Ondernemingsrecht

    AI voor ondernemingsrechtadvocaten en curatoren.

    LEO doet het bronnen- en jurisprudentieonderzoek voor uw vennootschaps-, bestuurdersaansprakelijkheids- en insolventiezaken op de stukken waar dit vak feitelijk op draait: Boek 2 BW en de Faillissementswet in de versie die op uw peildatum gold, het Centraal Insolventieregister en het handelsregister, en de richtlijnen, praktijkregels en codes die geen ECLI dragen. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid of ECLI.

    De bronnen

    Acht bronnen voor de vennootschap en voor de boedel.

    Bij een ondernemings- of insolventievraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Acht bronnen zijn speciaal voor ondernemings- en insolventierecht aangelegd, waarvan vijf gecureerde corpora. Per bron staat hieronder wat hij hier oplevert — niet in welk hokje hij thuishoort.

    Aangelegd voor ondernemings- en insolventierecht

    Centraal Insolventieregister (Rechtspraak)

    Live opgevraagd

    Stelt vast of een rechtspersoon of persoon insolvent is, wie de curator is, en levert de door de rechter-commissaris goedgekeurde openbare faillissementsverslagen over boedel en doorstart.

    Autoriteit Consument & Markt (ACM)

    Live opgevraagd

    Levert de besluiten, leidraden en boetes van de ACM — het toetsingskader bij een concentratiemelding of een beding dat tegen het kartelverbod aanloopt.

    Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

    Live opgevraagd

    Geeft de Recofa-reglementen en de landelijke procesreglementen insolventiezaken — de termijnen en vormvereisten die bepalen of een verzoek überhaupt in behandeling komt, en die geen ECLI dragen.

    Insolventie — Recofa-richtlijnen & Procesreglementen

    Volledige tekst

    Levert de Recofa-richtlijnen faillissementen, surseances en Wsnp, de procesreglementen WHOA en de werkinstructie financieel eindverslag — het handboek waar het curatorschap feitelijk langs loopt.

    Insolventie — INSOLAD Praktijkregels & Jaarboeken

    Volledige tekst

    Geeft de INSOLAD-praktijkregels voor curatoren en de jaarboeken over doorstart, benadeling van schuldeisers en Pauliana — het normatieve kader bij een bestuurdersaansprakelijkheids- of doorstartdiscussie.

    Insolventie — WHOA, beslagrecht-raakvlak & statistiek

    Volledige tekst

    Levert het WHOA-implementatiemateriaal, inclusief het evaluatie-onderzoeksrapport, plus de KBvG-richtlijnen op het raakvlak met beslagrecht.

    Ondernemingsrecht — Corporate Governance (MCCG + Eumedion + VEUO)

    Volledige tekst

    Geeft de MCCG-code 2022 met monitoringrapport, het Eumedion-handboek en de SER-Fusiegedragsregels — het soft-law-kader bij een RvC-structuur, AvA-recht of werknemersconsultatie bij fusie.

    Ondernemingsrecht — Contractmanagement & M&A soft-law

    Volledige tekst

    Levert de WorldCC-contractingprincipes en het W&I-verzekeringsmateriaal voor garantie- en vrijwaringsdiscussies in een overnamecontract.

    Staat in élk profiel aan

    Deze vier doen altijd mee, ongeacht vakgebied — ze dragen de wettekst, de rechtspraak, het handelsregister en de literatuur waar elk antwoord op steunt.

    • KvK Handelsregister

      Verifieert rechtsvorm, vestigingen, SBI-codes en bestuurders van de betrokken rechtspersoon — de identiteitscontrole onder elke due diligence.

    • Wetten.nl

      Levert Boek 2 BW, de Faillissementswet en de WHOA-titel in de versie die op de peildatum gold, met artikel en lid.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Levert de uitspraken van de Ondernemingskamer en de Hoge Raad over enquête, bestuurdersaansprakelijkheid en Pauliana, met ECLI.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Ontsluit annotaties en artikelen uit onder meer het tijdschrift Ondernemingsrecht, dat in de gecureerde tijdschriften-whitelist zit.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; een connector die bestaat maar niet aanslaat, is voor uw zaak afwezig. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen.

    Alle 110 officiële bronnen

    De stukken zonder ECLI

    Het handboek waar dit vak feitelijk langs loopt.

    In insolventie- en governancezaken beslist de wet zelden alleen. De uitkomst hangt óók aan richtlijnen, procesreglementen en codes die geen ECLI dragen en dus buiten beeld blijven voor onderzoek dat bij Rechtspraak.nl ophoudt. LEO draagt ze als volledige tekst, doorzoekbaar tot op de bepaling — naast de wettekst waar ze op aanhaken.

