Media- en reclamerecht

    AI voor media- en reclamerechtjuristen die wet en code uit elkaar houden.

    Dit vak loopt over twee sporen die op elkaar zijn vastgeschroefd: de Mediawet 2008, met het Commissariaat voor de Media als toezichthouder, en de Nederlandse Reclame Code, met de Reclame Code Commissie als zelfregulerend college. LEO leest ze naast elkaar en zegt erbij welke van de twee hij citeert — een aanbeveling van de Commissie is geen vonnis, en dat verschil bepaalt vaak het advies. Elke stelling met vindplaats: artikel, code-artikel of ECLI. Dat de eigen bronnenset hier smal is, leest u hieronder liever van ons dan dat u het zelf ontdekt.

    De bronnen

    Eén bron is hier voor dit vak apart aangelegd.

    Eén, en dat schrijven we liever op dan dat we zeven bronnen opsommen waarvan er zes over octrooien en merken gaan. De Reclame Code Commissie draagt de gebiedstag; zij brengt de volledige Nederlandse Reclame Code mee — het Algemeen Deel en de Bijzondere Reclamecodes — met de uitspraken waarin die normen zijn toegepast. De Mediawet 2008 komt uit wetten.nl, en dat is geen tweede keus: die bron staat in élk profiel aan en levert de geldende tekst op de peildatum die uw dossier vraagt.

    Aangelegd voor media- en reclamerecht

    Reclame Code Commissie (SRC)

    Live opgevraagd

    De Nederlandse Reclame Code — het Algemeen Deel én de ruim twintig Bijzondere Reclamecodes, van de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing tot de Code voor Duurzaamheidsreclame — met de uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep waarin die normen zijn toegepast.

    Komt mee via het knooppunt IE-recht

    Media- en reclamerecht hangt in de boom onder IE-recht, en deze zes dragen de bredere tags van dát knooppunt. Twee ervan verdienen hier hun plek: de merkenregisters van EUIPO en BOIP, omdat vergelijkende reclame in artikel 6:194a lid 2 BW deels op merkgebruik draait. De octrooibronnen en het corpus over contractmanagement en M&A-soft-law staan verder van dit vak af; die komen mee, maar wij rekenen ze niet mee. IE-recht zelf heeft een eigen pagina.

    • EPO Open Patent Services (octrooien)

      Octrooifamilies, rechtsgeldigheid en status uit het Europese octrooiregister. Hij komt mee omdat dit gebied onder IE-recht hangt; voor een reclamevraag is hij pas relevant wanneer de uiting zélf een technische claim over een geoctrooieerde vinding doet.

    • EUIPO Trade Mark Register

      Het Uniemerkenregister: wie houdt welk merk, voor welke waren en diensten, en sinds wanneer. In vergelijkende reclame is dat geen zijvraag — artikel 6:194a lid 2 BW verbiedt onder meer verwarring met een concurrent en het trekken van oneerlijk voordeel uit de bekendheid van diens merk.

    • BOIP Beneluxmerkenregister

      Dezelfde vraag voor de Benelux, waar een campagne die alleen hier loopt vaak op stuit: een merk dat niet als Uniemerk is ingeschreven maar wél als Beneluxmerk, blijft onzichtbaar als u alleen het EUIPO-register raadpleegt.

    • Ondernemingsrecht — Contractmanagement & M&A soft-law

      Modelbepalingen en contractpraktijk uit de ondernemingsrechtelijke hoek. Hij activeert hier op de bedrijfsjuristentag van het IE-knooppunt en is bruikbaar bij de contractkant van een campagne — een licentie, een influencerovereenkomst — en niet bij de beoordeling van de uiting zelf.

    • IE — NL/Benelux praktijk (Orde Octrooi + BMM + AIPPI-NL + OCNL)

      De Nederlandse en Benelux IE-praktijkstof van de beroepsorganisaties. Voor dit gebied is dat de merkenhelft die u nodig heeft zodra een uiting het merk van een ander gebruikt; de reclamerechtelijke beoordeling zelf komt uit de Reclame Code en de wet.

    • IE — EU/Internationaal examination (EUIPO + WIPO + AIPPI)

      De onderzoeks- en examinationpraktijk van EUIPO en WIPO. Relevant wanneer een campagne over de grens loopt en u wilt weten hoe een merk daar is beoordeeld; voor de vraag of een post herkenbaar genoeg is, levert hij niets.

