en houdt de afkoelingsperiode het fonds tegen?”

    Zo komt het antwoord terug

    Wat de wettekst zelf zegt

    Artikel 369 lid 4 Fw sluit van de WHOA-afdeling uit: onder a de rechten van werknemers die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten in de zin van artikel 7:610 BW, en onder b vorderingen ter zake van reeds vervallen of in de toekomst tot uitkering komende pensioentermijnen. De slotzin van datzelfde lid is voor uw vraag beslissend: onder rechten van werknemers worden „mede verstaan vorderingen van werknemers tot betaling door hun werkgever van premie aan een pensioenuitvoerder”. Die zin staat er niet toevallig — zij codificeert wat de Hoge Raad eerder al besliste.

    Wat de Hoge Raad besliste

    In de prejudiciële beslissing van 25 februari 2022 oordeelde de Hoge Raad dat afdeling 2 van titel IV van de Faillissementswet niet van toepassing is op een vordering voor achterstallige premies van een bedrijfstakpensioenfonds, en dat die vordering niet in een onderhands akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw kan worden betrokken. De redenering loopt via de werknemer: de premievordering van het fonds correspondeert met het recht van de werknemer jegens zijn werkgever op premiebetaling, en dat recht vloeit voort uit de arbeidsovereenkomst.

    En nee, de afkoelingsperiode helpt hier niet

    De Hoge Raad merkte in dezelfde beslissing uitdrukkelijk op dat artikel 369 lid 4 Fw meebrengt dat een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw zich niet kan uitstrekken tot de rechten van werknemers, en dus ook niet tot de premievorderingen van het bedrijfstakpensioenfonds. Voor uw planning betekent dat: de vier maanden van artikel 376 lid 2, eventueel verlengd tot ten hoogste acht op grond van lid 5, kopen u tijd tegenover andere schuldeisers, maar niet tegenover dit fonds. Die schuld moet dus buiten het akkoord om worden opgelost, en dat is een financieringsvraag, geen akkoordvraag.

    De WHOA-klok

    Vier termijnen, vier aanknopingspunten.

    De WHOA staat in afdeling 2 van titel IV van de Faillissementswet, de artikelen 369 tot en met 387. De termijnen daarin worden buiten de wettekst vaak onnauwkeurig weergegeven, omdat ze aan verschillende momenten hangen. Hieronder staan ze zoals ze op 15 september 2026 in de wet staan.

    Wie mag aanbieden, en wie nietartikelen 369 en 370 Fw
    Artikel 370 lid 1 opent de route voor de schuldenaar „die verkeert in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan” — dus vóór het faillissement, niet erna. Artikel 369 lid 1 sluit de natuurlijke persoon zonder zelfstandig beroep of bedrijf uit, en ook banken, beleggingsondernemingen, verzekeraars en centrale tegenpartijen; datzelfde lid definieert de MKB-onderneming als een onderneming met minder dan 250 werkzame personen en een jaaromzet van ten hoogste € 50 miljoen of een balanstotaal van ten hoogste € 43 miljoen. Artikel 370 lid 3 vraagt een startverklaring ter griffie, die daar uiterlijk één jaar blijft liggen; de deponering is kosteloos.
    Afkoelingsperiode: vier maanden, te verlengen tot achtartikel 376 Fw
    Lid 2 kondigt de afkoelingsperiode af „voor een termijn van ten hoogste vier maanden”, waarin verhaal en opeising machtiging van de rechtbank vergen, beslagen kunnen worden opgeheven en de behandeling van een surseance- of faillissementsverzoek wordt geschorst. Lid 5 laat verlenging toe, maar met een harde bovengrens: de totale termijn inclusief verlengingen kan niet langer zijn dan acht maanden, en de verzoeker moet aannemelijk maken dat er belangrijke vooruitgang is geboekt — wat in ieder geval wordt aangenomen als het homologatieverzoek al is ingediend.
    Stemming: acht dagen vooraf, twee derde per klasseartikel 381 Fw
    Lid 1 eist dat het akkoord gedurende „een redelijke termijn die in ieder geval niet korter is dan acht dagen” vóór de stemming aan de stemgerechtigden wordt voorgelegd. Lid 6: een klasse van schuldeisers heeft ingestemd als het besluit is genomen door schuldeisers die samen ten minste twee derden vertegenwoordigen van het totale bedrag aan vorderingen van de schuldeisers die binnen die klasse hún stem hebben uitgebracht — de teller loopt dus over de uitgebrachte stemmen, niet over de hele klasse. Lid 7 doet hetzelfde voor aandeelhouders, gemeten naar geplaatst kapitaal.
    Van stemming naar homologatiezittingartikelen 382 en 383 Fw
    Artikel 382 lid 1: het verslag van de stemming volgt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zeven dagen. Artikel 383 lid 1: zodra ten minste één klasse heeft ingestemd kan om homologatie worden verzocht, waarbij die ene klasse bij een akkoord dat in-the-money-vorderingen wijzigt uit die categorie schuldeisers moet bestaan. Lid 6 zet de zitting op ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na indiening van het verzoek en terinzagelegging van het verslag; lid 8 geeft stemgerechtigden tot aan de dag van de zitting de gelegenheid schriftelijk om afwijzing te vragen.

