IT- en privacyrecht

    AI voor IT- en privacyrechtadvocaten die de toepassingsdatum erbij willen.

    LEO doet het bronnenonderzoek voor uw IT- en privacydossiers op de teksten waar dit vak feitelijk op draait: de AVG en de Uitvoeringswet, de AI-verordening met haar gefaseerde — en sinds juli 2026 verschoven — toepassingsdata, de Data Act, de digitaledienstenverordening, de cookieregel van de Telecommunicatiewet en de Cyberbeveiligingswet die op 15 augustus 2026 in werking trad. Drie bronnen zijn speciaal voor dit vakgebied aangelegd; het zware werk in dit vak doen rechtstreeks werkende Europese verordeningen, en die staan in élk profiel al aan. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid of ECLI.

    De bronnen

    Drie bronnen voor dit vak, en het zware werk doet Europa.

    Bij een IT- of privacyvraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Drie bronnen dragen een tag van dit vakgebied. Dat is een smalle set, en het is ook de eerlijkste beschrijving van hoe dit vak in elkaar zit: de norm staat in rechtstreeks werkende verordeningen, en die komen binnen via de bronnen die altijd al aanstaan. De drie hieronder leveren de laag eromheen — toezicht, incidentfeiten en de invulling van open normen.

    Aangelegd voor IT- en privacyrecht

    Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

    Live opgevraagd

    Levert de boetebesluiten, normuitleg en beleidsregels van de toezichthouder die op grond van artikel 14 UAVG de boetes van artikel 83 AVG oplegt — en die op grond van artikel 14 lid 7 UAVG, in de versie die geldt vanaf 1 september 2026, belanghebbenden moet raadplegen voordat zij zulke beleidsregels vaststelt en in de onderbouwing op die consultatie moet ingaan.

    IT-recht — AI/Data/Cybersecurity (ENISA + EDPB)

    Volledige tekst

    Draagt de richtsnoeren van de EDPB en de technische kaders van ENISA als volledige, doorzoekbare tekst: de laag tussen verordening en praktijk waarin open normen als 'passende technische en organisatorische maatregelen' en 'hoog risico' hun feitelijke invulling krijgen — documenten zonder ECLI en zonder artikelnummer, die daardoor onvindbaar blijven voor onderzoek dat bij wet en rechtspraak ophoudt.

    Staat in élk profiel aan

    Deze doen altijd mee, ongeacht vakgebied — en in dit gebied dragen ze het leeuwendeel: via EUR-Lex de verordeningen en hun geconsolideerde versies, via wetten.overheid.nl de Nederlandse uitvoeringswetgeving op peildatum, en via het Staatsblad en de Staatscourant de inwerkingtredingsbesluiten waarin de data zelf staan.

    • NCSC — Security Advisories

      Haalt het beveiligingsadvies over een concreet product live op bij het Nationaal Cyber Security Centrum, met de inschaling naar kans en schade en de datum waarop het is uitgegeven — het feitelijke fundament onder de vraag vanaf wélk moment uw cliënt van een kwetsbaarheid wist en wat op dat moment een passende maatregel was.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Staatsblad, Staatscourant en Kamerstukken — waar u de parlementaire geschiedenis van een bepaling terugvindt.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      De procesreglementen en landelijke oriëntatiepunten van de Rechtspraak zelf: hoe een zaak feitelijk loopt, naast wat de wet voorschrijft.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Beleidsregels en werkinstructies van uitvoeringsorganisaties — het niveau onder de wet waar de praktijk zich vaak op richt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • KvK Handelsregister

      De registerstand van een rechtspersoon: wie tekenbevoegd is, welke rechtsvorm, en of een entiteit nog bestaat.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert. Let daarbij op iets wat u niet zou verwachten: onder het knooppunt IT- en privacyrecht hangen vier deelgebieden — AVG, cybersecurity, AI-verordening, en datadelen en datalekken — en geen van vieren brengt een extra bron mee. Aanvinken van een deelgebied maakt de set dus niet ruimer; het stuurt alleen de vraagstelling. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen; u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    Eén incident, drie klokken

    Wie moet wát melden, en binnen hoeveel uur?

    Sinds 15 augustus 2026 loopt er naast de meldplicht van de AVG een tweede stelsel met eigen termijnen en een eigen ontvanger. Bij hetzelfde incident kunnen ze alle drie tegelijk lopen. LEO zet de bepalingen naast elkaar in plaats van er één te noemen.

