Huurrecht

    AI voor huurrechtadvocaten die de juiste afdeling willen raken.

    LEO doet het bronnen- en jurisprudentieonderzoek voor uw huurzaken op de tekst die op de peildatum van uw dossier gold: Boek 7 titel 4 BW, met de afdelingen woonruimte, bedrijfsruimte en overige gebouwde onroerende zaken elk apart. Daarnaast doorzoekt hij de geanonimiseerde uitspraken van de Huurcommissie en de kantonrechter- en hofuitspraken op ECLI. Het huurrecht is grotendeels dwingend recht en het schuift bijna jaarlijks, dus haalt LEO de tekst op met artikel, lid en toestand in plaats van uit een geheugen. Elke stelling met vindplaats.

    De bronnen

    Eén bron is voor dit vak apart aangelegd — dat zeggen we liever zelf.

    Bij een huurvraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit gebied hoort. Die set is hier smaller dan bij vastgoed- en bouwrecht: één bron draagt een huurrechttag, en verder leunt dit gebied op de wettekst en de rechtspraak die in élk profiel al aanstaan. Dat is geen verzwegen tekortkoming maar een keuze om het hier op te schrijven in plaats van u het bij de eerste zaak te laten ontdekken. Per bron staat hieronder wat hij voor huurrecht oplevert — niet in welk hokje hij thuishoort.

    Aangelegd voor huurrecht

    Huurcommissie (eerdere uitspraken)

    Live opgevraagd

    Levert de geanonimiseerde uitspraken over huurprijs en punten, servicekosten, gebreken en huurverhoging bij woonruimte, doorzoekbaar op zaaknummer, woonplaats, postcode, wetsartikel of datumbereik.

    Hangt aan het knooppunt huurrecht

    Deze bron activeert niet op een huurrechttag maar op de bredere tag ‘property’, die op het knooppunt huurrecht zelf staat. Kiest u huurrecht als vakgebied, dan doet hij dus mee; kiest u alleen een aangrenzend deelgebied, dan niet.

    • BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen)

      Levert oppervlakte, bouwjaar en gebruiksdoel van het gehuurde — de feitelijke gegevens onder een discussie over huurprijs of gebrek.

    Staat in élk profiel aan

    Deze twee doen altijd mee, ongeacht vakgebied — en in dit vak is dat geen bijrol. Boek 7 titel 4 BW en de kantonrechter- en hofuitspraken over ontbinding, gebreken, indeplaatsstelling en 290-bedrijfsruimte komen hier allebei uit de basisset, met BWB-id, artikel, lid en peildatum.

    • Wetten.nl

      Levert Boek 7 titel 4 BW (huur), met de afdelingen woonruimte en bedrijfsruimte, in de versie die op de peildatum gold — bij huurrecht schuift dwingend recht regelmatig.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Levert de kantonrechter- en hofuitspraken over ontbinding, gebreken, indeplaatsstelling en 290-bedrijfsruimte op ECLI en volledige tekst.

    Twee grenzen horen er meteen bij. Er is geen bron voor het woningwaarderingsstelsel en geen voor de Wet betaalbare huur: LEO levert de regeltekst waarin de puntentelling staat, hij rekent geen punten uit. En de lokale huisvestingsverordening draait op een huurrechtprofiel niet vanzelf mee — die bron draagt hier geen tag. Wat u verder aan bouw- en vastgoedcorpora zoekt (UAV, AVA, DNR, de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen), zit in de vastgoed- en bouwrechtset en hoort daar ook: dat is een ander vak met een ander geschil. Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert; onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen.

    Alle 110 officiële bronnen

    De drie regimes

    Welke afdeling beheerst dít contract?

    Titel 4 van Boek 7 BW draagt drie regimes naast elkaar, en ze verschillen materieel: de opzeggingsgronden, de termijnen en de rechtsbescherming zijn per regime anders. De eerste vraag in vrijwel elke huurzaak is dus niet ‘wat staat er in de wet’ maar ‘welk stuk van de wet’. LEO haalt de tekst op met artikel, lid en toestand.

