Incasso

    AI voor de incassopraktijk en de kosten die erbij horen.

    Incasso is een vak waarin een kleine regeling grote gevolgen heeft: artikel 6:96 BW, een korte algemene maatregel van bestuur en één prejudiciële beslissing van de Hoge Raad bepalen samen of uw vordering aan incassokosten toewijsbaar is. LEO haalt die teksten op met artikel, lid en peildatum, en zet de staffel schijf voor schijf uit in plaats van een bedrag te noemen. Eén bron is speciaal voor dit gebied aangelegd — dat is weinig, en we zeggen het liever hier dan dat u het zelf ontdekt.

    De bronnen

    Eén bron die voor dit vak apart is aangelegd.

    Bij een incassovraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Die set is de dunste van alle rechtsgebiedpagina's: één gecureerd corpus draagt een eigen incassotag. Dat is eerlijker om op te schrijven dan te verbergen — en het is ook minder erg dan het klinkt, want de normen die dit vak sturen staan in de wet en in de procesreglementen, en die komen uit de laag die altijd aanstaat.

    Aangelegd voor incasso

    Deurwaarders — Uitvoering & doctrine (BFT + Bureau Wsnp + NVI + Boom)

    Volledige tekst

    Draagt het toezicht- en uitvoeringsmateriaal onder de incassopraktijk: de circulaire en het accountantsprotocol van het Bureau Financieel Toezicht voor de kwaliteits- en financiële eisen aan gerechtsdeurwaarders, de handleiding bij de vtlb-calculator van Bureau Wsnp voor de beslagvrije voet, de NVI-gedragscode voor het incassokeurmerk en het tuchtrechtelijk kader voor gerechtsdeurwaarders.

    Staat in élk profiel aan

    Deze doen altijd mee, ongeacht vakgebied, en voor dit vak dragen ze het leeuwendeel: artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten komen uit de wettenbank, de prejudiciële beslissingen over de veertiendagenbrief uit de ECLI-bron, en het procesreglement voor dagvaardingszaken bij de kantonrechter uit de reglementenbron van de Rechtspraak.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      Levert het landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken voor handel en kanton in de versie die vandaag geldt, plus het Model incassodagvaarding en de richtlijnen rond ambtshalve toetsing in consumentenzaken — stukken die geen ECLI dragen en toch bepalen hoe uw rolzaak loopt.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Staatsblad, Staatscourant en Kamerstukken — waar u de parlementaire geschiedenis van een bepaling terugvindt.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — het niveau onder de wet waar de praktijk zich vaak op richt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • KvK Handelsregister

      De registerstand van een rechtspersoon: wie tekenbevoegd is, welke rechtsvorm, en of een entiteit nog bestaat.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert, en de indeling is afgeleid uit de registry in plaats van opgeschreven. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen — u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    De staffel

    Vijf schijven, en een minimum van veertig euro.

    De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is genormeerd in een algemene maatregel van bestuur die op 15 september 2026 gold in de versie van 1 oktober 2024. Hij is kort, en juist daarom wordt hij vaak onvolledig geciteerd. Hieronder staat wat artikel 2 zelf zegt.

    De vijf schijvenartikel 2 lid 1 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
    15% over de eerste € 2.500 van de hoofdsom, 10% over de volgende € 2.500, 5% over de volgende € 5.000, 1% over de volgende € 190.000 en 0,5% over het meerdere, met een maximum van € 6.775. De percentages lopen dus over schijven van de hoofdsom en niet over het totaal — een fout die in de praktijk tot een te hoge vordering leidt, en daarmee tot een afwijzing.
    Het minimum en de btwartikel 2 lid 2 en lid 3
    Lid 2: de vergoeding bedraagt ten minste € 40. Lid 3 laat een verhoging met het btw-percentage toe, maar onder drie cumulatieve voorwaarden: de schuldeiser maakt voor de incasso gebruik van een btw-belaste dienst, hij kan de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet verrekenen, én hij verklaart dat nadrukkelijk. Zonder die verklaring is er geen grondslag voor de opslag.
    Termijnbetalingen hebben een eigen regelartikel 2a van hetzelfde besluit
    Voor de vergoeding bedoeld in artikel 6:96 lid 8 BW geldt: € 40 voor de eerste termijnbetaling waarvoor de laagste vergoeding geldt in een periode van zes maanden, en € 20 voor volgende termijnbetalingen in diezelfde periode. Wordt in één aanmaning voor meerdere termijnbetalingen aangemaand, dan geldt het hoogste bedrag dat voor een van die termijnbetalingen in rekening kan worden gebracht. Dit is de anti-stapelregeling, en zij staat niet in de hoofdstaffel.
    Tussen ondernemingen ligt het andersartikel 6:96 lid 4 BW
    Bij een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 of 6:119b lid 1 BW bestaat de vergoeding uit ten minste € 40, en dat bedrag is „zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken”. Van die bepaling kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken. Er is dus geen veertiendagenbrief nodig — die eis geldt alleen tegenover de consument.
    Meerdere vorderingen: één aanmaning, opgetelde hoofdsommenartikel 6:96 lid 7 BW
    Kan een schuldenaar voor meer dan één vordering worden aangemaand, dan moet dat in één aanmaning gebeuren, en worden voor de berekening van de vergoeding de hoofdsommen bij elkaar opgeteld. Omdat de staffel degressief is, verlaagt dat de vergoeding — en dat is precies de bedoeling.