    De AVG: 72 uur, of een motiveringartikel 33 leden 1 en 2 van Verordening (EU) 2016/679
    De verwerkingsverantwoordelijke meldt een inbreuk in verband met persoonsgegevens „zonder onredelijke vertraging en, indien mogelijk, uiterlijk 72 uur nadat hij er kennis van heeft genomen” aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk een risico inhoudt. Gebeurt dat later, dan „gaat zij vergezeld van een motivering voor de vertraging”. De verwerker meldt niet zelf aan de toezichthouder: lid 2 verplicht hem de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging te informeren.
    De Cyberbeveiligingswet: eerst 24 uurartikel 26 Cyberbeveiligingswet, Stb. 2026, 187
    Een essentiële of belangrijke entiteit geeft over een significant incident een vroegtijdige waarschuwing aan haar CSIRT en haar bevoegde autoriteit, „onverwijld of, indien dat niet mogelijk is, binnen 24 uur nadat zij kennis heeft gekregen van het significante incident”. Die eerste melding is bewust dun: of het incident vermoedelijk kwaadwillig is, of het grensoverschrijdende gevolgen kan hebben, en de contactgegevens van de verantwoordelijke functionaris.
    En dan 72 uur, voor de tweede keerartikel 27 leden 1 en 2 Cyberbeveiligingswet
    Binnen 72 uur na kennisname volgt de eigenlijke melding, met een update van de vroegtijdige waarschuwing, een initiële beoordeling van ernst en gevolgen, de indicatoren voor aantasting en alles wat nodig is om grensoverschrijdende gevolgen te bepalen. Voor een aanbieder van een vertrouwensdienst is die termijn geen 72 maar 24 uur. Artikel 28 voegt daar nog een tussentijds verslag aan toe. Dit is dus niet één melding met een deadline, maar een reeks.
    Sinds wanneer dit geldt, staat in een besluitartikel 35 Cyberbeveiligingsbesluit, Stb. 2026, 189
    „De Cyberbeveiligingswet en dit besluit treden in werking met ingang van 15 augustus 2026.” Beide dateren van 8 juli 2026. Artikel 106 van de wet trekt tegelijk de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen in — wie een dossier uit begin 2026 naast een dossier van vandaag legt, werkt dus met twee verschillende stelsels, en dat verschil zit in het inwerkingtredingsbesluit, niet in de wettekst.

    Drie klokken, drie ontvangers, en alle drie beginnen te lopen op het moment dat uw cliënt „kennis heeft gekregen”. Welke van de drie loopt, hangt af van de vraag of de entiteit onder de Cyberbeveiligingswet valt — een vraag over bijlagen en sectoren, niet over techniek.

    Een vraag uit de praktijk

    Bedrijfsjurist · ransomware bij een leverancier · de eerste ochtend

    „Onze hostingpartij is vannacht getroffen door ransomware. Ik moet vóór vanmiddag weten wie wát binnen welke termijn moet melden — zij of wij — en waar we op worden afgerekend als we het mis hebben.”

    Zo komt het antwoord terug

    De AVG-klok ligt bij u, niet bij hen

    Is uw hostingpartij verwerker, dan meldt zij niet zelf aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Artikel 33 lid 2 AVG verplicht de verwerker de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging te informeren; artikel 33 lid 1 legt de melding aan de toezichthouder bij de verwerkingsverantwoordelijke, uiterlijk 72 uur nadat hij van de inbreuk kennis heeft genomen, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk een risico voor rechten en vrijheden inhoudt. Lid 3 zegt wat er minimaal in moet, en lid 4 staat uitdrukkelijk toe de informatie in stappen aan te leveren als niet alles tegelijk beschikbaar is — dat is de bepaling die de eerste ochtend werkbaar maakt.

    Naast die klok kan er een kortere lopen

    Valt uw organisatie of uw leverancier onder de Cyberbeveiligingswet, dan geldt sinds 15 augustus 2026 een eigen stelsel. Artikel 26 vraagt binnen 24 uur een vroegtijdige waarschuwing aan het CSIRT en de bevoegde autoriteit, artikel 27 binnen 72 uur de eigenlijke melding met een initiële beoordeling en de indicatoren voor aantasting, en artikel 28 daarna nog een tussentijds verslag. Voor een vertrouwensdienst is die tweede termijn 24 uur. Dit staat volledig los van de AVG-melding en gaat naar een andere ontvanger.

    Wat het NCSC over dit product zegt, is straks bewijs

    De vraag die in de aansprakelijkheidsdiscussie terugkomt, is wanneer u van de kwetsbaarheid wist of had moeten weten. LEO haalt het beveiligingsadvies van het NCSC over het getroffen product erbij, met zijn inschaling naar kans en schade en de datum van uitgifte, en legt dat naast het moment waarop uw leverancier patchte. Dat is geen juridisch oordeel maar een tijdlijn — en tijdlijnen winnen dit soort zaken.