    Woonruimte — afdeling 5artikel 7:271 BW, toestand 1 juli 2026
    Lid 5 is de bepaling waar een opzegging het vaakst op sneuvelt: de opzegging door de verhuurder moet op straffe van nietigheid de gronden vermelden die tot de opzegging hebben geleid, een opzegging op andere dan de in artikel 274 lid 1 genoemde gronden is nietig, en de huurder moet worden gevraagd binnen zes weken mee te delen of hij in de beëindiging toestemt. Lid 6 onder b geeft de verhuurder een opzegtermijn van ten minste drie maanden, voor elk jaar ononderbroken gebruik verlengd met één maand tot ten hoogste zes maanden. En lid 2 begrenst de tijdelijke huur: die route staat alleen nog open voor een huur van twee jaar of korter aan personen uit bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën, waarbij de verhuurder niet eerder dan drie maanden en uiterlijk één maand vóór het einde schriftelijk over de einddatum moet informeren — doet hij dat niet, dan verlengt de overeenkomst voor onbepaalde tijd.
    290-bedrijfsruimte — afdeling 6artikelen 7:290, 7:292, 7:293 en 7:296 BW
    Artikel 290 lid 2 knoopt de bescherming aan een publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening, en noemt daarnaast het hotelbedrijf en het kampeerbedrijf apart. Artikel 292 geeft de bekende vijf-plus-vijf: de overeenkomst geldt voor vijf jaar en wordt daarna van rechtswege met vijf jaar verlengd. Opzeggen kan alleen tegen het einde van een termijn, bij exploot of aangetekende brief, met een opzegtermijn van ten minste een jaar (artikel 293 lid 2). En de gronden verschillen per termijn: tegen het einde van de eerste termijn alleen slechte bedrijfsvoering of dringend eigen gebruik (artikel 296 lid 1), tegen het einde van de tweede een redelijke belangenafweging (lid 3), met in lid 4 onder d een grond die dit vak aan het bestuursrecht vastknoopt — de verhuurder die een krachtens het geldende omgevingsplan aan het verhuurde toegedeelde functie wil verwezenlijken.
    Overige bedrijfsruimte — artikel 7:230a BWartikel 7:230a leden 1, 5 en 8 BW
    Kantoren, loodsen en praktijkruimten die noch woonruimte noch 290-bedrijfsruimte zijn, kennen geen huurbescherming maar ontruimingsbescherming. De huurder kan de rechter na het einde van de huurovereenkomst verzoeken de ontruimingstermijn te verlengen, en dat verzoek moet binnen twee maanden na het tijdstip waartegen schriftelijk ontruiming is aangezegd worden ingediend. De verlenging geldt voor ten hoogste een jaar en kan op verzoek van de huurder nog tweemaal met telkens ten hoogste een jaar worden verlengd. Lid 8 sluit de zaak af: tegen een beschikking krachtens dit artikel staat geen hogere voorziening open.
    En de bodem eronder: het is dwingend rechtartikel 7:291 BW
    Van afdeling 6 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken (lid 1). Een afwijkend beding is niettemin niet op die grond vernietigbaar als de rechter het heeft goedgekeurd (lid 2), en die goedkeuring wordt alleen gegeven als het beding de rechten van de huurder niet wezenlijk aantast, of als diens maatschappelijke positie zodanig is dat hij de bescherming in redelijkheid niet behoeft (lid 3). Eén uitzondering staat er met zoveel woorden in: voor een afwijking van artikel 307 — de indeplaatsstelling — werkt die goedkeuringsroute niet.

    Drie regimes, drie termijnstelsels, drie soorten verweer. Wie de verkeerde afdeling pakt, heeft een net advies geschreven over een andere zaak — en dat is in dit vak de duurste fout die er is.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Huurrechtadvocaat · 290-bedrijfsruimte · huurderszijde

    „Onze cliënt huurt sinds 2016 een winkelruimte en betaalt fors boven het plaatselijke peil. De algemene bepalingen schrijven een eigen deskundigenprocedure voor, met een aanzegtermijn van zes maanden; de verhuurder weigert daarbuiten mee te werken aan een gezamenlijke deskundige. Kunnen wij toch naar de kantonrechter?”

