Omgevingsrecht

    AI voor omgevingsrechtadvocaten en de vergunningenpraktijk.

    LEO doet het bronnen- en jurisprudentieonderzoek voor uw omgevingszaken op de tekst die op de peildatum van het besluit gold: de Omgevingswet en haar algemene maatregelen van bestuur, met BWB-id en artikellid. Daarnaast haalt hij de geconsolideerde omgevingsverordening, waterschapsverordening of APV met peildatum op uit de CVDR, de bekendmaking van het besluit uit de officiële publicaties, en de bestuursrechtelijke uitspraken op ECLI. Het zwaartepunt ligt bij het omgevingsplan, de vergunning en de procedure — waar het níet ligt, staat verderop op deze pagina met zoveel woorden. Elke stelling met vindplaats.

    De bronnen

    Eén bron draagt dit vak, vijf komen er pas met een vinkje bij.

    Bij een omgevingsrechtelijke vraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Eén bron draagt een echte omgevingsrechttag: de lokale regelgeving uit de CVDR. De connectoren die dit vak zijn reputatie geven — het Omgevingsloket, het Informatiepunt Leefomgeving, de BAG en de bestuurlijke stukken — hangen aan het deelgebied bouwen en monumenten, en niet aan het hoofdgebied. Dat is een feit over de registry en het staat hier liever zwart op wit dan dat u het bij de eerste zaak ontdekt. Per bron staat hieronder wat hij voor omgevingsrecht oplevert — niet in welk hokje hij thuishoort.

    Aangelegd voor omgevingsrecht

    Lokale regelgeving (CVDR)

    Live opgevraagd

    Geeft de geconsolideerde tekst van de omgevingsverordening, APV of beleidsregel van de betrokken gemeente, provincie of waterschap — met peildatum, zodat ook de tekst van vorig jaar te reconstrueren is.

    Erbij zodra u bouwen en monumenten aanzet

    Deze vijf activeren niet op een omgevingsrechttag maar op de bredere tag ‘property’, en die hangt uitsluitend aan het subknooppunt bouwen en monumenten. Vinkt u alleen Omgevingsrecht aan, dan doen ze niet mee; vinkt u dat deelgebied er óók bij aan, dan wel.

    • Omgevingswet (OZON)

      Toetst welke omgevingsplan-, waterschaps- en omgevingsverordeningsregels op een concreet adres of perceel gelden — het antwoord op 'mag dit hier'.

    • IPLO (Informatiepunt Leefomgeving)

      Levert de handreikingen en uitvoeringsuitleg van het Informatiepunt Leefomgeving bij de instrumenten van de Omgevingswet.

    • BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen)

      Identificeert het pand, perceel en bouwjaar waar de vergunning- of handhavingsvraag over gaat.

    • iBabs (gemeenteraadsstukken)

      Haalt de raadsstukken op waarin het omgevingsplan of het handhavingsbesluit bestuurlijk is behandeld — de motivering achter het besluit.

    • Notubiz (gemeente-, provincie- en waterschapsstukken)

      Dekt dezelfde bestuurlijke besluitvorming voor provincies en waterschappen die op Notubiz publiceren.

    Staat in élk profiel aan

    Deze drie doen altijd mee, ongeacht vakgebied — en dat is in dit vak de ruggengraat. De Omgevingswet en haar vier AMvB's komen met BWB-id en peildatum uit de wettenbank, de bekendmaking van een omgevingsplanwijziging of vergunningbesluit uit de officiële publicaties, en de bestuursrechtelijke uitspraken met de Afdeling bestuursrechtspraak als hoogste instantie op ECLI en volledige tekst.

    • Wetten.nl

      Levert de geconsolideerde tekst van de Omgevingswet en haar vier AMvB's op peildatum, met BWB-id en artikellid.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Geeft de bekendmaking van een omgevingsplanwijziging of vergunningbesluit in het gemeenteblad of provinciaal blad — het startpunt van de beroepstermijn.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Levert de bestuursrechtelijke uitspraken, met de Afdeling bestuursrechtspraak als hoogste instantie, op ECLI en volledige tekst.

