IE-recht

    AI voor IE-advocaten die het register erbij willen hebben.

    LEO doet het bronnen- en jurisprudentieonderzoek voor uw IE-zaken op de stukken waar dit vak op draait: het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom, de Auteurswet en de Rijksoctrooiwet 1995 als geldende tekst, naast de registers zelf — Beneluxmerken bij BOIP, EU-merken bij EUIPO en de octrooipublicaties van het Europees Octrooibureau. Het IE-recht is nooit in één wetboek terechtgekomen: het staat in losse teksten met eigen termijnen, een eigen bevoegde rechter en een eigen kostenregime. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid of ECLI.

    De bronnen

    Zeven bronnen die dit vak bij het register laten beginnen.

    Bij een IE-vraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Zeven bronnen hangen aan het knooppunt intellectuele eigendom: drie registers die LEO op het moment van de vraag bevraagt, twee kennisbanken die speciaal voor de IE-praktijk zijn aangelegd, de uitspraken van de Reclame Code Commissie, en één corpus dat de IE-kant van transacties draagt. Per bron staat hieronder wat hij hier oplevert — niet in welk hokje hij thuishoort.

    Aangelegd voor IE-recht

    Reclame Code Commissie (SRC)

    Live opgevraagd

    Uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep over merk-, slogan- en claimgebruik in een uiting — zelfregulering, gezaghebbend in reclamezaken, maar geen rechterlijk vonnis.

    EPO Open Patent Services (octrooien)

    Live opgevraagd

    Bibliografische octrooidata uit de Worldwide Bibliographic database van het Europees Octrooibureau — titel, abstract, aanvragers en uitvinders, publicatiedatum en IPC/CPC-classificatie — voor prior-art screening en due diligence op de portefeuille van een tegenpartij.

    EUIPO Trade Mark Register

    Live opgevraagd

    De registerstand van één EU-merk op applicatienummer: status, houder en gemachtigde, Nice-klassen en de aanvraag-, registratie- en vervaldatum — zoeken op merknaam zelf zit niet in het huidige abonnement.

    BOIP Beneluxmerkenregister

    Live opgevraagd

    Beneluxmerken op woordelement of houder, met per merk het volledige register-record: status, depot-, inschrijvings- en vervaldatum, gemachtigde, merktype en de Nice-klassen met de waren en diensten waarvoor het is ingeschreven.

    Ondernemingsrecht — Contractmanagement & M&A soft-law

    Volledige tekst

    De transactiekant van een portefeuille: INTA-publicaties over merkwaardering, IP-accounting en licentiëring, naast garantie-, vrijwaring- en W&I-praktijk voor de due diligence op de IE die wordt meeverkocht.

    IE — NL/Benelux praktijk (Orde Octrooi + BMM + AIPPI-NL + OCNL)

    Volledige tekst

    De Nederlandse en Benelux beroepspraktijk: de Gedragsregels van de Orde van Octrooigemachtigden 2026, de BMM-ereregels met tuchtuitspraken, de AIPPI-Nederland-rapportages en de brochures van Octrooicentrum Nederland over onder meer octrooien op software.

    IE — EU/Internationaal examination (EUIPO + WIPO + AIPPI)

    Volledige tekst

    De examination-praktijk achter een weigering of oppositie: de EUIPO Trade Mark Guidelines 2025 en Design Guidelines 2025, het WIPO Intellectual Property Handbook en de AIPPI-resoluties van Hangzhou 2024 — de EPO Guidelines for Examination zitten hier níet in.

    Staat in élk profiel aan

    Deze doen altijd mee, ongeacht vakgebied — ze dragen de wettekst, de nationale en Europese rechtspraak en de literatuur waar elk antwoord op steunt. In dit vak is dat geen bijrol: de Auteurswet, de Rijksoctrooiwet 1995, de Handelsnaamwet en het BVIE komen alle vier uit die basisset, met BWB-id en peildatum.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Staatsblad, Staatscourant en Kamerstukken — waar u de parlementaire geschiedenis van een bepaling terugvindt.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      De procesreglementen en landelijke oriëntatiepunten van de Rechtspraak zelf: hoe een zaak feitelijk loopt, naast wat de wet voorschrijft.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — het niveau onder de wet waar de praktijk zich vaak op richt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • KvK Handelsregister

      De registerstand van een rechtspersoon: wie tekenbevoegd is, welke rechtsvorm, en of een entiteit nog bestaat.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Er komt hier niets langs de zijdeur mee: alle zeven hangen rechtstreeks aan het knooppunt intellectuele eigendom, dus er is geen deelgebied dat u eerst moet aanvinken. Andersom geldt ook iets. Media-, informatie- en reclamerecht hangen wél onder dit knooppunt, maar dat vak heeft een eigen behandeling: de uitspraken van de Reclame Code Commissie doen hier mee voor merk- en slogangebruik in een uiting, niet als mediarechtelijke bibliotheek. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    De wettelijke basis

    Waar staat dit recht eigenlijk geschreven?