    Recofa-richtlijnen en procesreglementen insolventiezakenrechtbankpraktijk — geen ECLI
    De termijnen en vormvereisten die bepalen of een verzoek in behandeling komt. Ze staan naast de wettelijke kern, niet in de plaats daarvan: artikel 73a lid 1 Fw verplicht de curator telkens na verloop van drie maanden een verslag over de toestand van de boedel neer te leggen ter griffie, „ter kosteloze inzage van een ieder”, en lid 2 laat de rechter-commissaris die termijn verlengen.
    INSOLAD-praktijkregels voor curatorenberoepsvereniging van insolventieadvocaten
    Het normatieve kader bij doorstart, benadeling van schuldeisers en Pauliana. De wettelijke basis eronder is artikel 42 lid 1 Fw: de curator kan elke onverplicht verrichte rechtshandeling buitengerechtelijk vernietigen waarvan de schuldenaar „wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn” — bij een rechtshandeling anders dan om niet moet die wetenschap op grond van lid 2 ook bij de wederpartij aanwezig zijn.
    WHOA — procesreglement en implementatiemateriaalFaillissementswet, tweede afdeling
    Een akkoord staat open voor de schuldenaar die verkeert „in een toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan” (artikel 370 lid 1 Fw). De startverklaring wordt ter griffie gedeponeerd en blijft daar uiterlijk één jaar liggen (lid 3); een afkoelingsperiode geldt voor een termijn van ten hoogste vier maanden (artikel 376 lid 2 Fw).
    De corporate-governance-code — en wélke versieStcrt. 2025, 36698 en Stcrt. 2023, 23578
    Artikel 2:391a lid 2 onder e BW laat bij algemene maatregel van bestuur een gedragscode aanwijzen. Artikel 2 van het Besluit inhoud bestuursverslag wijst sinds 3 februari 2026 de Nederlandse corporate governance code van 20 maart 2025 aan, van toepassing op bestuursverslagen over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025; voor de boekjaren 2023 en 2024 was dat de code van 20 december 2022. Welk boekjaar u beoordeelt, bepaalt dus welke code naast het bestuursverslag hoort te liggen.
    Contract- en M&A-soft lawWorldCC-contractingprincipes en W&I-materiaal
    Het materiaal achter garantie- en vrijwaringsdiscussies in een overnamecontract, en achter het contractmanagement van een bedrijfsjuridische afdeling. Geen wet, wél de maatstaf waar de wederpartij zich op beroept.

    Zonder deze corpora is de tekst niet te citeren en zijn de versies niet uit elkaar te houden. In een aansprakelijkheids- of governancediscussie is dat zelden een detail: het is vaak het geschil zelf.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Ondernemingsrechtadvocaat · bestuurdersaansprakelijkheid · bestuurderszijde

    „De curator spreekt onze cliënt aan omdat de jaarrekening te laat is gedeponeerd. Hij bestuurde de vennootschap via zijn holding. Hoe hard is dat vermoeden, en raakt het hem persoonlijk?”

    Zo komt het antwoord terug

    De hoofdregel

    Artikel 2:394 lid 3 BW eist openbaarmaking uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar; de jaarrekening zelf moet op grond van artikel 2:210 lid 1 BW binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar zijn opgemaakt, behoudens verlenging met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden. Wordt die publicatieplicht geschonden, dan heeft het bestuur op grond van artikel 2:248 lid 2 BW zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De vordering kan alleen zien op de periode van drie jaren vóór het faillissement (lid 6).

    De twee uitwegen die de wet zelf openlaat

    De slotzin van artikel 2:248 lid 2 BW bepaalt dat een onbelangrijk verzuim niet in aanmerking wordt genomen. De Hoge Raad vulde dat in op 20 oktober 2006: of een schending van de voorschriften van artikel 2:394 BW als een onbelangrijk verzuim kan gelden, hangt af van de aard van het overtreden voorschrift en van de door de aangesproken bestuurder te stellen en zo nodig te bewijzen verdere omstandigheden van het geval. Lukt dat niet, dan blijft het ontzenuwen van het vermoeden over — en daarvoor volstaat volgens de Hoge Raad van 9 juli 2021 dat de bestuurder aannemelijk maakt dat ándere feiten of omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. Dat mag ook handelen of nalaten van een bestuurder zijn dat op zichzelf beschouwd geen onbehoorlijke taakvervulling oplevert.

    Waarom de holding hem niet afschermt

    Artikel 2:11 BW legt de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder „tevens hoofdelijk” op ieder die ten tijde van het ontstaan van die aansprakelijkheid bestuurder van die rechtspersoon is. De Hoge Raad oordeelde op 17 februari 2017 dat die bepaling geldt in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet — óók bij aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Uw cliënt houdt wel de disculpatiegrond die de aangesproken grondslag zelf biedt, hier artikel 2:248 lid 3 BW.