    Zo komt het antwoord terug

    Waar de vordering op rust

    Artikel 7:303 lid 1 BW geeft zowel huurder als verhuurder de vordering tot nadere vaststelling van de huurprijs als die niet overeenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse — bij een overeenkomst voor bepaalde tijd na afloop van de overeengekomen duur, en in alle andere gevallen telkens wanneer ten minste vijf jaar zijn verstreken sinds de ingang van de laatst vastgestelde huurprijs. Lid 2 geeft de maatstaf: het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse over de vijf jaar vóór het instellen van de vordering, elk herleid volgens de algemene ontwikkeling van het prijspeil. Lid 4 bepaalt dat de nieuwe huurprijs in beginsel ingaat op de dag waarop hij is gevorderd, tenzij de rechter op grond van de bijzondere omstandigheden een andere ingangsdatum vaststelt.

    De horde vóór de vordering

    De vordering is alleen ontvankelijk als zij vergezeld gaat van een advies van een of meer door partijen gezamenlijk benoemde deskundigen (artikel 7:304 lid 1 BW). Komen partijen daar niet uit, dan benoemt de rechter er een op verzoek van de meest gerede partij, en geldt de dag van dat verzoek als de dag waarop de vordering is ingesteld (lid 2). Hoe serieus dat overleg moet zijn, heeft de Hoge Raad in Halfords/Dela uitgemaakt: aan de inhoud zijn géén hoge eisen te stellen, maar voldoende en ook noodzakelijk is dat serieus en zonder onnodige vertraging op een uitnodiging of voorstel wordt ingegaan — zowel over de huurprijs als over de deskundige. Blijft een serieuze reactie onnodig lang uit, dan is er geen overeenstemming in de zin van lid 2. In hetzelfde arrest staat de waarschuwing voor de andere kant: er is geen grond voor een voortijdig verzoek om de ingangsdatum veilig te stellen, want de rechter kan die datum juist verschuiven als een partij niet voortvarend heeft onderhandeld.

    Het afwijkende beding houdt u niet tegen — maar het is nog niet voorbij

    Van afdeling 6 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken (artikel 7:291 lid 1 BW), en een deskundigenbeding dat de wettelijke route bemoeilijkt is daarvan een afwijking. Reken er alleen niet op dat de vernietiging het laatste woord is. In HR 3 april 2015 oordeelde de Hoge Raad dat artikel 7:291 lid 3 BW geen tijdstip of termijn voor het goedkeuringsverzoek noemt, zodat partijen dat ook ná ingang van de huur kunnen doen, en — beslissend hier — dat óók nadat de huurder het beding heeft vernietigd nog goedkeuring kan worden verkregen; door die goedkeuring wordt het beding alsnog rechtsgeldig. Houd dus rekening met een tegenverzoek, en bereid het verweer op lid 3 voor: tast het beding de rechten van uw cliënt wezenlijk aan, of is zijn maatschappelijke positie zodanig dat hij de bescherming niet behoeft?

    Wat LEO hier concreet doet

    Hij haalt de tekst van de artikelen 7:291, 7:303 en 7:304 BW op in de toestand die uw dossier vraagt, met artikel en lid, legt de twee arresten er met overweging naast, en zoekt in de kantonrechter- en hofrechtspraak op ECLI naar de lijn over vergelijkingspanden en ingangsdatum. De feitelijke kant — het huurpeil ter plaatse, de vergelijkingsobjecten, het gebruiksoppervlak — komt uit uw dossier en uit de BAG, niet uit LEO. En de weging blijft van u.

    De huurprijs

    Wat LEO met de huurprijs doet, en wat hij er niet mee doet.

    De huurprijsregelgeving is het deel van dit vak dat het snelst veroudert: bedragen worden geïndexeerd, de puntentelling wordt bijgesteld, en een getal uit een oud memo is binnen een jaar onbruikbaar. LEO gaat daar op één manier mee om — hij haalt de tekst op met de toestand erbij, en hij rekent niets uit wat hij niet kan verantwoorden.