    En de claims die erop volgen

    Artikel 82 lid 1 AVG geeft eenieder die materiële of immateriële schade lijdt door een inbreuk op de verordening recht op vergoeding; lid 3 stelt vrij wie bewijst dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het schadeveroorzakende feit. Het Hof van Justitie heeft die bepaling op 4 mei 2023 aan twee kanten begrensd: een inbreuk „op zich volstaat niet voor de toekenning van een recht op schadevergoeding”, maar tegelijk verzet artikel 82 zich tegen een nationale regel of praktijk die immateriële schade pas vergoedt als zij „een bepaalde mate van ernst bereikt”. Een drempelverweer werkt dus niet; een verweer dat er geen schade is, wel.

    De datum ís de norm

    Een verordening met één toepassingsdatum bestaat hier niet.

    In dit vak is de vraag zelden of iets geldt, maar vanaf wanneer welk hoofdstuk geldt — en die data verschuiven. LEO leest de toepassingsbepaling zelf, inclusief de wijzigingsverordening erbovenop, en zet de controledatum erbij. Dit is de stand op 15 september 2026.

    AI-verordening: de oorspronkelijke opzetartikel 113 van Verordening (EU) 2024/1689, PB 12 juli 2024
    De verordening „is van toepassing met ingang van 2 augustus 2026”, met drie uitzonderingen in de derde alinea: de hoofdstukken I en II vanaf 2 februari 2025, hoofdstuk III afdeling 4, hoofdstuk V, hoofdstuk VII, hoofdstuk XII en artikel 78 vanaf 2 augustus 2025 (met uitzondering van artikel 101), en artikel 6 lid 1 met de bijbehorende verplichtingen vanaf 2 augustus 2027.
    Maar sinds 27 juli 2026 staat daar iets andersartikel 1 onder 40 van Verordening (EU) 2026/1744, PB 24 juli 2026
    De digitale omnibus inzake AI, van 8 juli 2026, herschrijft de derde alinea van artikel 113. Hoofdstuk III, de afdelingen 1, 2 en 3, is nu van toepassing met ingang van 2 december 2027 voor AI-systemen die op grond van artikel 6 lid 2 en bijlage III als hoogrisico zijn aangemerkt, en met ingang van 2 augustus 2028 voor die op grond van artikel 6 lid 1 en bijlage I. Een deel van artikel 5 schuift naar 2 december 2026, en een nieuw punt d) zet de artikelen 102 tot en met 110 op 27 juli 2026 — de dag waarop de omnibus zelf in werking trad, de derde dag na bekendmaking. Wie de tabel uit 2024 overschrijft, noemt twee data die niet meer gelden.
    Data Act: van toepassing, maar niet op alles tegelijkartikel 50 van Verordening (EU) 2023/2854
    De verordening is van toepassing met ingang van 12 september 2025. De verplichting die voortvloeit uit artikel 3 lid 1 knoopt aan bij verbonden producten en gerelateerde diensten van na 12 september 2026, en hoofdstuk IV geldt pas met ingang van 12 september 2027 voor overeenkomsten die op of vóór 12 september 2025 zijn gesloten en van onbepaalde duur zijn. Eén datum noemen is hier dus per definitie onvolledig.
    DSA: de uitzondering die wél eenvoudig isartikel 93 lid 2 van Verordening (EU) 2022/2065
    De digitaledienstenverordening is van toepassing met ingang van 17 februari 2024. Lid 2 zondert daarvan één blok uit dat al vanaf 16 november 2022 gold: artikel 24 leden 2, 3 en 6, artikel 33 leden 3 tot en met 6, artikel 37 lid 7, artikel 40 lid 13, artikel 43 en de afdelingen 4, 5 en 6 van hoofdstuk IV. Voor een geschil over een gedraging uit 2023 is dat onderscheid bepalend.

    Daarom noemt LEO bij elke bepaling de datum waarop zij van toepassing is, en waar die datum is verschoven de wijzigingsverordening erbij — met de dag waarop hij dat heeft gecontroleerd. In een vak waarin de helft van het advies over timing gaat, is een verordeningsnummer zonder datum geen vindplaats.

    Vragen uit dit vak

    Wat IT- en privacyjuristen als eerste vragen.

