Strafrecht

    AI voor strafrechtadvocaten die op de vindplaats willen kunnen wijzen.

    LEO doet het bronnen- en jurisprudentieonderzoek voor uw strafzaken op de stukken waar dit vak op draait: de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting, de OM-Aanwijzingen en Richtlijnen voor strafvordering, het Landelijk Strafprocesreglement, en daarnaast Sr, Sv en de bijzondere wetten op de peildatum van het pleegmoment. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid of ECLI.

    De bronnen

    Vier bronnen die voor dit vak apart zijn aangelegd.

    Bij een strafrechtelijke vraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Vier bronnen dragen een strafrechttag; drie daarvan bestaan uitsluitend voor dit vakgebied. Dat is een smallere set dan bij vastgoed- of familierecht, en dat zeggen we liever hier dan dat u het zelf ontdekt. Waar het materiaal wél zit — straftoemeting, vervolgingsbeleid en procesregels — zit het diep.

    Aangelegd voor strafrecht

    Strafrecht — LOVS Oriëntatiepunten voor straftoemeting

    Volledige tekst

    Geeft per veelvoorkomend delict het vertrekpunt voor strafsoort en strafmaat dat het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht heeft vastgesteld, inclusief de aparte oriëntatiepunten voor berechting op grond van het jeugdstrafrecht en de LOVS-afspraken over vervangende hechtenis en schadevergoeding.

    Strafrecht — OM-Aanwijzingen & Richtlijnen strafvordering

    Volledige tekst

    Levert de in de Staatscourant bekendgemaakte Aanwijzingen en Richtlijnen voor strafvordering van het Openbaar Ministerie — het beleid waaraan de officier zich bindt bij de vervolgingsbeslissing, de strafeis en de OM-strafbeschikking, zodat u weet welke maatstaf de tegenpartij zelf hanteert.

    Strafrecht — Strafproces & rechtspraak-praktijk

    Volledige tekst

    Draagt het Landelijk Strafprocesreglement van de Raad voor de rechtspraak, de handleiding over het slachtoffer in het strafproces en standpunten van de strafrechtadvocatuur — de procesafspraken rond zittingen en slachtofferrechten die nergens in een wetsartikel staan.

    Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

    Live opgevraagd

    Haalt dezelfde klasse documenten live bij de Rechtspraak op in plaats van uit een ingelezen kopie — de oriëntatiepunten straftoemeting en het landelijke procesreglement zoals ze op het moment van de vraag gepubliceerd staan, met de bijwerkdatum erbij. Geen van die stukken draagt een ECLI.

    Staat in élk profiel aan

    Deze vier doen altijd mee, ongeacht vakgebied — ze dragen de wettekst, de nationale en Europese rechtspraak en de literatuur waar elk antwoord op steunt.

    • Wetten.nl

      Levert de geldende tekst van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de bijzondere wetten (WVW 1994, Opiumwet, WED) op de peildatum die het dossier vraagt, met BWB-id, artikel en lid — bepalend zodra het pleegmoment vóór een wetswijziging ligt.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Zoekt uitspraken op rechtsgebied, trefwoord en datum en levert de volledige tekst met ECLI — de plek waar het beoordelingskader van de Hoge Raad staat en waar u ziet hoe feitenrechters van een oriëntatiepunt afwijken.

    • EHRM (HUDOC)

      Geeft de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over artikel 6 EVRM — het eerlijk-procesartikel waarop een verweer over ondervragingsrecht, redelijke termijn of bewijsgebruik uiteindelijk steunt.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Vindt de annotatie bij een strafarrest via een gecureerde whitelist van Nederlandse juridische tijdschriften — bij een richtinggevend arrest is de NJ-noot vaak het stuk dat uitlegt wat er nu precies veranderd is.

    En er komt hier niets langs de zijdeur mee: bij vastgoedrecht schuiven bronnen aan via de bredere tag ‘property’, en de strafrechtknooppunten dragen zo’n bredere tag ook (‘criminal-law’) — maar geen enkele bron in de catalogus draagt hem. Dat is een feit over de registry, geen weglating. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    Het vertrekpunt voor de straf

    Wat staat er tegenover dit feit?