    Het IE-recht heeft nooit één wetboek gekregen. Auteursrecht, merkenrecht, octrooirecht en handelsnaamrecht hebben elk hun eigen tekst — één daarvan is zelfs een verdrag — met eigen termijnen, eigen vormvoorschriften en een eigen bevoegde rechter. LEO haalt ze op met BWB-id, artikel en lid, op de peildatum die uw dossier vraagt.

    AuteurswetBWBR0001886, geldend van 1 januari 2026
    Artikel 1 geeft de maker „het uitsluitend recht (…) om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld”. Artikel 37 lid 1: het auteursrecht vervalt door verloop van 70 jaren, te rekenen van de 1e januari van het jaar volgende op het sterfjaar van de maker. En artikel 2 lid 3, het lid dat contracten laat sneuvelen: overdracht of een exclusieve licentie wordt schriftelijk aangegaan, de overdracht door de maker omvat alleen de bevoegdheden die uitdrukkelijk in de overeenkomst staan of die uit de aard en strekking ervan noodzakelijkerwijs voortvloeien, en de levering geschiedt ingevolge artikel 3:95 BW bij een daartoe bestemde akte.
    BVIE — het merkenrecht staat in een verdragBWBV0001716, toestand 1 april 2026
    Artikel 2.9 lid 1: de inschrijving van een Beneluxmerk heeft een geldigheidsduur van 10 jaren vanaf de datum van indiening, telkens met 10 jaren te vernieuwen (lid 3). Artikel 2.20 lid 2 kent de vier inbreukgronden a tot en met d, waaronder onder d het gebruik anders dan ter onderscheiding van waren of diensten. Lid 3 maakt expliciet wat daaronder valt: onder d het gebruik van het teken als handels- of bedrijfsnaam of als deel daarvan, en onder f het gebruik in vergelijkende reclame op een wijze die strijdig is met Richtlijn 2006/114/EG.
    Rijksoctrooiwet 1995BWBR0007118, geldend van 1 juni 2023
    Artikel 36 lid 6: een verleend octrooi blijft, behoudens eerder verval, afstand of vernietiging door de rechter, van kracht tot het verstrijken van een termijn van twintig jaren, te rekenen vanaf de datum van indiening. Artikel 53 geeft de houder het recht te verhinderen dat een derde het product vervaardigt, aanbiedt, in het verkeer brengt of gebruikt, dan wel met dat doel invoert of in voorraad heeft. Artikel 12 regelt de werknemersuitvinding — de aanspraak komt de werkgever toe als de aard van de betrekking meebrengt dat de werknemer zijn bijzondere kennis aanwendt tot het doen van uitvindingen van dezelfde soort — met in lid 6 het billijke bedrag voor het gemis aan octrooi, waarvan het vorderingsrecht vervalt na drie jaren sedert de verlening.
    Handelsnaamwet, en de weg eromheenBWBR0001906, geldend van 1 september 2017
    Artikel 5 verbiedt een handelsnaam die al rechtmatig door een ander werd gevoerd of daarvan slechts in geringe mate afwijkt, voor zover daardoor — in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn — bij het publiek verwarring te duchten is; artikel 5a verbiedt een handelsnaam die andermans merk bevat. Wat de wet níet regelt, vult de Hoge Raad aan: artikel 6:162 BW biedt aanvullende bescherming tegen later verwarringwekkend gebruik, bijvoorbeeld in een domeinnaam, maar bij een louter beschrijvende aanduiding is dat gebruik „ook indien verwarringwekkend, alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen” (HR 11 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3554, r.o. 3.4.2 en 3.4.4).

    Vier teksten, vier regimes, vier termijnen. Welke ervan uw vraag beheerst, bepaalt het antwoord — en een artikelnummer zonder de regeling en de peildatum erbij is in dit vak geen vindplaats.

    Eén vraag, uitgewerkt

    IE-advocaat · merkenrecht · houderszijde

    „Een concurrent heeft vorige week een Beneluxmerk gedeponeerd dat sterk lijkt op dat van onze cliënt. Ons merk staat sinds 2016 ingeschreven, maar wordt nog maar voor een deel van de klassen gebruikt. Oppositie, of eerst afwachten?”

    Zo komt het antwoord terug

    De termijn loopt al

    Artikel 2.14 lid 1 BVIE geeft een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de publicatie van de aanvraag, om op de relatieve gronden van artikel 2.2ter schriftelijk oppositie in te stellen bij het Bureau. Lid 3 laat u kiezen hoe breed u dat doet: de oppositie kan op een of meer oudere rechten berusten en tegen een deel of het geheel van de aangevraagde waren of diensten worden gericht. En lid 4 is de val waar termijnbewaking op stukloopt: de oppositie wordt pas geacht te zijn ingesteld nadat de verschuldigde taksen zijn betaald.