    Werkt LEO al met de AI-verordening, en met welke toepassingsdata?
    Ja, met de verordeningstekst zelf én met de wijziging erop. Verordening (EU) 2024/1689 is volgens artikel 113 van toepassing met ingang van 2 augustus 2026, met eerdere data voor de hoofdstukken I en II (2 februari 2025) en voor onder meer hoofdstuk V en hoofdstuk VII (2 augustus 2025). Verordening (EU) 2026/1744 van 8 juli 2026, bekendgemaakt op 24 juli 2026, heeft die derde alinea herschreven: hoofdstuk III afdelingen 1 tot en met 3 geldt nu vanaf 2 december 2027 voor hoogrisicosystemen uit bijlage III en vanaf 2 augustus 2028 voor die uit bijlage I. Dat is de stand zoals gecontroleerd op 15 september 2026; LEO noemt bij zo'n datum altijd de bepaling waar hij hem vandaan haalt, zodat u kunt zien of er inmiddels weer iets is verschoven.
    Kent LEO de Cyberbeveiligingswet, of nog de oude Wbni?
    De Cyberbeveiligingswet. Die wet, van 8 juli 2026, is samen met het Cyberbeveiligingsbesluit in werking getreden met ingang van 15 augustus 2026 — dat staat in artikel 35 van dat besluit — en artikel 106 van de wet trekt de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen in. Voor een dossier dat vóór die datum speelt, haalt LEO de oude tekst op; voor een incident van vandaag de nieuwe, met de meldtermijnen van 24 en 72 uur uit de artikelen 26 en 27.
    Hoe gaat LEO om met de cookieregel?
    Hij leest artikel 11.7a Telecommunicatiewet, dat op 15 september 2026 op de versie stond die geldt vanaf 15 augustus 2026. Lid 1 staat opslaan van of toegang krijgen tot informatie in randapparatuur alleen toe als de gebruiker duidelijke en volledige informatie heeft gekregen én toestemming heeft verleend. Lid 3 kent twee uitzonderingen: communicatie uitvoeren, en wat strikt noodzakelijk is voor de gevraagde dienst of — mits geen of geringe gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer — voor informatie over kwaliteit of effectiviteit. Twee bepalingen worden vaak over het hoofd gezien: lid 4 vermoedt dat het combineren van gebruiksgegevens over verschillende diensten om iemand anders te behandelen een verwerking van persoonsgegevens is, en lid 5 verbiedt een publieke instelling om toegang tot haar dienst afhankelijk te maken van toestemming.
    Levert LEO de boetebesluiten van de Autoriteit Persoonsgegevens?
    Ja, de AP is een eigen bron in deze set: haar besluiten, normuitleg en beleidsregels. De grondslag staat in artikel 14 lid 3 van de Uitvoeringswet AVG, dat de AP de bevoegdheid geeft een bestuurlijke boete op te leggen tot de bedragen van artikel 83 lid 4, 5 of 6 AVG — dat is 10 miljoen euro of 2% van de wereldwijde jaaromzet voor de daar genoemde bepalingen, en 20 miljoen euro of 4% voor onder meer de beginselen, de rechten van betrokkenen en de doorgifte naar derde landen. Lid 7 van datzelfde artikel verplicht de AP om, voor zover passend, belanghebbenden te raadplegen voordat zij beleidsregels vaststelt over een consequente toepassing van de verordening of over haar handhavingsbevoegdheden, en om in de onderbouwing in te gaan op wat in die consultatie naar voren is gebracht. De Uitvoeringswet stond op 15 september 2026 op de toestand die geldt vanaf 1 september 2026.
    Kan LEO een DPIA voor ons schrijven?
    Hij levert het kader en de bouwstenen; de beoordeling blijft van u. Artikel 35 lid 1 AVG vraagt een gegevensbeschermingseffectbeoordeling wanneer een verwerking waarschijnlijk een hoog risico inhoudt, en lid 3 noemt drie gevallen waarin dat in elk geval zo is: systematische en uitgebreide geautomatiseerde beoordeling van persoonlijke aspecten waarop besluiten met rechtsgevolgen worden gebaseerd, grootschalige verwerking van bijzondere categorieën gegevens, en stelselmatige grootschalige monitoring van openbaar toegankelijke ruimten. Lid 4 verplicht de toezichthouder een lijst te publiceren van verwerkingen waarvoor een DPIA verplicht is. LEO haalt die bepalingen en de lijst van de AP erbij en legt ze naast uw verwerking; hij verklaart geen risico aanvaardbaar.
    Wat kan LEO in IT- en privacyrecht juist níet?
    Vier dingen, en het is beter dat u ze vooraf weet. Er is geen ICT-contractenbibliotheek: modelbepalingen en verwerkersovereenkomsten levert u zelf aan. Er is geen bron voor telecom- en frequentietoezicht, dus het handhavingsbeleid rond de cookieregel zit er niet in — de wettekst wel. Auteursrecht op software, opensource-compliance en databankenrecht hangen aan IE-recht en komen niet mee als u alleen dit gebied aanvinkt. En besluiten van buitenlandse privacytoezichthouders bereikt hij alleen voor zover ze via de Autoriteit Persoonsgegevens of via de gecureerde EDPB- en ENISA-set binnenkomen. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, inclusief de datum waarop die bepaling van toepassing is.

    Een datalekdossier is zelf het gevoeligste stuk in huis.

    Incidentrapportages, logbestanden en lijsten van betrokkenen zijn precies de stukken die nergens mogen rondslingeren. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.