Sociaal zekerheidsrecht

    AI voor advocaten in het sociaal zekerheidsrecht.

    LEO doet het bronnen- en jurisprudentieonderzoek voor uw WIA-, WW-, ZW-, bijstands- en AOW-dossiers op de stukken waar dit vak feitelijk op draait: de materiewet zoals die gold op de datum van het besluit, het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten waarmee de arbeidsdeskundige de resterende verdiencapaciteit vaststelt, de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter waaraan UWV een loonsanctie toetst, en de beleidsregels van de SVB. Twee bronnen zijn voor dit vakgebied apart aangelegd; het overige materiaal komt uit de bestuursrechtelijke tak en uit de set die in élk LEO-profiel aanstaat. Elke stelling met vindplaats: artikel, lid of ECLI.

    De bronnen

    Twee bronnen zijn voor dit vak apart aangelegd.

    Bij een socialezekerheidsvraag zet LEO niet ‘alles’ aan, maar de set die bij dit profiel hoort. Die set is hier smal: twee bronnen dragen een socialezekerheidstag, twaalf komen mee omdat dit vakgebied onder de bestuursrechtelijke tak hangt, en de wettekst en de rechtspraak komen uit de basislaag. Waar het materiaal wél zit — het poortwachterkader van UWV en het beleid van de SVB — zit het diep; waar het dun is, zeggen we dat liever hier dan dat u het zelf ontdekt. Per bron staat hieronder wat hij hier oplevert, en bij vier ervan dat hij hier niets oplevert.

    Aangelegd voor sociaal zekerheidsrecht

    BIG-register (CIBG)

    Live opgevraagd

    Controleert de arts achter het oordeel: of de verzekeringsarts of bedrijfsarts in het wettelijke, openbare BIG-register staat, en of daar een maatregel of bevoegdheidsbeperking is vastgelegd. Een gezondheidszorgregister dus, geen socialezekerheidsbron — maar wel de enige plek waar die bevoegdheidsvraag hard te maken is.

    Arbeidsrecht — UWV Beleidsregels (Ontslag + Poortwachter)

    Volledige tekst

    Draagt het toetsingskader waaraan UWV een loonsanctie afmeet: de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (Stcrt. 2002, 236) met de driedeling bevredigend resultaat — voldoende inspanningen — deugdelijke grond, naast de Werkwijzer Poortwachter en de Uitvoeringsregels Ontslag. Het document waarop de zaak feitelijk wordt beslist, en dat in geen enkele wettekst staat.

    Meegeleverd door de bestuursrechtelijke tak

    Deze twaalf hangen niet aan sociaal zekerheidsrecht maar aan het knooppunt publiekrecht erboven. Ze doen dus wél mee zodra u dit gebied kiest — maar ze zijn voor de hele bestuursrechtelijke tak aangelegd. Eén ervan bedient dit vak rechtstreeks: PUC draagt de SVB Beleidsregels. De Tweede-Kamerbron is de uitzondering in de andere richting: zijn gereedschap zit in een categorie die u in de beheeromgeving zelf aanzet, en zolang dat niet is gebeurd haalt LEO er niets uit.

    • Lokale regelgeving (CVDR)

      Geeft de gemeentelijke verordeningen onder de Participatiewet, geconsolideerd en met peildatum — waaronder de afstemmingsverordening waarnaar artikel 18 lid 2 en lid 5 verwijzen voor de hoogte en de duur van een maatregel. Zonder die verordening is een maatregelbesluit niet te toetsen.

    • Omgevingswet (OZON)

      Geeft de omgevingsregels die op een locatie gelden. Voor een uitkeringsdossier levert dat niets op; de bron komt mee omdat hij aan de bestuursrechtelijke tak hangt, niet omdat hij dit vak bedient.

    • Raad van State (ABRvS-uitspraken en adviezen)

      Levert de adviezen van de Afdeling advisering bij wetsvoorstellen die de socialezekerheidswetten wijzigen. Voor uw hoger beroep niet: dat loopt volgens hoofdstuk 4, artikel 9 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bij de Centrale Raad van Beroep, en die uitspraken komen via Rechtspraak.nl binnen.

    • iBabs (gemeenteraadsstukken)

      Haalt het raadsvoorstel, het amendement en de notulen op waarin een gemeente haar Participatiewetbeleid heeft vastgesteld — de afweging onder de afstemmings- of re-integratieverordening waarop een maatregelbesluit steunt, die geen ECLI draagt.