    Eén grens hoort er meteen bij, en hij is groot. Voor milieu- en natuurrecht draagt de registry geen enkele bron: over stikstofdepositie, AERIUS-berekeningen of de gegevens van BIJ12 belooft deze pagina daarom niets. Wat LEO daar wél doet is de wettekst en de rechtspraak leveren — artikel 5.1 lid 1 onder e Omgevingswet noemt de Natura 2000-activiteit gewoon als vergunningplichtige activiteit — maar een rekenmodel of een depositiebron zit er niet achter, en dan is zwijgen beter dan suggereren. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen.

    Alle 110 officiële bronnen

    Eén wet, één plan

    Wat er in het omgevingsplan staat, is deels nog het oude plan.

    De Omgevingswet (Stb. 2016, 156) is op 1 januari 2024 in werking getreden en verving een stapel wetten waarvan de artikelnummers nog jaren in dossiers en modellen blijven rondzwerven. LEO citeert die oude nummers niet als geldend recht. Wat er van het oude recht nog meedoet, doet dat langs twee bepalingen die de wet zelf een einddatum heeft gegeven.

    Eén plan per gemeenteartikel 2.4 Omgevingswet
    „De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.” Eén document dus, in plaats van een lappendeken van bestemmingsplannen — maar dat ene document is in de praktijk nog volop in aanbouw, en dat is precies waar de volgende twee artikelen over gaan.
    Het tijdelijke deel, met een houdbaarheidsdatum in de wetartikel 22.1 Omgevingswet
    Het omgevingsplan van vandaag bestaat voor een groot deel uit het tijdelijke deel: de besluiten die op grond van artikel 4.6 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet zijn overgegaan — de oude bestemmingsplannen dus — aangevuld met de kaarten en besluiten uit de Aanvullingswet bodem en met de regels die op grond van artikel 22.2 lid 1 tijdelijk deel uitmaken van het plan. De wettekst draagt bij die afdeling de aantekening dat zij op 1 januari 2032 vervalt. Tot die datum leest u dus twee lagen tegelijk, en de vraag welke laag uw regel draagt, is geen formaliteit.
    De binnenplanse afwijking schakelt doorartikel 22.10 Omgevingswet
    „In het tijdelijke deel van het omgevingsplan opgenomen regels als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening gelden als regels als bedoeld in artikel 5.21, tweede lid, onder a.” In gewone woorden: de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit een oud bestemmingsplan is onder de Omgevingswet een beoordelingsregel voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Het bevoegd gezag moet de aanvraag daaraan toetsen vóórdat de buitenplanse route in beeld komt. Ook dit artikel vervalt op 1 januari 2032.
    De vergunningplicht staat op twee plaatsenartikel 5.1 Omgevingswet
    Lid 1 verbiedt zeven activiteiten zonder omgevingsvergunning — de omgevingsplanactiviteit, de rijksmonumentenactiviteit, de ontgrondingsactiviteit, de stortingsactiviteit op zee, de Natura 2000-activiteit, de jachtgeweeractiviteit en de valkeniersactiviteit — tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval. Lid 2 draait de logica om voor onder meer de bouwactiviteit, de milieubelastende activiteit, de lozingsactiviteit, de wateronttrekkingsactiviteit en de flora- en fauna-activiteit: die zijn alleen vergunningplichtig vóór zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. Wie lid 1 en lid 2 door elkaar haalt, komt bij de verkeerde AMvB uit.

    Eén wet, één plan, twee lagen en een schakelbepaling met een einddatum. Een artikelnummer zonder de regeling en de toestand erbij is in dit vak geen vindplaats maar een gok.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Omgevingsrechtadvocaat · legalisatie na handhaving · aanvragerszijde

    „Onze cliënt heeft een bedrijfsgebouw groter gebouwd dan vergund en heeft daarna een vergunning aangevraagd om die overschrijding te legaliseren. De gemeente weigert. Cliënt zegt: het gebruik was met de eerdere vergunning toch al toegestaan? Waar begin ik?”