    De wet geeft alleen een maximum. Waar de rechter feitelijk begint, staat in de LOVS-oriëntatiepunten, en waar de officier begint in de OM-richtlijnen. LEO draagt beide reeksen als volledige tekst, tot op het delict.

    LOVS-oriëntatiepuntenOriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken, bijgewerkt juli 2026
    Per veelvoorkomend delict een vertrekpunt voor strafsoort en strafmaat, vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De publicatie zegt zelf wat hun gewicht is: „Hoewel deze oriëntatiepunten niet bindend zijn, is het wel de bedoeling dat zij door de rechter bij de oordeelsvorming in individuele zaken worden betrokken.” En, even expliciet: „Het bepalen van een straf is geen rekensom van afzonderlijke elementen. De strafrechter werkt ook niet met algoritmes.”
    De jeugdoriëntatiepunten staan er apart indezelfde publicatie, hoofdstuk jeugd
    Voor berechting op grond van het jeugdstrafrecht gelden eigen oriëntatiepunten, met eigen uitgangspunten: vrijheidsbeneming als laatste redmiddel en zo kort mogelijk, taakstraf boven geldboete, en als uitgangspunt geen geldboete aan jeugdigen. De publicatie waarschuwt bovendien dat een delict dat niet in de jeugdlijst staat niet automatisch langs het volwassenenvertrekpunt mag worden gelegd.
    OM-Aanwijzingen en RichtlijnenAanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen, BWBR0042068
    De andere helft van dezelfde vraag: waar begint de officier. Deze aanwijzing beschrijft „de algemene uitgangspunten die het Openbaar Ministerie (OM) hanteert in het gebruik van de strafvorderingsrichtlijnen bij de vervolging van plegers van misdrijven waarop het meerderjarigenstrafrecht wordt toegepast”, met de strafverzwarende en strafverminderende factoren die in de richtlijnen zijn verwerkt. Hij is geldend van 1 april 2019 tot heden, geraadpleegd op 15 september 2026.
    Het procesreglement en de zittingspraktijkLandelijk Strafprocesreglement, Raad voor de rechtspraak
    De afspraken over zittingen, onderzoekswensen en de positie van het slachtoffer die nergens in een wetsartikel staan en die toch bepalen hoe een regiezitting loopt. Ze dragen geen ECLI en zijn daardoor onzichtbaar voor onderzoek dat bij Rechtspraak.nl ophoudt.

    Twee reeksen, twee perspectieven: waar de rechter begint en waar de officier begint. Het verschil daartussen is vaak het pleidooi.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Strafrechtadvocaat · artikel 6 WVW 1994 · verdediging

    „Het OM legt mijn cliënt roekeloosheid ten laste bij een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel en eist onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Waar begin ik?”

    Zo komt het antwoord terug

    Wat roekeloosheid in deze tenlastelegging betekent

    Artikel 175 lid 2 WVW 1994 verzwaart de straf bij artikel 6 WVW als de schuld in roekeloosheid bestaat, en sluit in de laatste volzin van dat lid af: van roekeloosheid is in elk geval sprake als het gedrag tevens als een overtreding van artikel 5a lid 1 kan worden aangemerkt. Artikel 5a lid 1 somt een reeks gedragingen op — van gevaarlijk inhalen en door rood licht rijden tot het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden — uitdrukkelijk niet limitatief, want onderdeel m vangt ‘andere verkeersregels van soortgelijk belang’. De Hoge Raad noemt roekeloosheid de zwaarste schuldvorm en omschrijft haar als een buitengewoon onvoorzichtige gedraging waardoor zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.

    Waarom het OM hier geen tarief kan aanwijzen

    De LOVS-oriëntatiepunten geven bij artikel 6 WVW een tabel per gevolg en schuldgradatie — bij zwaar lichamelijk letsel, geen alcohol en aanmerkelijke schuld staat er 120 uur taakstraf plus zes maanden ontzegging — maar zij vermelden in de toelichting uitdrukkelijk dat er voor roekeloosheid géén afzonderlijk oriëntatiepunt is, omdat roekeloosheid zich sinds de koppeling met artikel 5a in te veel vormen en gradaties kan voordoen. Maatwerk is aangewezen. Dat is geen detail voor uw pleidooi: het betekent dat een eis die op een ‘richtsnoer’ leunt, geen richtsnoer heeft.