    • Notubiz (gemeente-, provincie- en waterschapsstukken)

      Doet hetzelfde voor een andere reeks bestuursorganen. Voor dit vak telt vooral de gemeentelijke laag: het college van burgemeester en wethouders is het bestuursorgaan dat over bijstand, terugvordering en maatregel beslist.

    • RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

      Geeft de regelingen en subsidievoorwaarden die RVO uitvoert. De uitkeringswetten in dit vak worden uitgevoerd door UWV, de SVB en de gemeenten; voor een uitkeringsdossier ligt hier dus geen materiaal.

    • CORDIS (EU Horizon)

      Het projectregister van EU-onderzoeksfinanciering. Over sociale zekerheid gaat het niet; het activeert op dezelfde brede tag als de rest van deze kolom, en dat is de enige reden dat het hier staat.

    • Governancecode Zorg 2022

      Een sectorcode van de zorgbrancheorganisaties over goed bestuur en intern toezicht. Over sociale zekerheid staat er niets in; hij deelt alleen de brede tag waarmee deze hele kolom binnenkomt.

    • Tweede Kamer — Parlementaire documenten

      Geeft de parlementaire behandeling waaruit de open normen van dit vak worden uitgelegd — de Wet WIA is de wet van 10 november 2005 uit kamerdossier 30034, de Participatiewet ontstond uit dossier 33161. Zijn gereedschap zit in een categorie die u in de beheeromgeving zelf aanzet; zonder dat bereikt de bron LEO niet.

    Staat in élk profiel aan

    Deze doen altijd mee, ongeacht vakgebied — en in dit vak dragen zij de kern: de materiewet op de peildatum die uw dossier vraagt, de Algemene wet bestuursrecht, de ECLI-rechtspraak waarlangs ook de Centrale Raad van Beroep binnenkomt, en de literatuur.

    • Officiële Publicaties (KOOP)

      Levert de Staatscourant- en Staatsbladtekst van wat dit vak buiten de wetboeken om draagt: de besluiten en beleidsregels van UWV en SVB, en de mededeling waarmee de minister op grond van artikel 7a lid 2 AOW de verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd bekendmaakt.

    • PUC (puc.overheid.nl)

      Draagt de SVB Beleidsregels: het beleid van de Sociale Verzekeringsbank over AOW, Anw, AKW, de Remigratiewet en haar Participatiewet-taken, met een versiegeschiedenis die tot 3 juni 2007 teruggaat. Van de twaalf bronnen in deze kolom is dit degene die dit vak rechtstreeks bedient.

    • KvK Handelsregister

      Stelt de werkgever vast achter een loonsanctie- of eigenrisicodragersdossier: rechtsvorm, vestiging, bestuurders en vertegenwoordigingsbevoegdheid — en daarmee wie de wederpartij van UWV feitelijk is.

    • Wetten.nl

      De geldende wettekst op de dag van raadpleging, met de mogelijkheid om een oudere versie op te vragen wanneer het om een feit uit het verleden gaat.

    • Rechtspraak.nl (ECLI)

      Gepubliceerde uitspraken van de Nederlandse rechter, waarnaar wordt verwezen met de ECLI zodat u de vindplaats zelf kunt openen.

    • Rechtspraak — reglementen en oriëntatiepunten

      De procesreglementen en landelijke oriëntatiepunten van de Rechtspraak zelf: hoe een zaak feitelijk loopt, naast wat de wet voorschrijft.

    • EUR-Lex (EU-recht)

      Verordeningen, richtlijnen en de geconsolideerde versies daarvan, inclusief de vraag of een richtlijn al is omgezet.

    • EHRM (HUDOC)

      Rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, voor zaken waarin een verdragsrecht meespeelt.

    • Verdragenbank

      De verdragsteksten zelf, met hun status voor Nederland — of een verdrag in werking is en met welk voorbehoud.

    • LiDO (Linked Data Overheid)

      De verwijzingen tússen regelingen: welke bepaling naar welke andere wijst, zodat een keten van doorverwijzingen niet halverwege afbreekt.

    • open.overheid.nl

      Openbaar gemaakte overheidsdocumenten, waaronder Woo-besluiten en de stukken die daarbij zijn vrijgegeven.