    Zo komt het antwoord terug

    Een vergunning wijzigt het plan niet

    Dat is het punt waarop dit betoog strandt, en de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het op 24 juni 2026 voor het eerst onder de Omgevingswet uitgesproken. Onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gold de vaste lijn dat een eerder verleende omgevingsvergunning voor een bouwplan in afwijking van het bestemmingsplan geen grondslag biedt voor een ánder bouwplan: die afwijking heeft uitsluitend betrekking op een bepaald bouwplan en een bepaald gebruik. De Afdeling ziet geen aanleiding die rechtspraak onder de Omgevingswet te wijzigen — „een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit omvat op grond van de Ow namelijk ook alleen de toestemming om de aangevraagde activiteit uit te voeren en houdt nog geen wijziging in van het omgevingsplan”. Artikel 4.13 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet verandert daar niets aan: dat artikel eerbiedigt rechten uit een onherroepelijke vergunning van vóór de stelselherziening, maar brengt geen wijziging aan in het rechtsgevolg ervan.

    Eerst de binnenplanse route

    Voordat u aan de buitenplanse route toekomt, moet de aanvraag langs de afwijkingsregels die in het plan zelf staan. Artikel 22.10 Omgevingswet bepaalt dat de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit een oud bestemmingsplan geldt als beoordelingsregel in de zin van artikel 5.21 lid 2 onder a Omgevingswet. Het bevoegd gezag toetst de aanvraag daaraan; is er strijd met die regels, dan staat vast dat er strijd is met het plan en verschuift de vraag naar de buitenplanse grond. Een marginale overschrijding maakt dat niet anders — die moet gewoon binnen de binnenplanse regel passen.

    Dan de buitenplanse grond, en de instructieregels erboven

    Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning „alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties” (artikel 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving). Dat is geen open belangenafweging: artikel 8.0b lid 1 van datzelfde besluit verklaart de instructieregels uit hoofdstuk 5, de regels over omgevingsplannen op grond van artikel 2.22 Omgevingswet en de instructies op grond van de artikelen 2.33 en 2.34 van overeenkomstige toepassing, en lid 2 onder a schrijft weigering voor als de activiteit zou leiden tot een situatie die op grond van zo'n regel of instructie niet is toegelaten. In de zaak van 24 juni 2026 liep het daar ook op vast: de provinciale omgevingsverordening stond in de weg. Dus: zoek eerst de instructieregel, dan pas het argument.

    Wat LEO hier concreet doet

    Hij haalt de tekst van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving op met BWB-id, artikel en toestand, zoekt de geconsolideerde omgevingsverordening van de betrokken provincie met peildatum op in de CVDR — die peildatum is hier beslissend, want getoetst wordt aan de verordening zoals die gold — haalt de bekendmaking van het weigeringsbesluit uit de officiële publicaties op als startpunt van de beroepstermijn, en levert de Afdelingsrechtspraak op ECLI en volledige tekst. Zet u daarbij het deelgebied bouwen en monumenten aan, dan komen de regels op het perceel zelf via het Omgevingsloket erbij, met de pandgegevens uit de BAG en de raadsstukken uit iBabs of Notubiz. Wat hij niet doet: een stikstofberekening, een aanvraag indienen, of het besluit nemen.

    De klok

    Welke termijn loopt er, en waarvandaan?

    In het omgevingsrecht wordt meer verloren op termijnen en ontvankelijkheid dan op de inhoud. De beslistermijn hangt af van de procedure, de beroepstermijn van de wijze van bekendmaking, en de toegang tot de rechter van wat er in de zienswijzefase is gedaan. LEO leest die bepalingen uit de wet in plaats van ze uit het hoofd te noemen.

