Mededingingsrecht

    AI voor mededingingsjuristen die niets op gezag aannemen.

    In dit vak doen twee teksten het meeste werk: de Mededingingswet en de artikelen 101 en 102 VWEU. Daaromheen ligt wat de handhavers ervan maken — de boete-, toezeggings- en concentratiebesluiten van de ACM en de zaakdossiers van DG COMP. LEO leest die lagen naast elkaar en zet onder elke stelling de vindplaats: artikel, lid of ECLI. Dat de set voor dit gebied smal is, leest u hieronder liever van ons dan dat u het zelf ontdekt.

    De bronnen

    Twee bronnen dragen hier een eigen gebiedstag.

    Bij een mededingingsvraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit knooppunt hoort. Die set is klein: twee bronnen zijn voor dit gebied aangelegd, en het zijn allebei handhavers — geen gecureerd vakcorpus. Het dragende materiaal komt hier uit de bronnen die in élk profiel al aanstonden: de wettekst, de Europese teksten en de rechtspraak. Dat is een eerlijker beschrijving dan een lange lijst waarvan de helft ergens anders over gaat.

    Aangelegd voor mededingingsrecht

    Autoriteit Consument & Markt (ACM)

    Live opgevraagd

    De openbare boete- en sanctiebesluiten, toezeggingsbesluiten en leidraden van de toezichthouder die artikel 6 en artikel 24 Mededingingswet handhaaft — en die op grond van artikel 88 Mededingingswet óók de artikelen 101 en 102 VWEU toepast.

    Europese Commissie — Mededingingszaken (DG COMP)

    Live opgevraagd

    De zaakdossiers van DG COMP op zaaknummer: wie is aangesproken, op welke grondslag en met welke uitkomst — de Europese helft van hetzelfde verbod, die u bij een grensoverschrijdend kartel nodig heeft naast het Nederlandse besluit.

    Komt mee via het knooppunt erboven

    Mededingingsrecht hangt in de boom onder Financieel & economisch recht, en deze vijf dragen de bredere tags van dát knooppunt. Ze doen dus automatisch mee, maar ze gaan over financieel toezicht en financiële geschilbeslechting — niet over kartels of machtsposities. Wij tellen ze daarom niet mee als diepte van dit vakgebied. Zoekt u ze om zichzelf, dan is de pagina Financieel recht de plek waar ze thuishoren.

    • SKGZ (geschillen zorgverzekeringen)

      Bindende adviezen over zorgverzekeringsgeschillen. Hij komt mee omdat mededingingsrecht onder Financieel & economisch recht hangt; voor een kartel- of machtspositievraag levert hij niets, voor een zorgverzekeringszaak alles.

    • Kifid (financiële geschillen)

      De uitspraken van de Geschillencommissie en de Commissie van Beroep over banken, verzekeraars en adviseurs — nuttig zodra uw zaak de financiële dienstverlening zelf raakt, en niet zodra zij de concurrentie daartussen raakt.

    • ECB & ECB-bankentoezicht (publicaties)

      Toezichtpublicaties en verwachtingen van de ECB en het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme. Prudentieel toezicht, geen mededingingstoezicht: hij zegt iets over de soliditeit van een bank, niet over de marktstructuur waarop die bank concurreert.

    • EBA — Europese Bankautoriteit (Single Rulebook Q&A & publicaties)

      De Single Rulebook Q&A: hoe de EBA een bepaling uit het bankenrecht uitgelegd wil zien. Bruikbaar in een financieel-rechtelijke vraag, niet in een mededingingsrechtelijke — hij normeert gedrag jegens de toezichthouder, niet jegens concurrenten.

    • ESMA — Europese Autoriteit voor Effecten en Markten

      Richtsnoeren, Q&A's en toezichtverklaringen over effectenmarkten en marktmisbruik. Marktmisbruik in de zin van ESMA is iets anders dan misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 24 Mededingingswet; verwar de twee niet, en deze bron helpt alleen bij de eerste.

    Staat in élk profiel aan

    Deze dragen hier het meeste gewicht, en dat is voor dit gebied geen understatement: de Mededingingswet en het Burgerlijk Wetboek via wetten.nl, het EU-recht via EUR-Lex, de nationale rechtspraak via Rechtspraak.nl en de literatuur via OpenAlex.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Staatsblad, Staatscourant en Kamerstukken — waar u de parlementaire geschiedenis van een bepaling terugvindt.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      De procesreglementen en landelijke oriëntatiepunten van de Rechtspraak zelf: hoe een zaak feitelijk loopt, naast wat de wet voorschrijft.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — het niveau onder de wet waar de praktijk zich vaak op richt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • KvK Handelsregister

      De registerstand van een rechtspersoon: wie tekenbevoegd is, welke rechtsvorm, en of een entiteit nog bestaat.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert, en er staat bij waaróm hij activeert. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven. Naburige gebieden claimen wij niet: financieel toezicht staat op de pagina Financieel recht, en dat is bewust een andere pagina.