    • Nederlandse orde van advocaten (advocatenorde.nl)

      De verordeningen en beleidsstukken van de NOvA, voor vragen over de beroepsuitoefening zelf.

    • Gedragsregels Advocatuur (NOvA)

      De gedragsregels met hun toelichting, voor de vraag of een handelwijze tuchtrechtelijk houdbaar is.

    • College voor de Rechten van de Mens (oordelen)

      Oordelen over gelijke behandeling — geen rechterlijke uitspraken, maar in de praktijk wel richtinggevend.

    • Juridische literatuur (OpenAlex)

      Open toegankelijke wetenschappelijke literatuur, voor wanneer een standpunt onderbouwing uit de doctrine vraagt.

    • Duits recht (NeuRIS)

      Duitse wetgeving en rechtspraak, bruikbaar bij grensoverschrijdende zaken en bij rechtsvergelijking.

    • NCSC — Security Advisories

      Beveiligingsadviezen van het Nationaal Cyber Security Centrum, relevant zodra een zaak een digitaal incident raakt.

    Een bron staat hier alleen als hij op dit profiel ook echt activeert, en de lijst is geen aanbeveling: CORDIS gaat over EU-onderzoeksfinanciering, OZON over omgevingsregels op locatie — die zeggen over een uitkeringsdossier niets. Let ook op welke rechter ontbreekt: hoger beroep in dit vak gaat naar de Centrale Raad van Beroep, en die heeft hier geen eigen bron; zijn uitspraken komen via Rechtspraak.nl binnen. Onder elk antwoord in LEO staat welke bronnen daadwerkelijk meededen; u hoeft ons niet op ons woord te geloven.

    Alle 110 officiële bronnen

    Het toetsingskader

    De wet zegt wát, de uitvoerder zegt hoe.

    In dit vak beslist de wettekst zelden alleen. De drempels staan in de wet, maar wat ze betekenen staat in een algemene maatregel van bestuur en in beleidsregels van UWV — en precies daar wordt de zaak gewonnen of verloren. LEO draagt die kaders als volledige, doorzoekbare tekst.

    Twee drempels, twee regimesartikelen 4 en 5 Wet WIA
    Artikel 4 lid 1 noemt volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wie “duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur”, waarbij duurzaam in lid 2 een medisch stabiele of verslechterende situatie is en in lid 3 mede een situatie met op lange termijn een geringe kans op herstel. Artikel 5 noemt gedeeltelijk arbeidsgeschikt wie ten hoogste 65% van dat maatmaninkomen kan verdienen en niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Artikel 6 lid 2 voegt er de bepaling aan toe die in de praktijk het vaakst wordt overgeslagen: bij het vaststellen wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kán verkrijgen.
    Wat ‘nog kunnen verdienen’ betekent, staat in een AMvBartikel 9 Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
    Onderdeel a schrijft voor dat de in aanmerking genomen arbeid wordt omschreven “in de vorm van ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies”, dat die functies “ieder ten minste drie arbeidsplaatsen” vertegenwoordigen, en dat de functiegegevens op de datum waarop de beschikking betrekking heeft niet ouder mogen zijn dan 24 maanden. Onder de bekwaamheden die algemeen gebruikelijk heten, vallen ten minste mondelinge beheersing van het Nederlands en eenvoudig computergebruik. Daar loopt in de praktijk een groot deel van het beroep tegen een arbeidskundige schatting.
    De loonsanctie is een verlenging, geen boeteartikelen 23, 25 en 65 Wet WIA
    Artikel 23 lid 1 stelt de wachttijd op 104 weken. Artikel 65 draagt UWV op te beoordelen of werkgever en verzekerde “in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen, die zijn verricht”. Blijkt dat niet zo, dan verlengt UWV op grond van artikel 25 lid 9 het tijdvak van loondoorbetaling — “ten hoogste 52 weken”, en uitdrukkelijk opdat de werkgever zijn tekortkoming kán herstellen. Lid 10 en 11 zetten daar een eigen klok tegenover: UWV geeft die beschikking uiterlijk zes weken vóór de afloop van de wachttijd, en verlenging vindt niet plaats indien UWV haar niet vóór die afloop geeft.
    Het beoordelingskader poortwachterBeleidsregels beoordelingskader poortwachter, Stcrt. 2002, 236
    Artikel 1 verklaart het kader in de bijlage van toepassing op de beoordeling van artikel 65 Wet WIA. Dat kader zet het resultaat voorop: “Een bevredigend resultaat is voldoende”, en dat is bereikt bij een (gedeeltelijke) werkhervatting die min of meer aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden en een structureel karakter heeft — of, als meer niet haalbaar bleek, bij inschakeling in arbeid met een loonwaarde van ten minste 65% van het loon vóór de ziekte. Pas als dat resultaat er niet is, kijkt UWV naar de inspanningen, en daarna naar de vraag of de werkgever een deugdelijke grond had.
    De stappen ervóór liggen vast in een ministeriële regelingartikelen 2, 3 en 4 Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar
    Artikel 2 lid 2 verlangt bij dreigend langdurig ziekteverzuim binnen zes weken na de eerste ziektedag een oordeel van de bedrijfsarts of arbodienst; artikel 4 lid 1 verplicht de werkgever binnen twee weken ná dat oordeel in overeenstemming met de werknemer een plan van aanpak op te stellen; artikel 3 legt de vastleggingsplicht vast, tot en met het aantal feitelijk gewerkte uren. Die data zijn geen formaliteit — ze zijn het eerste wat in een loonsanctiedossier wordt nagerekend.