    Staat in élk profiel aan

    Deze dragen hier het meeste gewicht: de Mediawet 2008 en het Burgerlijk Wetboek via wetten.nl, de bekendmakingen via Officiële Publicaties, het EU-recht via EUR-Lex, de rechtspraak via Rechtspraak.nl en de literatuur via OpenAlex.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Staatsblad, Staatscourant en Kamerstukken — waar u de parlementaire geschiedenis van een bepaling terugvindt.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      De procesreglementen en landelijke oriëntatiepunten van de Rechtspraak zelf: hoe een zaak feitelijk loopt, naast wat de wet voorschrijft.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — het niveau onder de wet waar de praktijk zich vaak op richt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • KvK Handelsregister

      De registerstand van een rechtspersoon: wie tekenbevoegd is, welke rechtsvorm, en of een entiteit nog bestaat.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert, en er staat bij waaróm. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven. En wat een naburig gebied draagt, claimen wij hier niet: auteursrecht, portretrecht en merkinbreuk staan op de pagina IE-recht.

    Alle 110 officiële bronnen

    Wet en code

    De code is geen wet, en zit toch in de wet.

    Het aardige aan dit vak is dat het stelsel zichzelf uitlegt: de Mediawet 2008 verplicht partijen zich bij de Nederlandse Reclame Code aan te sluiten, terwijl die code zelf zelfregulering blijft. Wie dat verschil in een advies laat vervagen, belooft een cliënt een vonnis dat er niet is. LEO haalt de wettekst op met BWB-id, artikel en lid — op 15 september 2026 stond de Mediawet 2008 (BWBR0025028) op de versie die geldt vanaf 1 januari 2026.

    De aansluitplichtartikelen 2.92, 3.6 en 3a.4 Mediawet 2008
    Artikel 3.6 lid 1 bepaalt dat een commerciële media-instelling die reclame- of telewinkelboodschappen in het programma-aanbod opneemt, „is aangesloten bij de Nederlandse Reclame Code of een vergelijkbare door de Stichting Reclame Code tot stand gebrachte regeling en ter zake onderworpen aan het toezicht van de Stichting Reclame Code”. Artikel 2.92 legt dezelfde plicht op aan de Ster en aan regionale en lokale publieke media-instellingen; artikel 3a.4 aan de aanbieder van een videoplatform die audiovisuele commerciële communicatie in de handel brengt, verkoopt of organiseert. In alle drie de gevallen wordt de aansluiting bewezen met een schriftelijke verklaring van de Stichting Reclame Code aan het Commissariaat.
    En als de zelfregulering tekortschietartikel 9.16 Mediawet 2008
    Dan schuift de wetgever aan. De Minister stelt regels ter uitvoering van artikel 22 van de Europese richtlijn „voor zover naar het oordeel van Onze Minister een of meer van deze artikelen niet, niet voldoende, niet juist of niet tijdig zijn uitgewerkt in de Nederlandse Reclame Code of in een vergelijkbare door de Stichting Reclame Code tot stand gebrachte regeling, dan wel de Stichting Reclame Code in gebreke blijft met het toezicht daarop”. Zelfregulering met een wettelijke terugvaloptie: dat is de constructie waar dit vak op rust.
    Wat de Commissie oplegt — en wat nietStichting Reclame Code, Werkwijze, hoofdstukken 5 en 11
    Wijst de Reclame Code Commissie een klacht toe, dan doet zij een „aanbeveling” waarbij zij de adverteerder aanbeveelt voortaan niet meer op die wijze reclame te maken; bij reclame waarin denkbeelden worden gepropageerd geeft zij een „vrijblijvend advies”. Een uitspraak is na veertien dagen definitief tenzij beroep wordt ingesteld, en na zeven dagen bij een spoedeisende zaak. Naleving wordt gevolgd door de afdeling Compliance; wie meedeelt geen gevolg te zullen geven of niet reageert, kan worden vermeld in de rubriek Non-compliant op reclamecode.nl. Geen dwangsom, geen executoriale titel — reputatie en mediatoegang zijn het drukmiddel.
    Wat de civiele rechter ermee doetRb. Amsterdam 20 maart 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1512, r.o. 4.19
    In de collectieve actie van Stichting Fossielvrij tegen KLM overwoog de rechtbank dat de Stichting Reclame Code de NRC in het kader van zelfregulering heeft opgesteld en dat „deze regels – en de daarop gebaseerde uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep – (…) het wettelijke civielrechtelijke normenkader nader in[kleuren]”. De rechter toetst dus zelf aan de wet, en gebruikt de code als invulling van de open norm. Hij verklaarde vervolgens voor recht dat vijftien van de negentien bestreden uitingen misleidend en onrechtmatig waren.
    De wettelijke norm zelfartikelen 6:194 en 6:194a BW
    Artikel 6:194 BW maakt een misleidende mededeling over eigen goederen of diensten onrechtmatig jegens een andere ondernemer, met in lid 2 en lid 3 de misleidende omissie — waaronder het niet laten blijken van het commerciële oogmerk. Artikel 6:194a BW definieert vergelijkende reclame en somt in lid 2 de acht cumulatieve voorwaarden op waaronder zij geoorloofd is, van objectieve vergelijking van wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken tot het verbod op verwarring en op het trekken van oneerlijk voordeel uit de bekendheid van een merk. Artikel 13 van de Nederlandse Reclame Code herhaalt diezelfde voorwaarden in de code — zelfde toets, ander loket.

