- Kent LEO de LOVS-oriëntatiepunten, en welke versie?
- Ja, als eigen kennisbank én via een live koppeling met de Rechtspraak. De publicatie heet voluit ‘Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken’ en droeg op 15 september 2026 de aanduiding ‘Bijgewerkt: juli 2026’. LEO geeft het vertrekpunt per delict met de bijwerkdatum erbij, en herhaalt daarbij wat de publicatie zelf zegt: de oriëntatiepunten zijn niet bindend, maar het is wel de bedoeling dat de rechter ze bij de oordeelsvorming betrekt.
- Rekent LEO zelf een strafmaat uit?
- Nee, en dat is een principiële keuze die de LOVS-publicatie zelf onderschrijft: „Het bepalen van een straf is geen rekensom van afzonderlijke elementen. De strafrechter werkt ook niet met algoritmes.” LEO legt het vertrekpunt uit de oriëntatiepunten naast de strafverzwarende en strafmatigende omstandigheden die daar genoemd worden, en laat de weging aan u. Waar geen oriëntatiepunt bestaat — bij roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 WVW 1994 bijvoorbeeld — zegt hij dat, in plaats van een getal te produceren.
- Doorzoekt LEO ook het OM-beleid waar de officier zich aan bindt?
- Ja. De in de Staatscourant bekendgemaakte Aanwijzingen en Richtlijnen voor strafvordering vormen een eigen kennisbank in de strafrechtset. De Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen (BWBR0042068) is daarvan de paraplu: hij beschrijft de algemene uitgangspunten die het OM hanteert bij het gebruik van de strafvorderingsrichtlijnen, met de algemene en specifieke strafverzwarende en strafverminderende factoren. Die aanwijzing is geldend van 1 april 2019 tot heden.
- Houdt LEO rekening met de versie van de wet op het pleegmoment?
- Ja — hij vraagt de geldende tekst op bij wetten.overheid.nl met BWB-id, artikel, lid en peildatum, en niet uit een geheugen. Op 15 september 2026 stonden het Wetboek van Strafrecht (BWBR0001854) en het Wetboek van Strafvordering (BWBR0001903) allebei op de versie die geldt vanaf 1 juli 2026. Ligt het pleegmoment vóór een wijziging, dan levert hij die oudere geconsolideerde versie.
- Werkt LEO al met het nieuwe Wetboek van Strafvordering?
- Nee, en dat is opzet. De Eerste Kamer heeft op 24 februari 2026 ingestemd met het nieuwe Wetboek van Strafvordering, met als doel dat het op 1 april 2029 in werking treedt. Tot die datum is het huidige wetboek het geldende recht en is dat wat LEO citeert. Een toekomstig artikelnummer presenteren als geldend recht is precies de fout die een vindplaats waardeloos maakt.
- Kan LEO een vormverzuimverweer voor mij onderbouwen?
- Hij levert het kader en de vindplaatsen; de feitelijke grondslag komt uit uw dossier. Artikel 359a Sv geeft de rechtbank de mogelijkheid om bij onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek de straf te verlagen, het bewijs uit te sluiten of het OM niet-ontvankelijk te verklaren, waarbij lid 2 voorschrijft dat zij rekening houdt met het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel. In HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 heeft de Hoge Raad dat kader bijgesteld: het gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht, en waar mogelijk wordt volstaan met het minst verstrekkende rechtsgevolg.
- Kent LEO de termijnen voor hoger beroep en cassatie?
- Hij leest ze uit de wet in plaats van ze uit het hoofd te noemen, want beide artikelen kennen een aanhef met gevallen en een restcategorie. Artikel 408 lid 1 Sv bepaalt dat hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak moet worden ingesteld in de daar opgesomde gevallen — onder meer wanneer de dagvaarding in persoon is betekend of de verdachte op de terechtzitting is verschenen — en lid 2 knoopt in andere gevallen aan bij de dag waarop de einduitspraak de verdachte bekend is geworden. Artikel 432 Sv kent dezelfde constructie voor cassatie. Welke ingang in uw zaak geldt, hangt af van de betekeningsstukken; die legt u aan.
- Wat kan LEO in strafrecht juist níet?
- Drie dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Voor affectieschade en de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij is er in de strafrechtset geen bron: het materiaal daarover zit in de letselschadeset en komt niet mee als u alleen Strafrecht aanvinkt — artikel 51f lid 1 Sv geeft wel de ingang, de normbedragen niet. Voor economisch strafrecht (WED, Wwft, sanctiewetgeving) bestaat geen eigen corpus; daar valt hij terug op wettekst en rechtspraak. En voor penitentiair recht en detentiefasering is er niets. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.