    Waar de zaak alsnog kan kantelen

    Loopt er een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, dan geeft artikel 359a Sv drie rechtsgevolgen: strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van het OM. De Hoge Raad heeft het beoordelingskader in 2020 bijgesteld en daarbij twee dingen scherp gezet die een verweer maken of breken: het artikel „formuleert een bevoegdheid en niet een plicht” en biedt de mogelijkheid te volstaan met de constatering dát een verzuim is begaan, en waar mogelijk wordt volstaan met het minst verstrekkende rechtsgevolg. Bovendien blijft de toepassing beperkt tot het voorbereidend onderzoek in de zin van artikel 132 Sv. LEO zet dat kader naast uw proces-verbaal; de weging blijft van u.

    De wet op het pleegmoment

    Welke tekst gold er toen, en niet nu?

    In strafzaken is de peildatum niet de datum van uw vraag maar die van het feit. LEO haalt de geldende tekst op met BWB-id, artikel en lid, in plaats van uit een geheugen dat de laatste wijziging gemist kan hebben.

    Sr, Sv en de bijzondere wettenwetten.overheid.nl, live opgevraagd
    Het Wetboek van Strafrecht (BWBR0001854) en het Wetboek van Strafvordering (BWBR0001903) stonden op 15 september 2026 allebei op de versie die geldt vanaf 1 juli 2026. Vraagt uw dossier een oudere versie, dan haalt LEO die op — de wettenbank draagt elke geconsolideerde versie apart.
    Rechtspersonen en feitelijk leidinggevenartikel 51 lid 2 Sr
    Wordt een strafbaar feit door een rechtspersoon begaan, dan kan vervolging worden ingesteld tegen die rechtspersoon, tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven en tegen hen die feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging, dan wel tegen beide categorieën samen. Lid 3 stelt de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, de rederij en het doelvermogen met de rechtspersoon gelijk.
    Adolescentenstrafrecht in twee richtingenartikelen 77b en 77c Sr
    Artikel 77b Sr laat de rechter bij een dader van zestien of zeventien jaar het volwassenenstrafrecht toepassen, op grond van de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan — met in lid 2 de grens dat levenslange gevangenisstraf dan niet kan worden opgelegd. Artikel 77c Sr werkt de andere kant op: bij een jongvolwassene van achttien tot drieëntwintig jaar kan de rechter juist het jeugdstrafrecht toepassen.
    Het nieuwe Wetboek van StrafvorderingEerste Kamer, 24 februari 2026
    De Eerste Kamer heeft op 24 februari 2026 ingestemd met een nieuw Wetboek van Strafvordering; het doel is dat het op 1 april 2029 in werking treedt. Tot die datum is het huidige wetboek het geldende recht, en dat is waar LEO uit werkt. Hij presenteert geen toekomstig artikelnummer als geldend recht.

    Een artikelnummer zonder peildatum is in strafzaken geen vindplaats maar een gok. Daarom staat de versie er altijd bij.

    Vragen uit dit vak

    Wat strafrechtadvocaten als eerste vragen.