    Twee sporen, twee soorten uitkomsten. Een advies dat niet zegt welk spoor het bewandelt, is in dit vak geen advies.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Advocaat media- en reclamerecht · influencercampagne · adverteerderszijde

    „Onze cliënt laat een campagne draaien met zes creators op Instagram en TikTok. Eén van hen kreeg alleen gratis producten en zette geen vermelding onder de post. Er is nu een klacht bij de Reclame Code Commissie. Hoe erg is dat, en wie loopt welk risico?”

    Zo komt het antwoord terug

    Dat er geen betaling was, helpt niet

    De Reclamecode Social Media & Influencer Marketing definieert een Relevante Relatie als de relatie tussen Adverteerder en Verspreider die is gericht op het verspreiden van reclame „tegen betaling of enig ander voordeel”, en de toelichting bij de update van 2026 noemt het ontvangen van gratis producten expliciet als zo'n voordeel — naast uitnodigingen, kortingscodes, affiliate links, commissies en zelfs zichtbaarheid uit een repost in afstemming met de adverteerder. Bestaat die relatie, dan schrijft artikel 3 onder b voor dat zij uitdrukkelijk in de uiting wordt vermeld; artikel 11.1 van het Algemeen Deel eist bovendien dat reclame op zichzelf al duidelijk als zodanig herkenbaar is. Uw cliënt is daarbij niet de toeschouwer: Adverteerder is in artikel 2 onder c mede degene die de Verspreider stimuleert tot het maken of openbaar maken van de uiting.

    Wat een uitspraak van de Commissie wél en niet is

    De Commissie wijst een klacht toe of af. Bij toewijzing doet zij een aanbeveling om voortaan niet meer op die wijze reclame te maken; de uitspraak is na veertien dagen definitief, of na zeven dagen als de zaak spoedeisend was. Er volgt geen dwangsom en geen executoriale titel — de afdeling Compliance volgt de naleving, en wie niet meewerkt kan op de lijst Non-compliant belanden, die volgens de SRC ook onder de aandacht van toezichthouders wordt gebracht. Onderschat het zakelijke effect daarvan niet: artikel 3.6 lid 1 Mediawet 2008 verplicht commerciële media-instellingen die reclame opnemen tot aansluiting bij de code en tot onderwerping aan het toezicht van de Stichting Reclame Code, en aangesloten media-instellingen zenden een als strijdig bevonden uiting niet meer uit.

    De twee sporen die hierna open blijven staan

    Het eerste is bestuursrechtelijk: voldoet het account van die creator aan de vier criteria uit de beslisboom van het Commissariaat — YouTube, TikTok en/of Instagram, minimaal 24 video's in twaalf maanden, voordeel, en dat voordeel ten goede aan een KvK-ingeschreven onderneming — dan is er sprake van een commerciële mediadienst op aanvraag in de zin van artikel 3.29a Mediawet 2008, met een meldplicht binnen twee weken (artikel 3.29b lid 1) en een boetemaximum van € 225.000 per overtreding (artikel 7.12 lid 1). Het tweede is civielrechtelijk: een concurrent kan langs artikel 6:194 BW komen en een belangenorganisatie langs de regeling voor oneerlijke handelspraktijken. Hoe die rechter met de code omgaat, staat in Fossielvrij/KLM: de NRC en de uitspraken van de Commissie kleuren het wettelijke civielrechtelijke normenkader nader in, maar de toets blijft die van de wet.