    Wie alleen de wet leest, mist het document waarop de zaak wordt afgerekend. Wie alleen het beleid leest, mist de grens die de wet eraan stelt. LEO legt ze naast elkaar en zegt er per stelling bij waar zij vandaan komt.

    Eén vraag, uitgewerkt

    Advocaat sociaal zekerheidsrecht · loonsanctie · werkgeverszijde

    „UWV legt onze cliënt een loonsanctie van 52 weken op. De bedrijfsarts zag beperkte mogelijkheden; de werkgever heeft op grond van eigen ervaring met deze werkneemster geen tweede spoor opgestart. Achteraf is haar een IVA-uitkering toegekend. Houdt die sanctie stand?”

    Zo komt het antwoord terug

    De volgorde waarin UWV toetst

    Eerst het resultaat. Volgens het beoordelingskader poortwachter is een bevredigend resultaat voldoende, en dat is bereikt bij een (gedeeltelijke) werkhervatting met structureel karakter die min of meer aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden, of — als meer aantoonbaar niet haalbaar was — bij inschakeling in arbeid met een loonwaarde van ten minste 65% van het loon vóór de ziekte. Is dat resultaat er niet, dan beoordeelt UWV de inspanningen, en pas daarna of er een deugdelijke grond was (CRvB 4 maart 2021, r.o. 4.2). Uw dossier valt in de derde stap, en daar ligt de lat hoog.

    Waarom ‘eigen ervaring’ hier waarschijnlijk niet volstaat

    De Centrale Raad oordeelde in een vrijwel identieke zaak dat de eigen inschatting van een werkgever over de mogelijkheden in het tweede spoor “in beginsel onvoldoende [is] voor het achterwege laten van re-integratie-inspanningen”, en dat externe onderbouwing — al dan niet in de vorm van een arbeidskundig onderzoek — van die werkgever mocht worden verlangd, juist omdat de bedrijfsarts nog enige arbeidsmogelijkheden zag (r.o. 4.4.2). Let ook op de timing: rapporten die pás ná het loonsanctiebesluit zijn opgesteld kunnen volgens diezelfde overweging “al daardoor” niet ten grondslag liggen aan de beoordeling van de periode daarvóór.

    De latere IVA-uitkering helpt niet

    Dat lijkt het sterkste argument en is het niet. De Raad: de toekenning van zo'n uitkering heeft achteraf plaatsgevonden “op basis van andere beoordelingsmaatstaven dan hier aan de orde”, en daaruit kunnen geen conclusies worden getrokken over de vraag of in de relevante periode voldoende inspanningen zijn verricht — met verwijzing naar vaste rechtspraak sinds CRvB 20 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4864 (r.o. 4.5).

    Waar de zaak wél kan kantelen

    Op de procedurele kant, en die wordt vaak te laat bekeken. Artikel 25 lid 10 Wet WIA verplicht UWV de beschikking over de loonsanctie uiterlijk zes weken vóór de afloop van de wachttijd te geven, en lid 11 bepaalt dat verlenging niet plaatsvindt indien UWV haar niet vóór die afloop geeft. Controleer die twee data dus als eerste. De verlenging is bovendien gebonden aan een maximum van 52 weken en is naar haar aard gericht op herstel van de tekortkoming — een bekortingsverzoek zodra dat herstel is geleverd, hoort al bij het eerste gesprek ter sprake te komen en niet pas na een jaar.