    Waar het gedeeltelijke gebruik gaat wringen

    Een merk uit 2016 is de vijfjaarsgrens van artikel 2.23bis lid 1 BVIE ruimschoots gepasseerd. Daarmee opent artikel 2.16bis lid 1 het gebruiksverweer: was die termijn op de datum van indiening of voorrang van het jongere merk al verstreken, dan levert de opposant op verzoek van verweerder het bewijs van normaal gebruik in de vijf jaar daarvóór, dan wel van geldige redenen voor het niet-gebruik. Lid 2 rekent af met het niet-gebruikte deel: is het oudere merk slechts voor een deel van de waren of diensten gebruikt, dan geldt het voor dat onderzoek als ingeschreven voor dát deel. Blijven de bewijsstukken binnen de gestelde termijn uit, dan wordt de oppositieprocedure afgesloten (artikel 2.16 lid 3, onder e).

    De kostenkant is een andere dan bij de rechter

    In de oppositie wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, vastgesteld conform het uitvoeringsreglement; ze zijn níet verschuldigd als de oppositie gedeeltelijk wordt toegewezen, en de beslissing tot vaststelling ervan vormt een executoriale titel (artikel 2.16 lid 5 BVIE). Stapt u in plaats daarvan naar de civiele rechter, dan geldt artikel 1019h Rv: de in het ongelijk gestelde partij wordt desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Twee heel verschillende risico's, en het verschil hoort in het advies te staan voordat er een keuze valt.

    Wat LEO hier concreet doet

    Hij haalt de registerstand van beide merken op bij BOIP — status, depotdatum, houder, gemachtigde en de Nice-klassen met de waren en diensten — legt die naast de verdragstekst en de EUIPO Trade Mark Guidelines, en markeert per klasse waar uw gebruiksbewijs nodig gaat zijn. Dat bewijs zelf komt uit uw dossier; de weging of het normaal gebruik oplevert, blijft van u.

    De registers

    Wat staat er vandaag écht ingeschreven?

    Een IE-vraag is zelden op wetsniveau te beantwoorden. Is dat merk nog van kracht, voor welke klassen, op wiens naam — en wat is er al gepubliceerd? Die laag haalt LEO op bij de registers zelf, op het moment van de vraag, en zegt er ook bij wat hij daar níet kan.

    BOIP — Beneluxmerkenregisterlive opgevraagd, via TMview (kantoorcode BX)
    Zoeken op woordelement of houder, en per merk het volledige register-record: status (ingeschreven, vervallen, geweigerd, geopponeerd), depot-, inschrijvings- en vervaldatum, houder en gemachtigde, merktype en de Nice-klassen met de waren en diensten. Beneluxmodellen zijn niet aangesloten — voor tekeningen en modellen levert LEO de verdragstekst en de richtsnoeren, geen registerstand.
    EUIPO — EU Trade Mark Registerlive opgevraagd
    Eén EU-merk op applicatienummer: status, eigenaar en gemachtigde, Nice-klassen en de aanvraag-, registratie- en vervaldatum, doorklikbaar via EUIPO eSearch. De grens staat er meteen bij: vrije-tekst-zoeken op merknaam zit niet in het huidige abonnement, dus een EU-brede naamscreening is dit niet — daarvoor verwijst LEO u naar eSearch zelf.
    EPO Open Patent Serviceslive opgevraagd
    De Worldwide Bibliographic database van het Europees Octrooibureau, met EP-, WO-, US-, DE- en JP-documenten: titel, abstract, aanvragers en uitvinders, publicatiedatum en IPC/CPC-classificaties, doorklikbaar via Espacenet. Bibliografisch dus — bruikbaar voor prior-art screening en voor de due diligence op de portefeuille van een wederpartij, niet als nieuwheidsonderzoek.
    Twee kennisbanken achter het loketgecureerde corpora, doorzoekbaar op passageniveau
    Waarom een aanvraag wordt geweigerd of een oppositie strandt, staat in richtsnoeren en niet in de verdragstekst. LEO draagt de EUIPO Trade Mark Guidelines 2025 en Design Guidelines 2025, het WIPO Intellectual Property Handbook en de AIPPI-resoluties van Hangzhou 2024, naast de Nederlandse en Benelux beroepspraktijk: de Gedragsregels van de Orde van Octrooigemachtigden 2026, de BMM-ereregels met tuchtuitspraken, de AIPPI-Nederland-rapportages en de brochures van Octrooicentrum Nederland.