    Acht weken — of een half jaarartikelen 16.64 en 16.65 Omgevingswet
    Het bevoegd gezag beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, of binnen twaalf weken als de voorgenomen beslissing instemming behoeft, en kan die termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen — waarbij het verlengingsbesluit binnen de beslistermijn bekend moet worden gemaakt (artikel 16.64 leden 1 en 2). Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geldt alleen in bij AMvB aangewezen gevallen of op verzoek of met instemming van de aanvrager (artikel 16.65 lid 1). Eén uitzondering is voor de praktijk belangrijk: bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met aanzienlijke gevolgen waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, kan het bevoegd gezag afdeling 3.4 alsnog van toepassing verklaren (lid 4) — en moet het de aanvrager daarover eerst horen (lid 5).
    De beroepstermijn begint niet waar u denktartikelen 6:7, 6:8 en 3:16 Algemene wet bestuursrecht
    De termijn voor bezwaar en beroep bedraagt zes weken (artikel 6:7 Awb) en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8 lid 1). Is het besluit met afdeling 3.4 voorbereid en tot een of meer belanghebbenden gericht, dan begint de beroepstermijn niet bij de bekendmaking maar met ingang van de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd (lid 4). In de voorfase geldt voor zienswijzen en adviezen eveneens zes weken, gerekend vanaf de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd en daarvan kennis is gegeven (artikel 3:16 leden 1 en 2). Voor de bekendmaking zelf verwijst artikel 16.64 lid 3 Omgevingswet naar artikel 12 van de Bekendmakingswet — de officiële publicatie is dus het startschot, niet de brief.
    Twee poorten vóór de inhoudelijke beoordelingartikelen 6:13 en 8:69a Algemene wet bestuursrecht
    Artikel 6:13 Awb sluit beroep uit voor de belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld. En artikel 8:69a Awb zet de tweede poort: de bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een rechtsregel of rechtsbeginsel „indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept”. Twee bepalingen die zelden over de inhoud gaan en vaak over de uitkomst.
    Bij een projectbesluit loopt er een andere klokartikel 16.87 Omgevingswet
    Beroepen tegen een projectbesluit, tegen een goedkeuringsbesluit als bedoeld in artikel 16.72 en tegen uitvoeringsbesluiten behandelt de Afdeling bestuursrechtspraak met toepassing van afdeling 8.2.3 Awb — de versnelde behandeling. Zij beslist binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift (lid 3), met de mogelijkheid die termijn in bijzondere omstandigheden met ten hoogste drie maanden te verlengen (lid 4). Wint zij advies in bij de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, dan brengt die binnen twee maanden na het verzoek advies uit (lid 2). Wordt de bestuurlijke lus toegepast, dan gelden in plaats daarvan zes maanden tot de tussenuitspraak en zes maanden daarna tot de einduitspraak (lid 6).

    Een termijn die u uit het hoofd noemt, is in dit vak een termijn die u een keer misloopt. Daarom staat bij elke termijn in een antwoord van LEO het artikel, het lid en de toestand waaruit hij komt.

    Vragen uit dit vak

    Wat omgevingsrechtjuristen als eerste vragen.