    De route

    Van besluit naar Centrale Raad.

    Een socialezekerheidszaak is een bestuursrechtelijke zaak, met de termijnen die daarbij horen. Wat dit vak apart zet, is waar die route eindigt — en dat is niet waar veel mensen denken.

    Zes weken, en waar ze beginnenartikelen 6:7 en 6:8 lid 1 Awb
    “De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken”, en die termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De datum op de beschikking en de datum van bekendmaking zijn dus twee verschillende dingen; LEO leest ze allebei uit het dossier in plaats van er één aan te nemen.
    Het bestuursorgaan heeft zelf ook een klokartikel 7:10 Awb
    Het bestuursorgaan beslist op bezwaar binnen zes weken, of binnen twaalf weken als er een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld, gerekend vanaf de dag na die waarop de bezwaartermijn is verstreken. Lid 3 laat verdaging toe voor ten hoogste zes weken; verder uitstel kan alleen in de gevallen van lid 4, waaronder instemming van alle belanghebbenden.
    Hoger beroep gaat naar de Centrale Raad van BeroepBijlage 2 Awb, hoofdstuk 4, artikel 9 (Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak)
    Dat artikel somt op tegen welke uitspraken hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep, en de lijst is precies dit vakgebied: de Participatiewet (met uitzondering van enkele artikelen), de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet, de Werkloosheidswet, de Toeslagenwet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Niet de Afdeling bestuursrechtspraak dus — en dat is precies waarom de Raad-van-Statebron in de bronnenlijst hierboven voor uw hoger beroep niets oplevert.
    Wie wat aannemelijk moet makenCRvB 4 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:462
    De Raad vat de volgorde samen in r.o. 4.2: staat vast dat de inspanningen niet tot een bevredigend resultaat hebben geleid, dan “dient het Uwv te beoordelen of appellante voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en zo nee, of appellante daarvoor een deugdelijke grond aannemelijk heeft gemaakt”. Twee verschillende vragen, met de bewijslast op twee verschillende plaatsen — en het verschil tussen die twee is in een loonsanctiezaak vaak het hele geschil.

    Een termijn zonder bekendmakingsdatum is geen termijn maar een schatting. Daarom staat bij elke stelling de bepaling én de peildatum waarop LEO haar heeft opgehaald.

    Vragen uit dit vak

    Wat socialezekerheidsjuristen als eerste vragen.