    Kent LEO de LOVS-oriëntatiepunten, en welke versie?
    Ja, als eigen kennisbank én via een live koppeling met de Rechtspraak. De publicatie heet voluit ‘Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken’ en droeg op 15 september 2026 de aanduiding ‘Bijgewerkt: juli 2026’. LEO geeft het vertrekpunt per delict met de bijwerkdatum erbij, en herhaalt daarbij wat de publicatie zelf zegt: de oriëntatiepunten zijn niet bindend, maar het is wel de bedoeling dat de rechter ze bij de oordeelsvorming betrekt.
    Rekent LEO zelf een strafmaat uit?
    Nee, en dat is een principiële keuze die de LOVS-publicatie zelf onderschrijft: „Het bepalen van een straf is geen rekensom van afzonderlijke elementen. De strafrechter werkt ook niet met algoritmes.” LEO legt het vertrekpunt uit de oriëntatiepunten naast de strafverzwarende en strafmatigende omstandigheden die daar genoemd worden, en laat de weging aan u. Waar geen oriëntatiepunt bestaat — bij roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 WVW 1994 bijvoorbeeld — zegt hij dat, in plaats van een getal te produceren.
    Doorzoekt LEO ook het OM-beleid waar de officier zich aan bindt?
    Ja. De in de Staatscourant bekendgemaakte Aanwijzingen en Richtlijnen voor strafvordering vormen een eigen kennisbank in de strafrechtset. De Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen (BWBR0042068) is daarvan de paraplu: hij beschrijft de algemene uitgangspunten die het OM hanteert bij het gebruik van de strafvorderingsrichtlijnen, met de algemene en specifieke strafverzwarende en strafverminderende factoren. Die aanwijzing is geldend van 1 april 2019 tot heden.
    Houdt LEO rekening met de versie van de wet op het pleegmoment?
    Ja — hij vraagt de geldende tekst op bij wetten.overheid.nl met BWB-id, artikel, lid en peildatum, en niet uit een geheugen. Op 15 september 2026 stonden het Wetboek van Strafrecht (BWBR0001854) en het Wetboek van Strafvordering (BWBR0001903) allebei op de versie die geldt vanaf 1 juli 2026. Ligt het pleegmoment vóór een wijziging, dan levert hij die oudere geconsolideerde versie.
    Werkt LEO al met het nieuwe Wetboek van Strafvordering?
    Nee, en dat is opzet. De Eerste Kamer heeft op 24 februari 2026 ingestemd met het nieuwe Wetboek van Strafvordering, met als doel dat het op 1 april 2029 in werking treedt. Tot die datum is het huidige wetboek het geldende recht en is dat wat LEO citeert. Een toekomstig artikelnummer presenteren als geldend recht is precies de fout die een vindplaats waardeloos maakt.
    Kan LEO een vormverzuimverweer voor mij onderbouwen?
    Hij levert het kader en de vindplaatsen; de feitelijke grondslag komt uit uw dossier. Artikel 359a Sv geeft de rechtbank de mogelijkheid om bij onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek de straf te verlagen, het bewijs uit te sluiten of het OM niet-ontvankelijk te verklaren, waarbij lid 2 voorschrijft dat zij rekening houdt met het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel. In HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 heeft de Hoge Raad dat kader bijgesteld: het gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht, en waar mogelijk wordt volstaan met het minst verstrekkende rechtsgevolg.
    Kent LEO de termijnen voor hoger beroep en cassatie?
    Hij leest ze uit de wet in plaats van ze uit het hoofd te noemen, want beide artikelen kennen een aanhef met gevallen en een restcategorie. Artikel 408 lid 1 Sv bepaalt dat hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak moet worden ingesteld in de daar opgesomde gevallen — onder meer wanneer de dagvaarding in persoon is betekend of de verdachte op de terechtzitting is verschenen — en lid 2 knoopt in andere gevallen aan bij de dag waarop de einduitspraak de verdachte bekend is geworden. Artikel 432 Sv kent dezelfde constructie voor cassatie. Welke ingang in uw zaak geldt, hangt af van de betekeningsstukken; die legt u aan.
    Wat kan LEO in strafrecht juist níet?
    Drie dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Voor affectieschade en de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij is er in de strafrechtset geen bron: het materiaal daarover zit in de letselschadeset en komt niet mee als u alleen Strafrecht aanvinkt — artikel 51f lid 1 Sv geeft wel de ingang, de normbedragen niet. Voor economisch strafrecht (WED, Wwft, sanctiewetgeving) bestaat geen eigen corpus; daar valt hij terug op wettekst en rechtspraak. En voor penitentiair recht en detentiefasering is er niets. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een strafdossier is het gevoeligste stuk dat een kantoor in huis heeft.

    Processen-verbaal, persoonsdossiers en getuigenverklaringen raken verdachten én slachtoffers. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.