    Vijf schijven, een minimum, een btw-voorwaarde, een termijnbetalingsregel en een optelregel. LEO zet ze onder elkaar met het artikel erbij, zodat u de uitkomst in één oogopslag narekent in plaats van hem te moeten geloven.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Advocaat · consumentenincasso · schuldeiserszijde

    „Wij vorderen € 3.800 hoofdsom van een consument. Onze aanmaning zei: betaal binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief. De kantonrechter wijst de incassokosten af terwijl gedaagde niet eens is verschenen. Kan dat?”

    Zo komt het antwoord terug

    Ja, en het ligt aan die ene zin

    De termijn van artikel 6:96 lid 6 BW vangt aan daags na de dag waarop de schuldenaar de aanmaning heeft ontvangen, niet daags na de dagtekening. Een brief die betaling vraagt „binnen veertien dagen na heden” of „na verzending van deze brief” wijst dus een te vroege aanvangsdag aan en voldoet niet aan de wettelijke eis, aldus de Hoge Raad in de prejudiciële beslissing van 25 november 2016. Het gevolg is niet dat de vordering wordt gematigd: de brief mist het rechtsgevolg helemaal, en er worden dus géén incassokosten verschuldigd.

    Dat gedaagde niet verschijnt, helpt u hier niet

    Artikel 139 Rv verplicht de rechter bij verstek de vordering toe te wijzen „tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt”, en de regeling van artikel 6:96 leden 5 tot en met 7 BW is dwingend ten gunste van de consument. De Hoge Raad heeft daaruit afgeleid dat de rechter in verstekzaken moet nagaan of de schuldeiser overeenkomstig die regels heeft gehandeld — en dat hij daar ook in zaken op tegenspraak uit eigen beweging naar mag kijken. De stelplicht dat en op welke dag de brief is ontvangen ligt bovendien bij u.

    Wat het herstel is, en wat er dan toewijsbaar is

    Herstel betekent: alsnog een aanmaning sturen die wél aan artikel 6:96 lid 6 BW voldoet, bijvoorbeeld met de formulering „binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd”. Een extra betalingstermijn van een week of tien dagen repareert de oude brief niet. Loopt die termijn daarna vruchteloos af, dan volgt de vergoeding uit de staffel van artikel 2 van het Besluit: 15% over de eerste € 2.500 is € 375, en 10% over de resterende € 1.300 is € 130 — samen € 505, voordat de btw-vraag van lid 3 aan de orde komt. LEO zet die twee schijven met het artikel erbij, zodat u de optelling zelf ziet in plaats van alleen de uitkomst.

    De veertiendagenbrief

    Eén zin verkeerd, en de kosten zijn weg.

    Tegenover een consument-schuldenaar worden incassokosten pas verschuldigd na een aanmaning die aan artikel 6:96 lid 6 BW voldoet. De Hoge Raad heeft die bepaling in een prejudiciële beslissing van 25 november 2016 op zeven punten uitgewerkt. Die beslissing is nog steeds het kader waaraan de kantonrechter toetst.

    De termijn begint bij ontvangst, niet bij verzendingHR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704, r.o. 3.4
    Artikel 6:96 lid 6 BW laat de termijn van veertien dagen ingaan „de dag na aanmaning”, en omdat de aanmaning een verklaring is die de schuldenaar moet hebben bereikt, vangt de termijn volgens de Hoge Raad pas aan daags na de dag waarop de schuldenaar de brief heeft ontvangen. De bedoeling van de wetgever is dat hij de vólle veertien dagen krijgt.
    Welke formulering sneuvelt, en welke nietdezelfde beslissing, r.o. 3.6.1
    „Binnen veertien dagen na heden” en „binnen veertien dagen na verzending van deze brief” voldoen niet: zij wijzen een te vroege aanvangsdag aan. Wél door de toets komen „binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” en „binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd”. De Hoge Raad merkt daarbij op dat het schuldeisers vrijstaat een ruimere termijn te geven, bijvoorbeeld drie weken na ontvangst.
    Een fout in de brief is niet te reparerendezelfde beslissing, r.o. 3.6.2
    Een veertiendagenbrief die niet aan de eisen voldoet, heeft niet het rechtsgevolg dat de consument bij uitblijven van tijdige betaling incassokosten verschuldigd wordt. Wie alsnog recht op die kosten wil, moet een nieuwe, wél juiste brief sturen: een termijn die een dag te kort was, wordt niet gerepareerd door er later nog een week of tien dagen bij te geven.
    Ook in verstek en op tegenspraak kijkt de rechter meedezelfde beslissing, r.o. 3.7, met artikel 139 Rv
    Van artikel 6:96 leden 5 tot en met 7 BW en van het Besluit kan niet ten nadele van de consument worden afgeweken. In verstekzaken moet de rechter op grond van artikel 139 Rv beoordelen of de schuldeiser genoeg heeft gesteld en overeenkomstig die regels heeft gehandeld; volgens de Hoge Raad is hij óók in zaken op tegenspraak bevoegd dat uit eigen beweging te onderzoeken.
    Betaalt hij binnen de termijn een deel, dan telt alleen dat deel niet meedezelfde beslissing, r.o. 3.8
    Wie binnen veertien dagen volledig betaalt is geen vergoeding verschuldigd. Betaalt hij binnen die termijn slechts een deel, dan is hij wél een forfaitaire vergoeding verschuldigd, maar wordt de hoogte daarvan bepaald over het niet (tijdig) betaalde deel van de hoofdsom. De staffel loopt dan dus over een kleiner bedrag.

