- Werkt LEO met de Mededingingswet én met de artikelen 101 en 102 VWEU?
- Ja, en hij houdt ze uit elkaar. De Mededingingswet haalt hij op bij wetten.nl met BWB-id, artikel, lid en peildatum — op 15 september 2026 stond BWBR0008691 op de versie die geldt vanaf 1 september 2025. Het Europese spoor komt uit EUR-Lex, een bron die in elk profiel aanstaat. Dat de twee sporen elkaar raken staat in de wet zelf: artikel 88 Mededingingswet merkt de ACM aan als de mededingingsautoriteit voor Nederland in de zin van verordening 1/2003 en als bevoegde autoriteit in de zin van verordening 139/2004, en artikel 12 Mededingingswet zet artikel 6 lid 1 opzij voor wat krachtens een Europese groepsvrijstellingsverordening buiten artikel 101 lid 1 is geplaatst.
- Doorzoekt LEO de besluiten van de ACM en van de Europese Commissie?
- Ja — dat zijn precies de twee bronnen die voor dit vakgebied apart zijn aangelegd: de ACM en de zaakdossiers van DG COMP. Twee dingen erbij, omdat ze het verschil maken. Een besluit van een toezichthouder is geen rechterlijke uitspraak en draagt geen ECLI; het is een bestuursbesluit waartegen bezwaar en beroep openstaan, en pas wanneer het onherroepelijk is krijgt het de bewijskracht van artikel 161a Rv. En wat niet openbaar is — clementieverklaringen, vertrouwelijke passages, dossierstukken uit een lopend onderzoek — zit in geen enkele publieke bron, dus ook niet hier.
- Rekent LEO zelf uit of een afspraak onder de bagatelvrijstelling valt?
- Nee. Hij zet de twee ingangen van artikel 7 Mededingingswet naast elkaar en laat de toepassing aan u. Lid 1: ten hoogste acht betrokken ondernemingen én een gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar van niet meer dan € 5.500.000 bij overwegend goederenlevering, of € 1.100.000 in alle andere gevallen. Lid 2, zelfstandig: tussen daadwerkelijke of potentiële concurrenten een gezamenlijk marktaandeel van niet meer dan 10% op geen van de relevante markten, mits de handel tussen lidstaten niet merkbaar ongunstig kan worden beïnvloed. Let op lid 3 — gelijkluidende parallelle overeenkomsten tellen samen als één — en op lid 5: aantal en bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd, dus de peildatum doet ertoe.
- Kan LEO beoordelen of een overname bij de ACM gemeld moet worden?
- Hij levert het kader en de termijnen; de omzetberekening en de afbakening van de betrokken ondernemingen komen uit uw dossier. Artikel 29 Mededingingswet: meer dan € 150.000.000 gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar, waarvan ten minste twee betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30.000.000 in Nederland. Artikel 34 lid 1: melden en daarna vier weken wachten voordat de concentratie tot stand mag worden gebracht. Artikel 37 lid 5: is binnen vier weken geen mededeling gedaan, dan is geen vergunning vereist. Eén afbakening hoort u erbij te weten: fusiecontrole hangt in de productboom aan een zusterknooppunt van dit gebied, dus dit antwoord steunt op de wettekst en niet op een bron die speciaal voor concentratiezaken is aangelegd.
- Waarom staan Kifid, SKGZ, ECB, EBA en ESMA in de bronnenlijst van dit gebied?
- Omdat mededingingsrecht in de productboom onder Financieel & economisch recht hangt en deze vijf de bredere tags van dát knooppunt dragen. Ze activeren dus echt, en daarom staan ze er — wij laten een bron niet weg omdat hij ons slecht uitkomt. Maar ze gaan over financieel toezicht en financiële geschilbeslechting, niet over kartels of machtsposities, en u moet ze niet lezen als diepte van dit vakgebied. Waar ze wél thuishoren, is de pagina Financieel recht.
- Wat kan LEO in mededingingsrecht juist níet?
- Drie dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Er is voor dit gebied geen gecureerd vakcorpus aangelegd, zoals dat er voor IE of letselschade wél is: commentaren en annotaties komen hooguit langs via de algemene literatuurbron. Staatssteun en aanbestedingsrecht liggen buiten dit knooppunt — aanbestedingsrecht hangt onder publiekrecht en heeft een eigen bronafleiding, dus offertevervalsing komt hier binnen als kartelvraag en niet als aanbestedingsvraag. En hij berekent geen schade en geen marktaandeel: de economische onderbouwing van een claim blijft het werk van u en uw economisch deskundige. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.