    Alle 110 officiële bronnen

    De twee verboden

    Nationaal en Europees verbieden hetzelfde, apart.

    De Mededingingswet spiegelt de Europese verboden, maar zij is een eigen tekst met eigen drempels en een eigen boeteregime. LEO haalt die tekst op met BWB-id, artikel en lid, op de peildatum die uw dossier vraagt — op 15 september 2026 stond de Mededingingswet (BWBR0008691) op de versie die geldt vanaf 1 september 2025.

    Het kartelverbodartikel 6 Mededingingswet
    Lid 1 verbiedt „overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst”. Lid 2 maakt ze van rechtswege nietig. Lid 3 bevat de uitzondering voor afspraken die bijdragen aan verbetering van productie of distributie of aan technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de voordelen de gebruikers ten goede komt en de beperkingen onmisbaar zijn. En lid 4 legt de bewijslast daarvoor waar hij ligt: „Een onderneming of ondernemersvereniging die zich op het derde lid beroept, bewijst dat aan dat lid is voldaan.”
    De bagatel, met twee ingangenartikel 7 Mededingingswet
    Lid 1 zet het verbod opzij bij ten hoogste acht betrokken ondernemingen én een gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van niet meer dan € 5.500.000 als het in hoofdzaak om het leveren van goederen gaat, of € 1.100.000 in alle andere gevallen. Lid 2 is de tweede, zelfstandige ingang: tussen daadwerkelijke of potentiële concurrenten geldt het verbod niet bij een gezamenlijk marktaandeel van niet meer dan 10% op geen van de relevante markten, mits de handel tussen lidstaten niet merkbaar ongunstig wordt beïnvloed. Lid 3 telt gelijkluidende parallelle overeenkomsten als één overeenkomst — de val waar netwerkafspraken op stuklopen.
    Misbruik van een machtspositieartikel 24 Mededingingswet
    Eén volzin: „Het is ondernemingen verboden misbruik te maken van een economische machtspositie.” De hele inhoud van dit verbod zit dus in de rechtspraak en in de besluitpraktijk — precies de twee lagen die LEO erbij haalt in plaats van de wettekst te herhalen.
    Waarom de ACM ook Europees toetstartikel 88 Mededingingswet
    De ACM „wordt aangemerkt als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin van verordening 1/2003 en als bevoegde autoriteit in de zin van verordening 139/2004” en oefent de bevoegdheid uit om de artikelen 101 en 102 van het Verdrag toe te passen. Een Nederlands besluit kan daardoor op twee grondslagen tegelijk rusten, en artikel 12 Mededingingswet sluit het nationale verbod bovendien uit voor wat krachtens een Europese groepsvrijstellingsverordening buiten artikel 101 lid 1 is geplaatst.
    Wat er op het spel staatartikel 57 Mededingingswet
    De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming. Bij overtreding van artikel 6 lid 1 wordt dat maximum vermenigvuldigd met het aantal jaren dat de overtreding heeft geduurd, met een maximum van vier jaar en een minimum van één. En bij recidive binnen vijf jaar vóór de dagtekening van het rapport gaat het maximum met 100% omhoog.

    Vijf artikelen, vijf verschillende vragen — en geen ervan is te beantwoorden met een samenvatting. Daarom citeert LEO de tekst en zet hij de peildatum erbij.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Advocaat mededingingsrecht · follow-on schadeclaim · afnemerszijde

    „Onze cliënt heeft jaren ingekocht bij een leverancier die door de ACM is beboet voor een kartel. Dat besluit is inmiddels onherroepelijk. Hoe hard staat de claim, en wat doe ik met het doorberekeningsverweer?”

    Zo komt het antwoord terug

    Wat u niet meer hoeft te bewijzen

    Artikel 161a Rv bepaalt dat een onherroepelijk besluit houdende een inbreukbeslissing van de ACM „onweerlegbaar bewijs” oplevert van de vastgestelde inbreuk in een procedure waarin schadevergoeding wordt gevorderd wegens een inbreuk op het mededingingsrecht als bedoeld in artikel 6:193k onder a BW. Daar bovenop zet artikel 6:193l BW het vermoeden dat telt: „Een kartel, dat een inbreuk op het mededingingsrecht vormt, wordt vermoed schade te veroorzaken.” De inbreuk staat dus vast en de schade wordt vermoed; het debat verschuift naar de omvang.