    Influencers

    Wanneer een account een mediadienst wordt.

    De vraag die adverteerders en creators sinds een paar jaar het vaakst stellen, is niet of een post reclame is, maar wie er precies op wordt aangesproken en door wie. Daar liggen vier criteria onder die het Commissariaat zelf heeft gepubliceerd, en een codebepaling die sinds de update van 2026 ruimer is dan veel campagnedraaiboeken aannemen.

    De wettelijke categorieartikel 3.29a Mediawet 2008
    Een commerciële mediadienst op aanvraag is een mediadienst op aanvraag die door een commerciële media-instelling wordt verzorgd en waarbij het media-aanbod betrekking heeft op producten met bewegende beeldinhoud, al dan niet mede met geluidsinhoud. Valt een account daaronder, dan gelden de regels van de Mediawet 2008 en houdt het Commissariaat er toezicht op — dat is een heel ander regime dan alleen de Reclame Code.
    De vier criteria uit de beslisboomCommissariaat voor de Media, vragen en antwoorden bij de Beleidsregel kwalificatie commerciële mediadiensten op aanvraag 2025
    Een video-uploader valt onder actief toezicht als hij een account heeft op YouTube, TikTok en/of Instagram, daarop in de afgelopen twaalf maanden minimaal 24 video's heeft geplaatst, daarmee voordeel behaalt, en dat voordeel ten goede laat komen aan een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onderneming. Het oude vijfde criterium — minimaal 500.000 volgers — is in de beleidsregel van 2025 geschrapt, waardoor een veel grotere groep onder actief toezicht komt. Uploaders met minder dan 100.000 volgers zijn wel vrijgesteld van de meldplicht en van de jaarlijkse toezichtkosten.
    De melding, met een termijnartikel 3.29b lid 1 Mediawet 2008
    Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt of beëindigt, meldt het moment van aanvang of beëindiging binnen twee weken na dat moment aan het Commissariaat, met de gegevens die het artikel opsomt.
    Wat er in de post moet staanReclamecode Social Media & Influencer Marketing (update 2026), artikel 3, en artikel 11.1 van het Algemeen Deel
    Artikel 11.1 NRC eist dat reclame „duidelijk als zodanig herkenbaar” is. De RSM scherpt dat toe: heeft een Verspreider een Relevante Relatie met de Adverteerder, dan „dient dat uitdrukkelijk in de uiting te worden vermeld”. Die relatie is ruimer dan een betaling — de toelichting noemt onder meer het ontvangen van gratis producten, het lenen van producten, uitnodigingen voor evenementen of ervaringen, kortingscodes en affiliate links, commissies over verkopen, en zelfs het verkrijgen van zichtbaarheid door een repost in afstemming met de adverteerder. Er is geen minimumaantal volgers vereist; ook een nano-influencer of een UGC-creator zonder eigen bereik valt onder de definitie.
    Wat het Commissariaat kan opleggenartikelen 7.11 en 7.12 lid 1 Mediawet 2008
    Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van de Mediawet 2008, met de uitzonderingen die artikel 7.11 lid 1 opsomt, en kan bij overtreding een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225.000 per overtreding. Dat is een bestuursrechtelijke sanctie met bezwaar en beroep — opnieuw iets heel anders dan een aanbeveling van de Reclame Code Commissie.

    Eén campagne, drie mogelijke aanspreekpunten: de adverteerder, de creator en — als het account een mediadienst is — het Commissariaat. LEO zet ze naast elkaar met de vindplaats erbij; welke route u kiest, blijft uw afweging.

    Vragen uit dit vak

    Wat media- en reclamejuristen als eerste vragen.