    De rechtspersoon zelf

    Van wetsartikel naar déze rechtspersoon.

    Een ondernemingsrechtelijke vraag is zelden op wetsniveau te beantwoorden. Wie is bestuurder, sinds wanneer, en loopt er tegen deze vennootschap een insolventie? Die laag haalt LEO live op bij de registers zelf, op het moment van de vraag.

    KvK Handelsregisterlive opgevraagd bij de bron
    Rechtsvorm, vestigingen, SBI-codes en bestuurders van de betrokken rechtspersoon. Dat het register materieel meebeslist, staat in artikel 25 lid 1 Handelsregisterwet 2007: op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan „tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of deponering (…) niet [heeft] plaatsgevonden”.
    Centraal Insolventieregisterlive opgevraagd bij de bron
    Artikel 19 lid 1 Fw schrijft één centraal openbaar register voor, met onder meer een uittreksel van de faillietverklaring en de opheffing daarvan, de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord en het bedrag van de uitdelingen. Lid 3 verplicht de griffier tot kosteloze inzage voor ieder — de openbare faillissementsverslagen horen bij dat spoor.
    Autoriteit Consument & Marktbesluiten, leidraden en boetes
    Het toetsingskader bij een beding dat tegen artikel 6 lid 1 Mededingingswet aanloopt — verboden afspraken zijn op grond van lid 2 „van rechtswege nietig” — en bij een concentratie. Artikel 34 lid 1 Mw verbiedt een concentratie tot stand te brengen voordat het voornemen bij de ACM is gemeld en vier weken zijn verstreken; artikel 29 lid 1 Mw legt de omzetdrempels vast: samen meer dan € 150.000.000, waarvan ten minste twee betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30.000.000 in Nederland.
    Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepuntenlandelijke procesreglementen
    De vormvereisten en termijnen waarop een verzoek strandt voordat het inhoudelijk wordt behandeld. Ze dragen geen ECLI en zijn dus onvindbaar voor onderzoek dat alleen op uitspraken zoekt.

    En de Ondernemingskamer? De ontvankelijkheidsdrempel staat sinds 1 januari 2025 in deze vorm in artikel 2:346 lid 1 BW: bij een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen een tiende gedeelte daarvan of € 225.000 nominaal, daarboven een honderdste gedeelte, en bij een notering aan een gereglementeerde markt een honderdste gedeelte of € 20 miljoen volgens de slotkoers op de laatste handelsdag vóór indiening. Bij faillissement kan ook de curator het verzoek indienen (lid 3). LEO leest die drempel uit de wettekst op uw peildatum — hij schat hem niet.

    Vragen uit dit vak

    Wat ondernemingsrechtjuristen als eerste vragen.

