- Welke richtlijnen van De Letselschade Raad kent LEO?
- De Letselschade Raad is een eigen live bron in de letselschadeset, en de richtlijnen zitten daarnaast als doorzoekbaar corpus in LEO. Het gaat om de richtlijnen huishoudelijke hulp, kilometervergoeding, licht letsel inclusief smartengeld, studievertraging, zelfwerkzaamheid, ziekenhuis- en revalidatiedaggeldvergoeding en het rekenmodel overlijdensschade, plus de definitie economische kwetsbaarheid. De Raad publiceert daarbij een indexeringsanalyse en een historisch overzicht van de richtlijnvergoedingen; op 15 september 2026 stond de versie voor 2026 op de richtlijnenpagina. Sommige richtlijnen geven een normbedrag, andere een rekenmethode, en LEO zegt erbij welke van de twee hij aanhaalt en uit welk jaar het bedrag komt.
- Werkt LEO met de Rotterdamse schaal, en rekent hij zelf een smartengeldbedrag uit?
- Hij werkt ermee, en hij rekent niet. De Rotterdamse schaal is een ordening van smartengeldbedragen bij lichamelijk letsel en andere persoonsaantastingen, met per categorie een bandbreedte. Het LOVCK, het LOVCH en het LOVS hebben daarbij aanbevelingen vastgesteld voor de begroting van smartengeld op grond van artikel 6:106 BW, die per 1 januari 2026 door de Rechtspraak worden gehanteerd en onder meer ingaan op meervoudigheid van letsels, leeftijd en de mate van verwijtbaarheid. LEO wijst de categorie en de bandbreedte aan met de vindplaats erbij en noemt de aanbevelingen die daarop van toepassing zijn; de weging binnen die bandbreedte blijft van u. Wat hij niet doet is bedragen uit de ANWB Smartengeldgids noemen: die uitgave zit niet in de bronnenset en mag dus ook niet uit het geheugen worden geciteerd.
- Kent LEO de normbedragen voor affectieschade?
- Ja, uit het Besluit vergoeding affectieschade, dat geldt vanaf 1 januari 2019 en is vastgesteld op grond van artikel 6:107 lid 1 onder b en artikel 6:108 lid 3 BW. Het besluit bevat één tabel met acht categorieën naasten tegen vier kolommen — ernstig en blijvend letsel, overlijden, en beide nogmaals wanneer het om een misdrijf gaat — met bedragen die lopen van 12.500 tot 20.000 euro. De kring van gerechtigden staat in artikel 6:107 lid 2 respectievelijk artikel 6:108 lid 4 BW en eindigt telkens met een restcategorie voor wie in een zodanig nauwe persoonlijke relatie stond dat redelijkheid en billijkheid dat meebrengen. Eén ding zit er niet in: artikel 6:107 lid 3 BW laat ruimte voor een algemene maatregel van bestuur die nader bepaalt wanneer letsel als ernstig en blijvend geldt, en het besluit bevat alleen de bedragen, niet die omschrijving.
- Houdt LEO affectieschade en schokschade uit elkaar?
- Ja, en dat is nodig, want het zijn twee verschillende aanspraken die wel kunnen samenlopen. In zijn arrest van 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958, heeft de Hoge Raad de rechtspraak over schokschade gepreciseerd: het recht op vergoeding is beperkt tot schade die volgt uit geestelijk letsel, en voor toewijzing is vereist dat het bestaan van dat geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld — waarbij een rapportage van een bevoegde en bekwame deskundige kan volstaan, ook zonder diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. In rechtsoverweging 3.9 voegt de Hoge Raad toe dat een secundair slachtoffer daarnáást als naaste aanspraak kan hebben op de vaste vergoeding voor affectieschade, en dat de rechter bij samenloop naar billijkheid moet afwegen in hoeverre hij daarmee rekening houdt bij de hoogte van de immateriële schadevergoeding.
- Hoe gaat LEO om met verjaring in letselzaken?
- Hij leest de termijn uit de wet in plaats van hem uit het hoofd te noemen, omdat letselschade juist hier afwijkt. Artikel 3:310 lid 1 BW kent de bekende combinatie van vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis. Lid 5 zet die tweede termijn opzij: een rechtsvordering tot vergoeding van schade door letsel of overlijden verjaart uitsluitend door verloop van vijf jaren na de dag volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden. Was de benadeelde op dat moment minderjarig, dan gaan de vijf jaren pas lopen na de dag waarop hij meerderjarig is geworden. Lid 4 kan de termijn bovendien oprekken wanneer de gebeurtenis een strafbaar feit oplevert.
- Kent LEO de termijnen die de branche zichzelf heeft opgelegd?
- Ja, uit de Gedragscode Behandeling Letselschade zelf. Gedragsregel 2 vraagt de verzekeraar om de aansprakelijkstelling uiterlijk twee weken na ontvangst schriftelijk te bevestigen aan de benadeelde en diens belangenbehartiger. Gedragsregel 4 bepaalt dat hij binnen drie maanden na ontvangst van de aansprakelijkstelling een onderbouwd standpunt over de aansprakelijkheid inneemt. Gedragsregel 7 schrijft voor dat erkende of definitief vastgestelde schade binnen veertien dagen wordt uitgekeerd. Gedragsregel 8 verplicht partijen om, als de schadebehandeling langer dan twee jaren na de schademelding duurt, op initiatief van de verzekeraar na te gaan wat daarvan de oorzaak is en concreet af te spreken welke maatregelen nodig zijn. Voor medische dossiers ligt daarnaast de GOMA 2022 klaar, met zesentwintig aanbevelingen waaronder aanbeveling 7, die vraagt de patiënt zo snel mogelijk en bij voorkeur binnen 24 uur over een geconstateerd incident te informeren.
- Wat kan LEO in letselschade juist níet?
- Vier dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Hij rekent niet: het rekenmodel overlijdensschade en de aanbeveling zorgschade draagt hij als tekst, maar een actuariële kapitalisatie van verlies van arbeidsvermogen of van toekomstige zorgkosten blijft het werk van de rekenkundige. Hij oordeelt niet medisch: geen diagnose, geen percentage blijvende functiestoornis, en de IWMD-vraagstelling formuleert hij wel maar beantwoordt hij niet. Hij citeert geen smartengeldbedragen uit de ANWB Smartengeldgids, omdat die uitgave niet in de bronnenset zit. En voor Belgisch recht draagt hij de Indicatieve Tabel 2024 en het doctrine- en rechtspraakcorpus daaromheen, maar geen Belgische wettekst- of rechtspraakdatabank. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die zelf kunt nalezen.