    Werkt LEO met de Omgevingswet, of nog met de oude wetten?
    Met de Omgevingswet, en hij haalt die tekst op in plaats van hem te onthouden. De Omgevingswet (BWBR0037885) is op 1 januari 2024 in werking getreden en droeg op 15 september 2026 de toestand die geldt vanaf 1 juli 2026. LEO citeert geen artikelnummer uit een ingetrokken wet als geldend recht. Wat er van het oude recht nog meedoet, doet dat via het tijdelijke deel van het omgevingsplan: artikel 22.1 Omgevingswet rekent daartoe onder meer de besluiten die op grond van artikel 4.6 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet zijn overgegaan. De wettekst geeft die afdeling zelf een einddatum: zij vervalt op 1 januari 2032.
    Haalt LEO de regels op die op een concreet adres of perceel gelden?
    Alleen als u het deelgebied bouwen en monumenten aanzet, en dat is een bewuste nuance. Het Omgevingsloket, het Informatiepunt Leefomgeving, de BAG en de bestuurlijke stukken van iBabs en Notubiz hangen in de bronnenset aan dat subknooppunt en niet aan het hoofdgebied omgevingsrecht. Vinkt u alleen Omgevingsrecht aan, dan werkt LEO op de wettekst, de bekendmakingen, de rechtspraak en de lokale regelgeving uit de CVDR. Vinkt u bouwen en monumenten er ook bij aan, dan komen de regels op locatie, de pandgegevens en de raadsstukken erbij.
    Kan LEO iets met stikstof, AERIUS of een natuurvergunning?
    Niet op bronniveau, en dat zeggen we liever hier dan dat u het zelf ontdekt. Voor milieu- en natuurrecht draagt de bronnenregistry geen enkele bron, dus LEO doet geen depositieberekening, raadpleegt geen AERIUS en heeft geen koppeling met de gegevens van BIJ12. Wat hij wel levert is de wettekst en de rechtspraak: artikel 5.1 lid 1 onder e van de Omgevingswet noemt de Natura 2000-activiteit met zoveel woorden als vergunningplichtige activiteit, en de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak daarover zitten in de basisset op ECLI. Voor het rekenwerk en de ecologische onderbouwing hebt u een adviseur nodig, geen taalmodel.
    Kent LEO de omgevingsverordening en de APV van een specifieke gemeente?
    Ja, en dit is de bron die voor dit vakgebied apart is aangelegd. Uit de centrale voorziening voor decentrale regelgeving haalt LEO de geconsolideerde tekst van de omgevingsverordening, de waterschapsverordening, de APV of een beleidsregel van de betrokken gemeente, provincie of waterschap, met peildatum — zodat ook de tekst zoals die vorig jaar luidde te reconstrueren is. Die peildatum is geen luxe: getoetst wordt aan de verordening zoals die gold ten tijde van het besluit, niet aan de versie van vandaag.
    Rekent LEO beroeps- en beslistermijnen voor mij uit?
    Hij leest ze voor met artikel en lid erbij; het toepassen op uw stukken blijft uw werk, want het aanknopingspunt zit in de betekenings- en publicatiestukken. De hoofdlijn: de termijn voor bezwaar en beroep bedraagt zes weken (artikel 6:7 Awb) en begint de dag na de bekendmaking van het besluit (artikel 6:8 lid 1 Awb), maar bij een met afdeling 3.4 voorbereid besluit dat tot belanghebbenden is gericht, begint hij de dag na de terinzagelegging (artikel 6:8 lid 4 Awb). Aan de bestuurskant beslist het bevoegd gezag binnen acht weken, of binnen twaalf weken als instemming nodig is, met eenmaal ten hoogste zes weken verlenging (artikel 16.64 leden 1 en 2 Omgevingswet).
    Wat kan LEO in omgevingsrecht juist níet?
    Vier dingen, en het is eerlijker dat u ze vooraf weet. Hij heeft geen milieu- en natuurcorpus, dus geen stikstof, geen AERIUS, geen BIJ12. Hij haalt de regels op een perceel niet op als u alleen het hoofdgebied hebt aangevinkt; daarvoor moet het deelgebied bouwen en monumenten aan. Hij dient geen aanvraag in, doet geen melding en neemt geen besluit — hij levert de vindplaats waarop uw advies of beroepschrift steunt. En hij bewaakt geen termijn: de zes weken van artikel 6:7 Awb bewaakt uw eigen systeem, niet LEO. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een omgevingsdossier is openbaar tot het dat niet is.

    Bedrijfsvertrouwelijke gegevens in een aanvraag, een handhavingsdossier, de onderhandelingspositie bij een anterieure overeenkomst: lang niet alles in een omgevingszaak hoort op straat. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.