    Welke termijnen rond de jaarrekening houdt LEO aan?
    Hij leest ze uit de wettekst op uw peildatum in plaats van ze uit het hoofd te noemen. Artikel 2:210 lid 1 BW: opmaken binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden — zijn van de vennootschap effecten toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, dan bedraagt die termijn vier maanden — tenzij artikel 5:25g lid 2 of 3 Wft van toepassing is — en is verlenging uitgesloten. Artikel 2:394 lid 1 BW: openbaarmaking binnen acht dagen na de vaststelling; lid 2: is de jaarrekening niet binnen twee maanden na afloop van de opmaaktermijn vastgesteld, dan maakt het bestuur onverwijld de opgemaakte jaarrekening openbaar; lid 3: uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar moet zij openbaar zijn gemaakt. Daarnaast verplicht artikel 2:10 lid 2 BW het bestuur jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op papier te stellen, en lid 3 tot het zeven jaren bewaren van de administratie.
    Hoe gaat LEO om met het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW?
    Als een reeks stappen met elk een eigen vindplaats, niet als één conclusie. De bepaling zelf koppelt het vermoeden aan schending van artikel 2:10 of 2:394 BW en sluit af met „Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen”. Voor de invulling daarvan is HR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7916 de maatstaf; voor het ontzenuwen HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099, waarin de Hoge Raad overwoog dat ook handelen of nalaten van een bestuurder dat op zichzelf beschouwd geen onbehoorlijke taakvervulling oplevert, voldoende kan zijn. Slaagt dat, dan ligt het weer bij de curator om op de voet van lid 1 aannemelijk te maken dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling mede een belangrijke oorzaak was. Welke stap in uw dossier speelt, bepaalt u.
    Wat heeft de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen veranderd, en geldt dat nog?
    De wet (Stb. 2020, 507) is op 1 juli 2021 in werking getreden en geldt onverkort. Voor de praktijk zijn drie wijzigingen zichtbaar in de artikelen zelf. Ten eerste de aansprakelijkheid bij faillissement van verenigingen en stichtingen: de artikelen 2:50a en 2:300a BW verklaren artikel 2:138 lid 1 en de leden 3 tot en met 10 nu op élke vereniging en stichting van overeenkomstige toepassing, terwijl het bewijsvermoeden van artikel 2:138 lid 2 BW beperkt blijft tot een rechtspersoon die aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen of die wettelijk een jaarrekening-gelijkwaardige verantwoording moet opstellen. Vóór 1 juli 2021 gold de hele regeling alleen voor de vennootschapsbelastingplichtige stichting. Ten tweede kent artikel 2:298 lid 3 BW een door de rechtbank ontslagen stichtingsbestuurder een bestuursverbod van vijf jaar toe, tenzij hem geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ten derde is aan artikel 2:248 lid 6 BW toegevoegd dat de bestuurder niet bevoegd is tot verrekening met een vordering op de vennootschap.
    Welke corporate-governance-code hoort bij het boekjaar dat ik beoordeel?
    Dat hangt van het boekjaar af, en LEO leest de aanwijzing in plaats van hem te onthouden. Artikel 2:391a lid 2 onder e BW geeft de grondslag om bij algemene maatregel van bestuur een gedragscode aan te wijzen. Artikel 2 van het Besluit inhoud bestuursverslag wijst sinds 3 februari 2026 de Nederlandse corporate governance code van 20 maart 2025 aan (Stcrt. 2025, 36698), van toepassing op bestuursverslagen over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025. Voor boekjaren die aanvingen op of na 1 januari 2023 was de code van 20 december 2022 aangewezen (Stcrt. 2023, 23578). Een advies over boekjaar 2024 langs de code van 2025 leggen is dus een fout die geen enkele zoekmachine voor u signaleert.
    Doorzoekt LEO het Centraal Insolventieregister?
    Ja, live bij de bron, als eigen bron in de ondernemings- en insolventierechtset. Artikel 19 lid 1 Fw schrijft dat centrale openbare register voor: het uittreksel van de faillietverklaring en van de opheffing daarvan, de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord, de ontbinding van het akkoord en het bedrag van de uitdelingen bij vereffening. Lid 3 verplicht de griffier ieder kosteloze inzage te geven. Het daarbij horende verslagenspoor staat in artikel 73a Fw: de curator legt telkens na verloop van drie maanden een verslag over de toestand van de boedel ter griffie neer, ter kosteloze inzage van een ieder.
    Kan LEO vaststellen wie namens een vennootschap bevoegd is te tekenen?
    Hij haalt de registergegevens live op — rechtsvorm, bestuurders, vestigingen — en legt ze naast de statuten die u aanlevert. De weging blijft van u, en dat is geen slag om de arm: vertegenwoordigingsbevoegdheid volgt uit de wet en de statuten, niet uit een registerregel. Wat het register wél doet, staat in artikel 25 lid 1 Handelsregisterwet 2007: op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang die inschrijving of deponering niet heeft plaatsgevonden.
    Toetst LEO of een overname bij de ACM gemeld moet worden?
    Hij zet het kader en de cijfers naast elkaar; de melding doet u. Artikel 29 lid 1 Mededingingswet stelt de drempel op een gezamenlijke omzet van meer dan € 150.000.000 in het voorafgaande kalenderjaar, waarvan ten minste twee betrokken ondernemingen ieder ten minste € 30.000.000 in Nederland behaalden; voor pensioenfondsen geldt op grond van lid 4 een eigen drempel. Artikel 34 lid 1 Mw verbiedt vervolgens de concentratie tot stand te brengen voordat het voornemen is gemeld en vier weken zijn verstreken. Of uw cliënt over die drempel heen gaat, hangt af van omzetcijfers die alleen uit het dossier komen.
    Wat kan LEO in ondernemingsrecht juist níet?
    Hij doet geen boekenonderzoek en geen waardering: een financiële due diligence, een deskundigenbericht of een berekening van het boedeltekort komt niet uit een taalmodel. Hij neemt ook geen besluit en levert geen advies dat u ongelezen kunt doorsturen. Wat hij wel doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt — het artikel met lid, de ECLI met rechtsoverweging, de richtlijn met bepaling — zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Aandeelhoudersstukken en boedeldossiers horen nergens anders thuis.

    Een overnamedossier of een faillissementsadministratie is vertrouwelijk en commercieel gevoelig. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.