    Welke versie van de wet gebruikt LEO?
    De versie die op de datum van het besluit gold. LEO haalt de geconsolideerde tekst op bij wetten.overheid.nl met BWB-id, artikel, lid en peildatum in plaats van uit een geheugen. Op 15 september 2026 stonden de Wet WIA (BWBR0019057), de Participatiewet (BWBR0015703), de Werkloosheidswet (BWBR0004045), de Ziektewet (BWBR0001888) en de Algemene Ouderdomswet (BWBR0002221) alle vijf op de toestand die geldt vanaf 1 juli 2026, en de Algemene wet bestuursrecht (BWBR0005537) op die vanaf 15 augustus 2026. Ligt uw besluit vóór een wijziging, dan levert hij de oudere toestand.
    Kent LEO de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter?
    Ja, als eigen kennisbank, inclusief de bijlage waar het kader feitelijk in staat. Artikel 1 van die beleidsregels (Stcrt. 2002, 236) verklaart het kader van toepassing op de beoordeling van de re-integratie-inspanningen als bedoeld in artikel 65 Wet WIA. Het kader zet het resultaat voorop — „Een bevredigend resultaat is voldoende” — en behandelt daarna pas de inspanningen en de deugdelijke grond. LEO citeert die passages met vindplaats, zodat u ze naast uw eigen dossier kunt leggen.
    Noemt LEO de AOW-leeftijd?
    Alleen met de bron erbij, en hij verzint hem niet. Artikel 7a lid 1 AOW noemt de leeftijd tot en met 2025 met zoveel woorden; voor 2026 en de jaren daarna staat er geen getal meer, maar wordt de leeftijd jaarlijks vastgesteld volgens de formule van lid 2 — gebaseerd op de door het CBS geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd — en „door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant”. LEO zoekt die mededeling op en geeft hem met datum, of zegt dat hij hem niet heeft. Een leeftijd uit het hoofd is in dit vak geen antwoord.
    Kan LEO een WIA-beoordeling narekenen?
    Nee, en dat is een grens die wij liever benoemen. Wat hij wél doet, is het kader naast uw dossier leggen: de drempels van 20% en 65% van het maatmaninkomen per uur uit de artikelen 4 en 5 Wet WIA, en de eisen die artikel 9 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten aan de geduide functies stelt — ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies, elk met ten minste drie arbeidsplaatsen, en functiegegevens die op de datum van de beschikking niet ouder zijn dan 24 maanden. De medische weging blijft van de verzekeringsarts; LEO wijst aan waar het dossier van het kader afwijkt.
    Haalt LEO de beleidsregels van de SVB op?
    Ja, via PUC (puc.overheid.nl), dat de collectie SVB Beleidsregels draagt: AOW, Anw, AKW, de Remigratiewet, de Participatiewet-taken van de SVB en meer, met een versiegeschiedenis die tot 3 juni 2007 teruggaat. Die versiegeschiedenis is het punt — in een herzienings- of terugvorderingszaak gaat het om het beleid zoals dat destijds luidde, niet zoals het vandaag luidt. Van de twaalf bronnen die dit gebied via de bestuursrechtelijke tak binnenhaalt, is dit degene die het vak rechtstreeks bedient.
    Bij welke rechter eindigt een socialezekerheidszaak?
    Bij de Centrale Raad van Beroep, en dat is voor een gebied dat onder publiekrecht hangt een belangrijk onderscheid. Hoofdstuk 4, artikel 9 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak — bijlage 2 bij de Awb — wijst voor onder meer de Participatiewet, de AOW, de Anw, de AKW, de Werkloosheidswet, de Toeslagenwet en de Wet WIA de Centrale Raad aan als hogerberoepsrechter. Die Raad heeft in deze bronnenset geen eigen corpus: zijn uitspraken komen binnen via Rechtspraak.nl (ECLI), net als alle andere gepubliceerde rechtspraak.
    Wat kan LEO in sociaal zekerheidsrecht juist níet?
    Vier dingen, en u kunt ze beter vooraf weten. Hij rekent geen uitkering, dagloon of maatmaninkomen uit. Hij noemt geen normbedrag zonder peildatum: artikel 38 lid 1 Participatiewet koppelt de bijstandsnormen aan de wijziging van het netto minimumloon, en geen bron in deze set houdt die reeks bij. Voor de uitvoeringspraktijk van UWV buiten de poortwachterketen — het CBBS achter een schatting, de WW-beleidsregels — is er geen eigen kennisbank; dat materiaal komt via de Staatscourant binnen. En hij heeft geen dossiertoegang bij UWV, de SVB of uw gemeente: het verzekeringsgeneeskundig rapport en de functionelemogelijkhedenlijst levert u aan. Wat hij wél doet, is elke stelling voorzien van de vindplaats waarop zij steunt, zodat u die in een paar seconden zelf kunt nalezen.

    Een uitkeringsdossier bevat medische gegevens van uw cliënt.

    Verzekeringsgeneeskundige rapportages, functionelemogelijkhedenlijsten en arbeidskundige onderzoeken zijn bijzondere persoonsgegevens. Wat u in LEO zet, blijft van u: uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen. Zo is dat geregeld →

    GDPR-compliant

    Verwerking volledig binnen de AVG. Uw cliëntdata wordt nooit gebruikt om AI-modellen te trainen.

    Data in de EU

    Eigen servers in EU-datacenters (Duitsland en Finland) — geen hyperscaler. TLS 1.2+ in transport en een volledig versleuteld datavolume (LUKS2 full-disk) op elke productiehost, waar ook de back-ups staan.

    ISO27001

    ISO 27001 — certificaat verwacht Q4 2026

    Certificeringsaudit afgerond in augustus 2026; certificaat verwacht in het vierde kwartaal van 2026. Volg de status in ons Trust Center.

    Alle details, subverwerkers en documentatie: trust.prudai.com

    Wilt u ook een eigen paralegal?

    Probeer LEO gratis.