    Acht dagen vóór de stemming, zeven dagen erna, acht tot veertien dagen tot de zitting, en vier maanden afkoeling die tot acht kan oplopen. Wie die reeks uit het hoofd opschrijft, heeft er meestal één fout in; daarom leest LEO ze op uit de wettekst zelf en zet hij het artikel erbij.

    Vragen uit dit vak

    Wat insolventiejuristen als eerste vragen.

    Hoeveel bronnen zijn er speciaal voor insolventierecht aangelegd?
    Twee: het Centraal Insolventieregister en het gecureerde corpus met de Recofa-richtlijnen en de landelijke procesreglementen. Dat is smaller dan bij vastgoed-, arbeids- of familierecht, en het heeft weinig zin dat te verbloemen. Wat dit gebied desondanks bruikbaar maakt, is dat het insolventierecht grotendeels in één wet staat: de Faillissementswet komt uit de wettenbank die in élk profiel aanstaat, met artikel, lid en peildatum.
    Kent LEO de Recofa-richtlijnen, en welke versie?
    Ja, als gecureerde kennisbank én via een live koppeling met de Rechtspraak. Recofa is het landelijk overlegorgaan van rechters-commissarissen in insolventieprocedures. De actuele richtlijnen voor faillissementen en surseances gelden vanaf 5 februari 2026; daarnaast draagt het corpus de Recofa-richtlijnen voor de Wsnp en de landelijke procesreglementen. Het procesreglement voor Whoa-zaken bij de rechtbanken geldt vanaf 1 juli 2026, dat voor verzoekschriftprocedures insolventiezaken vanaf juli 2026. Deze documenten dragen geen ECLI en blijven dus onzichtbaar voor onderzoek dat bij Rechtspraak.nl ophoudt.
    Kan LEO in het Centraal Insolventieregister kijken?
    Ja. Het register is het wettelijke openbare register van faillissementen, surseances en schuldsaneringen; artikel 19 lid 1 Fw schrijft het voor en lid 3 bepaalt dat de griffier aan ieder kosteloze inzage verstrekt. LEO stelt daarmee vast of een partij insolvent is, wie de curator of bewindvoerder is, en leest de openbare verslagen die de curator op grond van artikel 73a lid 1 Fw telkens na drie maanden neerlegt „ter kosteloze inzage van een ieder”.
    Werkt LEO met de WHOA-termijnen, en hoe zeker zijn die?
    Hij leest ze uit de wettekst in plaats van ze uit het hoofd te noemen, omdat ze aan verschillende momenten hangen. Artikel 376 lid 2 Fw geeft de afkoelingsperiode een termijn van ten hoogste vier maanden en lid 5 maximeert de totale termijn inclusief verlengingen op acht maanden. Artikel 381 lid 1 eist dat het akkoord ten minste acht dagen vóór de stemming wordt voorgelegd, en lid 6 legt de drempel per klasse op twee derde van het totale bedrag aan vorderingen van de schuldeisers die binnen die klasse hebben gestemd. Artikel 383 lid 6 zet de homologatiezitting op ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na indiening. Op 15 september 2026 stond de Faillissementswet op de versie die geldt vanaf 1 september 2026.
    Welke bronnen komen er via de boom bij, en wat heb ik daaraan?
    Elf, langs twee tegengestelde wegen. Negen hangen aan het bovenliggende knooppunt Ondernemingsrecht — CVDR, OZON, Raad van State, iBabs, Notubiz, RVO, CORDIS, de Governancecode Zorg en de Tweede Kamer — en doen dus vanzelf mee. Ze dragen de brede tag ‘governance’ en zijn voor bestuur, bekendmaking en subsidie aangelegd; ze zijn nuttig voor het bestuurlijke spoor rond een onderneming, maar ze zijn geen insolventierechtelijke diepte en wij doen ook niet alsof. De andere twee hangen juist ónder dit knooppunt: de INSOLAD-praktijkregels en jaarboeken komen mee zodra u het deelgebied Faillissement aanvinkt, het WHOA-corpus met het evaluatie-onderzoek en de beslagrechtelijke KBvG-richtlijnen zodra u WHOA aanvinkt.
    Wat kan LEO in insolventierecht juist níet?
    Vier dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Er is geen fiscale insolventiebron: het bodemrecht van artikel 22 Invorderingswet 1990 en de bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden komen uit de wettekst en de rechtspraak, niet uit een Belastingdienstbron — die activeert op een fiscaal profiel en niet op dit profiel. Er is geen UWV-bron en geen corpus over de loongarantieregeling. Er is geen verhaalsonderzoek: LEO kijkt in het openbare register, niet in bankrekeningen of beslagregisters. En hij voert geen boedeladministratie en stelt geen uitdelingslijst op. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt.

    Een boedeldossier raakt derden die er niet om gevraagd hebben.

    In een faillissementsdossier staan crediteurenlijsten, arbeidsovereenkomsten en bankgegevens van mensen die zelf geen partij zijn. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.