    Het doorberekeningsverweer, en hoe de Hoge Raad het ordent

    Artikel 6:193p BW laat het verweer uitdrukkelijk toe dat de benadeelde de meerkosten heeft doorberekend, en artikel 6:193q BW geeft de indirecte afnemer een vermoeden de andere kant op. In TenneT/ABB overwoog de Hoge Raad dat een doorberekeningsverweer zowel in het schadebegrip van de artikelen 6:95-6:97 BW als in de voordeelstoerekening van artikel 6:100 BW kan worden ondergebracht, en dat dit „twee benaderingwijzen [zijn] die niet wezenlijk van elkaar verschillen”. Voor voordeelstoerekening is vereist dat er een condicio sine qua non-verband bestaat tussen de normschending en het voordeel, en dat het met inachtneming van de in artikel 6:98 BW besloten maatstaf redelijk is het voordeel in rekening te brengen — waarbij de Hoge Raad uitdrukkelijk terugkwam van eerdere, strengere eisen aan „eenzelfde gebeurtenis”.

    De klok, die anders loopt dan u gewend bent

    Artikel 6:193s BW kent een eigen verjaringsregime: vijf jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop de inbreuk is stopgezet én de benadeelde bekend is geworden met de inbreuk, de schade en de aansprakelijke persoon, en in ieder geval twintig jaar na stopzetting. Artikel 6:193t lid 2 verlengt die termijn zolang een mededingingsautoriteit handelingen verricht in haar onderzoek of procedure, met een verlenging ter grootte van de periode tot de definitieve inbreukbeslissing, vermeerderd met een jaar. Houd daarbij artikel 6:193m BW in beeld: hoofdelijkheid is de hoofdregel, met een beperking voor kleine en middelgrote ondernemingen met een marktaandeel dat voortdurend onder vijf procent lag, en met een eigen positie voor de ontvanger van immuniteit.

    Concentratiecontrole

    Melden, en dan vier weken wachten.

    Het tweede spoor van dit vak loopt op de klok. De termijnen staan in de wet en zijn hard; de omzetberekening eronder is uw werk. Let op de afbakening: fusiecontrole hangt in de boom aan een zusterknooppunt, dus wat hier staat leunt op de wettekst uit wetten.nl — die altijd meedoet — en niet op een bron die speciaal daarvoor is aangelegd.

    De drempelsartikel 29 Mededingingswet
    Het concentratiehoofdstuk geldt bij een gezamenlijke omzet van de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar van meer dan € 150.000.000, waarvan ten minste twee van hen ieder ten minste € 30.000.000 in Nederland behaalden. Voor pensioenfondsen in de zin van de Pensioenwet geldt lid 4 met een eigen maatstaf: meer dan € 500.000.000 aan bruto geboekte premies, waarvan ieder van ten minste twee betrokken ondernemingen € 100.000.000 van Nederlandse ingezetenen ontving.
    Het standstill-verbodartikel 34 lid 1 Mededingingswet
    „Het is verboden een concentratie tot stand te brengen voordat het voornemen daartoe aan de Autoriteit Consument en Markt is gemeld en vervolgens vier weken zijn verstreken.” In de zorg komt daar lid 2 bij: zonder goedkeuring of ontheffing op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg kan er niet eens worden gemeld.
    Vier weken, en wat er gebeurt als ze verstrijkenartikel 37 Mededingingswet
    De ACM deelt binnen vier weken na ontvangst van de melding mee of een vergunning is vereist; zij kan dat bepalen als zij reden heeft aan te nemen dat de daadwerkelijke mededinging significant zou kunnen worden belemmerd. Lid 5 is de bepaling die het tijdpad van een transactie maakt: is binnen vier weken geen mededeling gedaan, dan is voor de concentratie géén vergunning vereist — met een termijn die aanvangt op de eerstvolgende dag na ontvangst die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is in de zin van de Algemene termijnenwet.
    De tweede faseartikel 41 Mededingingswet
    Zonder vergunning een vergunningplichtige concentratie tot stand brengen is verboden. De vergunning wordt geweigerd als de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan significant zou worden belemmerd, met name door het in het leven roepen of versterken van een economische machtspositie. Lid 4 laat beperkingen en voorschriften toe — de wettelijke haak onder remedies.

    Een termijn zonder peildatum is in dit vak geen vindplaats maar een gok, en de bedragen in artikel 7 en artikel 29 kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. LEO haalt ze daarom op uit de geldende tekst en zet de versie erbij.

    Vragen uit dit vak

    Wat mededingingsjuristen als eerste vragen.