    Het register zegt wat er staat, de wet zegt wat dat betekent, en de richtsnoeren zeggen hoe het loket ernaar kijkt. LEO zet ze naast elkaar en noemt van alle drie de bron.

    Vragen uit dit vak

    Wat IE-juristen als eerste vragen.

    Welke IE-registers bevraagt LEO live?
    Drie. Het Beneluxmerkenregister van BOIP, te doorzoeken op woordelement of houder, met per merk de status, de depot-, inschrijvings- en vervaldatum, de houder en gemachtigde, het merktype en de Nice-klassen met waren en diensten. Het EU Trade Mark Register van EUIPO, waaruit LEO één merk op applicatienummer ophaalt. En EPO Open Patent Services voor octrooipublicaties. Twee grenzen horen er meteen bij: bij EUIPO zit vrije-tekst-zoeken op merknaam niet in het huidige abonnement, en Beneluxmodellen zijn bij BOIP niet aangesloten.
    Kent LEO het BVIE, de Auteurswet en de Rijksoctrooiwet als geldende tekst?
    Ja — hij vraagt ze op met BWB-id, artikel, lid en peildatum in plaats van uit een geheugen. Op 15 september 2026 stond de Auteurswet (BWBR0001886) op de versie die geldt vanaf 1 januari 2026, de Rijksoctrooiwet 1995 (BWBR0007118) op die vanaf 1 juni 2023 en de Handelsnaamwet (BWBR0001906) op die vanaf 1 september 2017. Het merkenrecht staat niet in een wet maar in het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BWBV0001716), dat toen de toestand van 1 april 2026 droeg; de wettenbank dateert de huidige tekst van de kernbepalingen 2.20 en 2.23bis op 1 maart 2019. Ligt uw peildatum eerder, dan levert LEO de oudere geconsolideerde versie.
    Doet LEO een nieuwheidsonderzoek of een freedom-to-operate-opinie?
    Nee. EPO Open Patent Services is een bibliografische bron — titel, abstract, aanvragers en uitvinders, publicatiedatum en IPC/CPC-classificatie — en dus geschikt voor screening en voor het in kaart brengen van een portefeuille, niet voor het onderzoek dat een octrooigemachtigde levert. Bij de gang naar de rechter is dat onderscheid ook procedureel hard: wie vernietiging van een Nederlands octrooi vordert, is niet-ontvankelijk als hij niet het advies van Octrooicentrum Nederland over de nietigheidsgronden als bijlage overlegt (artikel 76 lid 1 Rijksoctrooiwet 1995), en de rechtbank Den Haag is in eerste aanleg uitsluitend bevoegd voor onder meer vernietiging en opeising (artikel 80 lid 1).
    Kan LEO tekeningen en modellen opzoeken?
    Niet in een register, en dat zeggen we liever hier dan dat u het zelf ontdekt. De BOIP-bron ontsluit Beneluxmerken en geen Beneluxmodellen; de EUIPO-bron ontsluit merken en geen modellen. Wat LEO voor het modellenrecht wél draagt, is de verdragstekst zelf — het BVIE regelt merken (titel II) en tekeningen of modellen (titel III) in één instrument — plus de EUIPO Design Guidelines 2025 met de examination-richtsnoeren voor modelaanvragen, in de EU/internationale kennisbank. Een registerstand van een model levert hij niet.
    Bepaalt LEO of een ontwerp auteursrechtelijk beschermd is?
    Nee — hij zet de maatstaf en de vindplaatsen neer en laat de beoordeling aan u, want die is naar vaste rechtspraak in hoge mate feitelijk. In HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1529, zet de Hoge Raad het kader in r.o. 3.4 op een rij: vereist is dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt, in de formulering van het Hof van Justitie „een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk”; elementen die louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze vallen buiten de bescherming; en bij een gebruiksvoorwerp wordt voor de inbreukvraag beoordeeld in welke mate de totaalindrukken overeenstemmen. De feiten waarop dat wordt toegepast, komen uit uw dossier.
    Wat kan LEO in IE-recht juist níet?
    Vier dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Hij verricht geen depot, geen vernieuwing en geen termijnbewaking — een oppositietermijn van twee maanden (artikel 2.14 lid 1 BVIE) bewaakt uw eigen systeem, niet LEO. Hij doet geen EU-brede merkenscreening op naam, omdat die functie niet in het EUIPO-abonnement zit. Hij levert geen registerstand van modellen. En voor naburige rechten, databankenrecht en kwekersrecht is er geen eigen corpus; daar valt hij terug op de wettekst en de rechtspraak uit de basisset. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een octrooiaanvraag of merkstrategie is vertrouwelijk tot de publicatie.

    Conceptaanvragen, licentievoorwaarden en portefeuille-analyses raken precies dat wat een cliënt nog niet openbaar wil hebben. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.