    Dit is het soort onderwerp waar een verkeerd overgeschreven zin direct geld kost. Daarom citeert LEO de rechtsoverweging in plaats van hem samen te vatten, met de ECLI erbij zodat u hem zelf openslaat.

    Vragen uit dit vak

    Wat incassojuristen als eerste vragen.

    Hoeveel bronnen zijn er speciaal voor incasso aangelegd?
    Eén: het gecureerde corpus met toezicht- en uitvoeringsmateriaal rond de deurwaarderspraktijk. Dat is de dunste eigen set van alle rechtsgebiedpagina's, en het heeft weinig zin dat te verbloemen. Waar dit vak op draait staat echter in de wet en in de procesreglementen, en die komen uit de laag die in élk profiel aanstaat: artikel 6:96 BW, het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, de rechtspraak op ECLI en het landelijk procesreglement voor dagvaardingszaken bij de kantonrechter.
    Kent LEO de incassokostenstaffel, en welke versie?
    Ja, uit het besluit zelf. Artikel 2 lid 1 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten geeft 15% over de eerste € 2.500 van de hoofdsom, 10% over de volgende € 2.500, 5% over de volgende € 5.000, 1% over de volgende € 190.000 en 0,5% over het meerdere, met een maximum van € 6.775; lid 2 stelt het minimum op € 40. Op 15 september 2026 gold het besluit in de versie van 1 oktober 2024. LEO haalt die tekst live op in plaats van een tabel uit zijn geheugen te reproduceren — dit is precies het onderwerp waarbij een verouderde kopie geld kost.
    Rekent LEO de incassokosten zelf uit?
    Hij zet de schijven onder elkaar met het artikel erbij en laat de optelling zien, zodat u hem in één oogopslag narekent. Twee dingen doet hij bewust niet: hij verzint geen bedrag waar de schijfindeling onduidelijk is, en hij vult de btw-opslag van artikel 2 lid 3 niet automatisch in — die geldt alleen als de schuldeiser de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet kan verrekenen en dat nadrukkelijk verklaart, en dat is een feit uit uw dossier.
    Wat weet LEO over de veertiendagenbrief?
    Het kader uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704), met de rechtsoverweging erbij. Die beslissing bepaalt dat de termijn pas ingaat daags na de dag van ontvangst, dat formuleringen als „binnen veertien dagen na heden” niet voldoen terwijl „binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd” dat wel doet, dat een gebrekkige brief het rechtsgevolg helemaal mist en niet met een extra termijn te repareren is, en dat bij een deelbetaling binnen de termijn de vergoeding wordt berekend over het niet betaalde deel van de hoofdsom.
    Houdt LEO rekening met de Wet kwaliteit incassodienstverlening?
    Ja, voor zover het de wettekst betreft. Artikel 4 lid 1 van die wet verbiedt het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zonder registratie of met een geschorste registratie; lid 2 zondert de gerechtsdeurwaarder en de op het tableau ingeschreven advocaat daarvan uit. Artikel 3 beschrijft het register. Let op de datum: artikel 18 over de civielrechtelijke gevolgen was op 15 september 2026 nog niet in werking en treedt in werking op 1 oktober 2026. Wat LEO niet kan, is het register bij Justis bevragen om te zien of een specifiek incassobureau is ingeschreven — daar is geen bron voor.
    Kan LEO de beslagvrije voet of de deurwaarderstarieven berekenen?
    Nee, en dat is opzet, want beide zijn geïndexeerde bedragen die alleen met peildatum iets betekenen. Artikel 475da lid 1 Rv geeft de maxima voor de beslagvrije voet en lid 2 de rekenformule; artikel 2 van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders geeft de tarieven per exploot — in de versie van 1 januari 2026 bijvoorbeeld € 125,57 voor de dagvaarding die het geding inleidt en € 136,71 voor de betekening van een titel. Artikel 14 van datzelfde besluit schrijft voor dat die bedragen jaarlijks per 1 januari worden gewijzigd. LEO haalt de geldende tekst op en noemt de versiedatum; de berekening zelf blijft werk voor de deurwaarder.

    Een debiteurenbestand is persoonsgegevens, geen spreadsheet.

    In incassodossiers staan namen, adressen, betaalgedrag en soms medische of relationele achtergrond van particulieren. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.