    De uitspraken van de Huurcommissiede enige bron die voor dit vak apart is aangelegd
    Geanonimiseerde uitspraken over huurprijs en punten, servicekosten, gebreken en huurverhoging bij woonruimte, doorzoekbaar op zaaknummer, woonplaats, postcode, wetsartikel of datumbereik. Wat zo'n uitspraak juridisch waard is, staat in artikel 7:262 lid 1 BW: partijen worden geacht te zijn overeengekomen wat de Huurcommissie heeft vastgesteld, tenzij een van hen binnen acht weken na verzending van het afschrift een beslissing van de rechter vordert over het punt waarover om uitspraak was verzocht. Lid 2 sluit hoger beroep tegen die rechterlijke beslissing uit. Die acht weken zijn dus geen formaliteit maar het hele venster.
    De termijn die het vaakst wordt gemistartikel 7:249 BW
    De huurder kan tot uiterlijk zes maanden na het tijdstip waarop de voor de eerste maal aangegane huurovereenkomst voor die woonruimte is ingegaan, de Huurcommissie verzoeken uitspraak te doen over de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs. Loopt die termijn af, dan is de route dicht. LEO leest hem uit de wettekst op de toestand die uw dossier vraagt, in plaats van hem uit het hoofd te noemen.
    De puntentelling rekent hij niet uitartikel 10 lid 1 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte jo. artikel 5 Besluit huurprijzen woonruimte
    Het woningwaarderingsstelsel staat niet in de wet zelf maar in bijlage I bij het Besluit huurprijzen woonruimte: onder A voor zelfstandige woningen, onder B voor onzelfstandige woonruimte en onder C voor woonwagens en standplaatsen, elk met een eigen toelichting. Dat besluit (BWBR0003237) droeg op 15 september 2026 de toestand die geldt vanaf 1 januari 2026. LEO levert die regeltekst met peildatum — een puntenberekening levert hij niet, want daar is in de bronnenset geen bron voor. Het feitelijke substraat eronder haalt hij wél op: oppervlakte, bouwjaar en gebruiksdoel van het gehuurde komen uit de BAG. De punten zelf blijven mensenwerk, of werk voor de huurprijscheck van de Huurcommissie zelf.
    Een bedrag krijgt altijd zijn periode meeartikel 10 lid 2 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte
    Hoe hard die regel is, ziet u aan de inkomensgrenzen voor de inkomensafhankelijke huurverhoging: die staan in de wet zelf en verschuiven. In de toestand die geldt vanaf 4 juni 2026 — opgezocht op 15 september 2026 — noemt artikel 10 lid 2 onder a de grenzen € 59.504 voor een eenpersoonshuishouden en € 68.858 voor een huishouden met meer bewoners voor de eerste categorie, en € 70.149 respectievelijk € 93.531 voor de tweede. Een antwoord van LEO waarin zo'n bedrag voorkomt, draagt daarom de toestand erbij. Zonder die toestand is het geen vindplaats maar een herinnering.

    Het verschil tussen een bruikbaar en een onbruikbaar antwoord zit in dit vak zelden in de redenering en bijna altijd in de peildatum.

    Vragen uit dit vak

    Wat huurrechtjuristen als eerste vragen.