    Werkt LEO met de Mededingingswet én met de artikelen 101 en 102 VWEU?
    Ja, en hij houdt ze uit elkaar. De Mededingingswet haalt hij op bij wetten.nl met BWB-id, artikel, lid en peildatum — op 15 september 2026 stond BWBR0008691 op de versie die geldt vanaf 1 september 2025. Het Europese spoor komt uit EUR-Lex, een bron die in elk profiel aanstaat. Dat de twee sporen elkaar raken staat in de wet zelf: artikel 88 Mededingingswet merkt de ACM aan als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin van verordening 1/2003 en als bevoegde autoriteit in de zin van verordening 139/2004, en artikel 12 Mededingingswet zet artikel 6 lid 1 opzij voor wat krachtens een Europese groepsvrijstellingsverordening buiten artikel 101 lid 1 is geplaatst.
    Doorzoekt LEO de besluiten van de ACM en van de Europese Commissie?
    Ja — dat zijn precies de twee bronnen die voor dit vakgebied apart zijn aangelegd: de ACM en de zaakdossiers van DG COMP. Twee dingen erbij, omdat ze het verschil maken. Een besluit van een toezichthouder is geen rechterlijke uitspraak en draagt geen ECLI; het is een bestuursbesluit waartegen bezwaar en beroep openstaan, en pas wanneer het onherroepelijk is krijgt het de bewijskracht van artikel 161a Rv. En wat niet openbaar is — clementieverklaringen, vertrouwelijke passages, dossierstukken uit een lopend onderzoek — zit in geen enkele publieke bron, dus ook niet hier.
    Rekent LEO zelf uit of een afspraak onder de bagatelvrijstelling valt?
    Nee. Hij zet de twee ingangen van artikel 7 Mededingingswet naast elkaar en laat de toepassing aan u. Lid 1: ten hoogste acht betrokken ondernemingen én een gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van niet meer dan € 5.500.000 bij overwegend goederenlevering, of € 1.100.000 in alle andere gevallen. Lid 2, zelfstandig: tussen daadwerkelijke of potentiële concurrenten een gezamenlijk marktaandeel van niet meer dan 10% op geen van de relevante markten, mits de handel tussen lidstaten niet merkbaar ongunstig kan worden beïnvloed. Let op lid 3 — gelijkluidende parallelle overeenkomsten tellen samen als één — en op lid 5: aantal en bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd, dus de peildatum doet ertoe.
    Kan LEO beoordelen of een overname bij de ACM gemeld moet worden?
    Hij levert het kader en de termijnen; de omzetberekening en de afbakening van de betrokken ondernemingen komen uit uw dossier. Artikel 29 Mededingingswet: meer dan € 150.000.000 gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar, waarvan ten minste twee betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30.000.000 in Nederland. Artikel 34 lid 1: melden en daarna vier weken wachten voordat de concentratie tot stand mag worden gebracht. Artikel 37 lid 5: is binnen vier weken geen mededeling gedaan, dan is geen vergunning vereist. Eén afbakening hoort u erbij te weten: fusiecontrole hangt in de productboom aan een zusterknooppunt van dit gebied, dus dit antwoord steunt op de wettekst en niet op een bron die speciaal voor concentratiezaken is aangelegd.
    Waarom staan Kifid, SKGZ, ECB, EBA en ESMA in de bronnenlijst van dit gebied?
    Omdat mededingingsrecht in de productboom onder Financieel & economisch recht hangt en deze vijf de bredere tags van dát knooppunt dragen. Ze activeren dus echt, en daarom staan ze er — wij laten een bron niet weg omdat hij ons slecht uitkomt. Maar ze gaan over financieel toezicht en financiële geschilbeslechting, niet over kartels of machtsposities, en u moet ze niet lezen als diepte van dit vakgebied. Waar ze wél thuishoren, is de pagina Financieel recht.
    Wat kan LEO in mededingingsrecht juist níet?
    Drie dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Er is voor dit gebied geen gecureerd vakcorpus aangelegd, zoals dat er voor IE of letselschade wél is: commentaren en annotaties komen hooguit langs via de algemene literatuurbron. Staatssteun en aanbestedingsrecht liggen buiten dit knooppunt — aanbestedingsrecht hangt onder publiekrecht en heeft een eigen bronafleiding, dus offertevervalsing komt hier binnen als kartelvraag en niet als aanbestedingsvraag. En hij berekent geen schade en geen marktaandeel: de economische onderbouwing van een claim blijft het werk van u en uw economisch deskundige. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een kartelonderzoek is het dossier dat een bedrijf het minst wil delen.

    Interne notities, prijsgegevens, clementie-afwegingen: in dit vak is het materiaal zelf het risico. Wat u in LEO zet, blijft van u — uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.