    Kent LEO de Nederlandse Reclame Code, en ook de Bijzondere Reclamecodes?
    Ja. De Reclame Code Commissie is de bron die voor dit vakgebied apart is aangelegd, en zij brengt zowel het Algemeen Deel als de ruim twintig Bijzondere Reclamecodes mee — onder meer de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken, de Reclamecode Online Kansspelen, de Code voor Duurzaamheidsreclame, de Kinder- en Jeugdreclamecode en de Reclamecode Social Media & Influencer Marketing — met de uitspraken waarin die normen zijn toegepast. Eén ding hoort daar altijd bij: artikel 17 van het Algemeen Deel bepaalt dat bij een Bijzondere Reclamecode het Algemene gedeelte onverminderd van kracht blijft, dus een uiting die aan de bijzondere code voldoet is daarmee nog niet klaar.
    Is een uitspraak van de Reclame Code Commissie een rechterlijke uitspraak?
    Nee, en LEO presenteert haar ook nooit zo. De Nederlandse Reclame Code is zelfregulering. Wijst de Commissie een klacht toe, dan doet zij een aanbeveling om voortaan niet meer op die wijze reclame te maken; gaat het om reclame waarin denkbeelden worden gepropageerd, dan geeft zij een vrijblijvend advies. De uitspraak is na veertien dagen definitief tenzij beroep wordt ingesteld bij het College van Beroep, en na zeven dagen bij een spoedeisende zaak. Naleving wordt gevolgd door de afdeling Compliance, en wie niet meewerkt kan op de rubriek Non-compliant worden vermeld. De civiele rechter oordeelt zelfstandig: in Rb. Amsterdam 20 maart 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:1512, r.o. 4.19) staat dat de code en de daarop gebaseerde uitspraken het wettelijke civielrechtelijke normenkader „nader inkleuren” — invulling van de open norm, geen bindende beslissing.
    Werkt LEO met de geldende tekst van de Mediawet 2008?
    Ja — hij vraagt die op bij wetten.nl met BWB-id, artikel, lid en peildatum, en niet uit een geheugen. Op 15 september 2026 stond de Mediawet 2008 (BWBR0025028) op de versie die geldt vanaf 1 januari 2026. Dat is in dit vak geen formaliteit: artikel 3.7 lid 2 verbiedt in het programma-aanbod reclame voor medische behandelingen en voor alcoholhoudende dranken tussen 06.00 en 21.00 uur, en lid 5 kent voor kansspelen een eigen, van de vergunningsoort afhankelijke vensterregeling — precies het soort bepaling waarvan de tijdvakken door de jaren heen zijn gewijzigd.
    Kan LEO beoordelen of een influencer onder het Commissariaat voor de Media valt?
    Hij legt de vier criteria uit de beslisboom naast de feiten die u aanlevert; het tellen doet u. Die criteria zijn: een account op YouTube, TikTok en/of Instagram, in de afgelopen twaalf maanden minimaal 24 geplaatste video's, voordeel behalen met het plaatsen van die video's, en dat voordeel ten goede laten komen aan een bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onderneming. Het eerdere criterium van minimaal 500.000 volgers is in de beleidsregel van 2025 vervallen; video-uploaders met minder dan 100.000 volgers zijn wel vrijgesteld van de meldplicht en de jaarlijkse toezichtkosten. Wat LEO niet doet, is de melding voor u verrichten of een kwalificatie namens het Commissariaat afgeven.
    Doet LEO ook het merkenrecht dat in een reclame-uiting meespeelt?
    Gedeeltelijk, en het is goed te weten waar de grens ligt. Omdat dit gebied onder IE-recht hangt, komen de merkenregisters van EUIPO en BOIP automatisch mee, en dat is bij vergelijkende reclame bruikbaar: artikel 6:194a lid 2 BW verbiedt onder meer verwarring met een concurrent en het trekken van oneerlijk voordeel uit de bekendheid van diens merk of handelsnaam. Voor de merkinbreuk zelf, en voor auteursrecht en portretrecht, is IE-recht het aangewezen gebied met zijn eigen pagina — daar zit het corpus, hier de reclamerechtelijke toets.
    Wat kan LEO in media- en reclamerecht juist níet?
    Drie dingen, en u kunt ze beter vooraf weten. Er is geen eigen bron voor het mediatoezicht: de besluiten, sanctiebeschikkingen en beleidsregels van het Commissariaat voor de Media zitten niet als doorzoekbare connector in deze set, dus wat LEO daarover zegt moet u bij het Commissariaat zelf kunnen terugvinden. Er is geen gecureerd vakcorpus met commentaren of handboekstof voor dit gebied; één bron draagt de gebiedstag, en dat is de Reclame Code Commissie. En hij toetst niet vooraf: de toelatingsstempel van de Keuringsraad (KOAG/KAG), waar sommige Bijzondere Reclamecodes naar verwijzen, is een eigen procedure bij een eigen instantie en LEO vervangt die niet. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Campagnemateriaal is vertrouwelijk tot de dag dat het live gaat.

    Mediaplannen, creatieve concepten, contracten met creators en de onderbouwing van een claim zijn commercieel gevoelig — soms tot op het uur. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.