    Kent LEO Boek 7 titel 4 BW als geldende tekst, met de juiste peildatum?
    Ja — hij vraagt de tekst op met BWB-id, artikel, lid en toestand in plaats van uit een geheugen. Op 15 september 2026 stond Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BWBR0005290) op de versie die geldt vanaf 1 juli 2026. Dat is in dit vak geen detail: het huurrecht is grotendeels dwingend recht en het wordt regelmatig gewijzigd, dus de vraag is nooit alleen wat een artikel zegt maar ook wat het zei op het moment dat uw contract werd gesloten of uw opzegging werd gedaan. Ligt uw peildatum eerder, dan levert LEO de oudere geconsolideerde versie.
    Doorzoekt LEO de uitspraken van de Huurcommissie?
    Ja. De geanonimiseerde uitspraken van de Huurcommissie vormen de enige bron die in de huurrechtset speciaal voor dit vakgebied is aangelegd. Ze gaan over huurprijs en punten, servicekosten, gebreken en huurverhoging bij woonruimte, en zijn te doorzoeken op zaaknummer, woonplaats, postcode, wetsartikel of datumbereik. Daarbij hoort meteen de termijn uit artikel 7:262 lid 1 BW: partijen worden geacht te zijn overeengekomen wat de Huurcommissie heeft vastgesteld, tenzij een van hen binnen acht weken na verzending van het afschrift een beslissing van de rechter vordert.
    Rekent LEO de punten van het woningwaarderingsstelsel uit?
    Nee, en dat is beter dat u vooraf weet. Er is in de huurrechtset geen bron voor het woningwaarderingsstelsel en geen voor de Wet betaalbare huur. Wat LEO wel levert is de regeltekst waarin het stelsel staat: artikel 10 lid 1 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte draagt de waardering op aan een algemene maatregel van bestuur, en artikel 5 van het Besluit huurprijzen woonruimte wijst daarvoor bijlage I aan — onder A voor zelfstandige woningen, onder B voor onzelfstandige woonruimte en onder C voor woonwagens en standplaatsen. Dat besluit droeg op 15 september 2026 de toestand die geldt vanaf 1 januari 2026. De feitelijke gegevens onder een puntentelling, zoals oppervlakte, bouwjaar en gebruiksdoel, haalt LEO wel op uit de BAG. De telling zelf doet u, of de huurprijscheck van de Huurcommissie.
    Kent LEO het verschil tussen 290-bedrijfsruimte en overige bedrijfsruimte?
    Ja, en hij leest het uit de wet in plaats van het te benaderen. Artikel 7:290 lid 2 BW knoopt de bescherming van afdeling 6 aan een publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening, en noemt daarnaast het hotelbedrijf en het kampeerbedrijf. Valt het gehuurde daarbuiten en is het geen woonruimte, dan geldt artikel 7:230a BW: geen huurbescherming maar ontruimingsbescherming, met een verzoek dat binnen twee maanden na de schriftelijke ontruimingsaanzegging moet worden ingediend, een verlenging van ten hoogste een jaar die nog tweemaal met telkens ten hoogste een jaar kan worden verlengd, en geen hogere voorziening tegen de beschikking. Welk regime speelt, hangt af van het feitelijke gebruik en de contractuele bestemming; die komen uit uw dossier.
    Kan LEO iets met tijdelijke huurcontracten voor woonruimte?
    Hij leest de huidige tekst voor, en die is smaller dan veel modelcontracten suggereren. Artikel 7:271 lid 1 BW bepaalt dat een voor bepaalde tijd aangegane huur niet eindigt door het enkele verloop van de huurtijd. Lid 2 maakt daarop één uitzondering: een huur van twee jaar of korter aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën, waarbij de verhuurder niet eerder dan drie maanden en uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk over de einddatum moet informeren. Doet hij dat niet, dan wordt de overeenkomst voor onbepaalde tijd verlengd, en een aansluitend nieuw contract met dezelfde huurder geldt eveneens als verlenging voor onbepaalde tijd.
    Wat kan LEO in huurrecht juist níet?
    Vier dingen, en het is eerlijker dat u ze vooraf weet. Hij rekent geen punten uit en levert geen huurprijscheck. Hij haalt de lokale huisvestingsverordening niet vanzelf op: die bron activeert niet op een huurrechtprofiel, dus lokale regels over woningonttrekking of vergunningplicht moet u zelf aandragen. Hij draagt de bouw- en vastgoedcorpora niet als huurbron — UAV, AVA, DNR en de arbitrale rechtspraak van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen horen bij vastgoed- en bouwrecht en hebben daar hun eigen pagina; een geschil over een gebrek aan het gehuurde is iets anders dan een bouwgeschil over de oplevering. En hij voert geen procedure en bewaakt geen termijn: de zes maanden van artikel 7:249 BW en de acht weken van artikel 7:262 BW bewaakt uw eigen systeem. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een huurdossier bevat meer over uw cliënt dan het huurcontract alleen.

    Betalingsgegevens, inkomensverklaringen, medische onderbouwing bij overlast of dringend eigen gebruik: een huurdossier raakt de privésfeer van de mensen erachter. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.